-A +A

aansprakelijkheid wegbeheerder door abnormale werking van de verkeerslichten

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Een abnormale werking van de verkeerslichten op een kruispunt waardoor een verwarrende en gevaarlijke situatie ontstaat voor de bestuurders die zich op het kruispunt begeven, moet worden beschouwd als een gebrek in de zaak in de zin van art. 1384, eerste lid BW, waarvoor het Vlaams Gewest als wegbeheerder en bewaarder van de gebrekkige zaak aansprakelijk is.
 

Rechtspraak:

Burgerlijke Rechtbank te Antwerpen, 6eB Kamer – 18 juni 2012, RW 2012-2013, 1595

Vlaams Gewest t/ NV A.B.

I. Feiten

Het geding tussen de partijen betreft een aanrijding van 7 oktober 2009 omstreeks 22 u 30 te Berchem op het kruispunt van de Grotesteenweg met de Koningin Elisabethlaan. Daarbij waren betrokken:

– de personenwagen Saab 9-3, eigendom van en bestuurd door A. De B., in eigen schade verzekerd bij NV A.;

– de personenwagen Renault Megane, eigendom van en bestuurd door S.R.

S.R. reed op de Koningin Elisabethlaan en wilde zijn weg rechtdoor vervolgen richting de oprit van de autoweg E19. Hij verklaarde dat hij voor de rode verkeerslichten achter enkele wagens stond te wachten. Toen het groen werd, stak hij het kruispunt met de Grotesteenweg over en kwam hij halverwege in aanrijding met het voertuig van A. De B. Deze laatste verklaarde dat de verkeerslichten op de Grotesteenweg in oranje knipperlichtstand stonden. Hij dacht dat het voertuig komende van links vertraagde en reed door, maar bij het oprijden van het kruispunt kwamen ze alsnog met elkaar in aanrijding.

Aangezien er in casu betwisting bestaat over het correct functioneren van de verkeerslichten op het ogenblik van het ongeval, is het Vlaamse Gewest in zake.

II. Procedure

De eerste rechter verklaarde in het bestreden vonnis van 7 oktober 2011 de vordering van NV A. tegen het Vlaamse Gewest ontvankelijk en gegrond.

...

III. Grond van de zaak

1. Rechtsgronden

Het Vlaamse Gewest betwist dat de verkeerslichten op het betrokken kruispunt niet naar behoren gefunctioneerd zouden hebben.

NV A. is van oordeel dat het Vlaamse Gewest als bewaarder van de verkeerslichten aansprakelijk is voor het ongeval op grond van art. 1384, eerste lid BW.

2. Feiten, fout, schade en oorzakelijk verband

a. Op het ogenblik van de feiten (7 oktober 2009) is de politie ter plaatse gekomen en heeft zij een proces-verbaal opgesteld dat geseponeerd werd.

Ter beoordeling van de aansprakelijkheid worden dit strafdossier, een verklaring van S. over de verkeersinstallatie en een e-mail van de verkeerspolitie voorgelegd.

b. Uit het geheel van deze gegevens blijkt allereerst dat de betrokken bestuurders verschillende verklaringen aflegden over de stand van de verkeerslichten vlak voor het ongeval. Zo verklaarde S.R. dat hij op de Koningin Elisabethlaan stond te wachten voor het rode licht achter enkele andere wagens en dat hij het kruispunt opreed toen het groen werd. A. De B. verklaarde dat de lichten aan de Grotesteenweg defect waren en in oranje knipperlichtstand stonden.

De verbalisanten stelden in hun proces-verbaal vast dat, komende van de Koningin Elisabethlaan, de lichten normaal functioneerden. Nadien zagen zij echter de verkeerslichten op het kruispunt wisselen naar oranje knipperlichtstand.

Navraag bij Brabo I wees op verschillende meldingen gedurende de hele avond van verkeerslichten die afwisselend functioneerden en in knipperlicht stonden.

Het Vlaamse Gewest brengt stukken voor waaruit zou blijken dat de stand van de verkeerslichten op het kruispunt zich nooit gelijktijdig op die manier kan voordoen zoals beschreven door beide bestuurders op het ogenblik van het ongeval.

In de uitleg van Si. werd de veiligheidsinrichting van de verkeersinstallatie verder toegelicht. Deze zou zodanig opgebouwd zijn “dat gevaarlijke en niet toegelaten verkeerssituaties vermeden worden. Niet-toegelaten seincombinaties of fouten in het veiligheidssysteem geven aanleiding tot het uitschakelen van de verkeersregelinstallatie”.

In een e-mailbericht van de verkeerspolitie van 24 februari 2011 werd bevestigd dat er op de bewuste avond problemen waren met de verkeerslichten. Maar tussen 19 u 09 en 23 u 53 zou ten gevolge hiervan de knipperlichtwerking zijn ingesteld over het hele kruispunt.

Beide stukken worden echter tegengesproken door de vaststellingen van de verbalisanten. Zo werd door hen zelf vastgesteld dat de verkeerslichten niet continu in oranje knipperlicht stonden. Ook wijzen de talloze meldingen die avond van een wisselende werking van de verkeerslichten wel degelijk op een probleem.

De rechtbank is van oordeel dat de algemene uitleg over de veiligheidsinrichting van de verkeerslichten geenszins bovenstaande abnormale situatie met zekerheid kan uitsluiten. Zelfs indien de combinatie van normale stand met orange knipperlicht niet kan voorkomen, is het mogelijk dat A. De B. inderdaad eerst de oranje knipperlichtfase zag, maar dat deze opnieuw wisselde naar de normale stand, zodra hij het kruispunt opreed, wat voor hem op dat ogenblik niet meer waarneembaar was.

In ieder geval stelde de eerste rechter vast dat deze verkeerssituatie, waarbij verkeerslichten afwisselend normaal werken en op oranje knipperlichtfase springen, zeer verwarrend en gevaarlijk is voor de bestuurders die zich op het kruispunt begeven.

Het Vlaamse Gewest is als wegbeheerder verantwoordelijk voor de werking van de verkeersinstallatie. Wanneer zich hierin een gebrek voordoet, zoals in casu dient te worden aangenomen, is het Vlaamse Gewest als bewaarder aansprakelijk op grond van art. 1384, eerste lid BW.

In tegenstelling tot wat het Vlaamse Gewest beweert kan daarentegen ten laste van A. De B. geen fout worden aangenomen die in oorzakelijk verband staat met het ongeval. Niets wijst immers op de onjuistheid van zijn verklaring dat hij, gelet op de oranje knipperlichtstand, vertraagde en rekening hield met het verkeer komende van de andere richtingen, conform de bepalingen van art. 12.2 dan wel art. 64.1 van het Wegverkeersreglement. Een onaangepaste snelheid komt evenmin bewezen voor.

Bijgevolg is de problematische stand van de verkeerslichten de enige bewezen oorzaak van het ongeval.

Het hoger beroep dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

...


Rechtspraak

• Bergen 13 februari 1990, Verkeersrecht 1991, 37;
• Rb. Namen 19 oktober 1998, Verkeersrecht 1999, 164; Rb. Gent 8 januari 2004, T.Pol. 2006, 49;
• Rb. Brugge 23 december 2004, VAV 2005, 250.

 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: za, 25/05/2013 - 19:39
Laatst aangepast op: vr, 20/02/2015 - 12:09

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.