-A +A

aansprakelijkheid voor dieren en autonome gedraging van het dier

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De bewaarder van een dier draagt aansprakelijkheid voor het gedrag van dit dier. Een en ander betreft een onweerlegbaar vermoeden ingesteld door artikel 1385 van het burgerlijk wetboek.

Maar één en ander vergt een gedraging en geen loutere aanwezigheid van het dier. Zo brengt het vallen over een hond die zich normaal gedraagt geen aansprakelijkheid mee voor de bewaarder van het dier.

 

Rechtspraak:

• Hof van Beroep Antwerpen, 5 april 2006, RW 2009-2010 161

• Pol. Gent 8° Burgerlijke Kamer 18/10/2010, RW 2011-2012 836

Een bromfietser werd op de rijweg verrast door een grote gevaarlijke hem bekende ghond die van een niet gesloten erf kwam aangelopen. De bromfietser ontwijkt en komt in aanrijding met een ander voertuig. DE eigenaar van de hond wordt op grond van artiekl 1385 BW aansprakelijk gesteld door de autonome weerhouden gedraging van het dier. De bromfietser kon niet kwalijk worden genomen dat hij de hond trachtte te ontwijken en aldus in aanrijding kwam.

F.P., K. De M. en J.P. t/ G. Van H. en E.M.

Feitelijke gegevens

1. Uit een geseponeerde strafinformatie blijkt dat het ongeval zich voordeed in de Sint-Jansstraat te Zomergem op 27 januari 2005 rond 14 uur. De Sint-Jansstraat ligt in de deelgemeente Oostwinkel, ligt buiten de bebouwde kom en is 3 meter breed.

Er is op de plaats van het ongeval een scherpe bocht met slechte zichtbaarheid. In de bocht is er een betonnen verbreding van de weg, bedoeld als uitwijkstrook.

Aan weerszijden van de rijbaan is er een gelijkgrondse grasberm met daarnaast een gracht.

2. In de bocht ligt de woning nr. 6, woning van verweerders. Op het ogenblik van het ongeval waren verweerders niet thuis.

Verweerders hebben twee grote honden: een rottweiler en een dobermann. De honden lopen los op hun eigendom. Het eigendom is niet afgesloten, in die zin dat er wel een dubbel hek is, maar dat dat hek openstaat; tussen de hekstijlen is er een ijzerdraad bevestigd die de ene hekstijl met de andere verbindt. Foto’s in het dossier van verweerders tonen goed die ijzerdraad. Het gaat niet om een draad in de zin van ursus, maar letterlijk om één dikke ijzerdraad.

3. De bestuurster A.H. verklaart dat zij op de Sint-Jansstraat in de richting Oostwinkel Dorp reed en dat op een bepaald ogenblik een bromfiets als tegenligger uit de bocht kwam waar zij naartoe reed. De bromfiets reed links in zijn rijrichting, rechts voor haar.

De bestuurster verklaart dat zij, gelet op de beperkte breedte van de rijbaan, uiterst rechts reed, dat zij de bromfietser naar haar zag toerijden en dat zij onmiddellijk uitweek naar rechts en begon te remmen. Ze stond net stil toen de bromfietser haar auto aanreed en in de gracht belandde.

4. De bromfietser, J.P., derde eiser, verklaart dat hij in de richting van Rijvers reed en dat de weg op een bepaald ogenblik een bocht naar rechts maakt. Net voor de bocht kwam er plots een grote grijze hond van rechts op een erf op hem afgelopen. Hij week uit naar links en juist in de bocht kwam er een tegenligger. Hijzelf reed toen links/midden van de rijbaan en kon het voertuig niet ontwijken.

5. Uit de verklaring van tweede verweerster weet de rechtbank dat de grijze hond de dobermann is.

6. Beide bestuurders verklaren dat zij ongeveer 50 km per uur reden.

7. Tweede verweerster verklaart dat haar echtgenoot en zijzelf thuiskwamen toen het ongeval gebeurd was en dat een buur hen vertelde dat een bromfietser opgeschrikt zou zijn door een hond die op hem zou toegelopen zijn.

Tweede verweerster verklaart voorts dat de honden bij hen op het erf zitten dat niet afgesloten is met een hek maar wel met een ijzerdraad. De honden zijn zodanig opgeleid dat ze op geen enkel ogenblik de ijzerdraad durven te passeren. Vroeger werd er wel eens elektriciteit op de draad gezet.

Tweede verweerster acht het wel mogelijk dat de honden in de richting van de bromfiets gelopen zijn, maar ze zijn dan zeker ter hoogte van de ijzerdraad gestopt. Zelfs als de ijzerdraad niet bevestigd is, zullen de honden het erf nooit verlaten.

Tweede verweerster acht het mogelijk dat de bestuurder van de bromfiets gewoon geschrokken is bij het zien van de honden en daarom een uitwijkmanœuvre deed, met de gevolgen vandien.

8. Foto’s tonen ten slotte nog de uiterst rechtse positie tot naast de rijbaan in haar rijrichting van de bestuurster H.

9. De foto’s in het dossier van verweerders laten zien dat de ijzerdraad tussen de twee hekstijlen zich op een paar meter van de rijbaan aan de overkant van de gracht bevindt. Er is een korte oprit die uit kasseien bestaat.

Basis van de vordering

Eisers baseren hun aansprakelijkheidsvordering tegen verweerders op art. 1385 BW en subsidiair op art. 1382 BW.

De aansprakelijkheid wordt betwist en subsidiair wordt de eigen samenlopende fout van derde verweerder in conclusie gepleit.

Beoordeling

I. Aansprakelijkheidsvordering op basis van art. 1385 BW

1. De toepassing van art. 1385 BW vereist de vervulling van vier voorwaarden: (1) een dier; (2) schade aan een derde; (3) een causaal verband tussen het gedrag van het dier en de schade; (4) de aangesprokene is eigenaar of bewaarder van het dier (Th. Vansweevelt en B. Weyts, Handboek Buitencontractueel Aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2009, nr. 880).

In casu gaat de betwisting over het derde bovengenoemde element.

2. Allereerst de gedraging van het dier. Vereist wordt een autonome daad van het dier als oorzaak van het ongeval, maar niet noodzakelijk een actieve rol van het dier in het ongevalsgebeuren (Th. Vansweevelt en B. Weyts, o.c., nr. 891). Het loutere vrij laten rondlopen van de honden op het erf is inderdaad onvoldoende om verweerders als eigenaars (in casu ook als bewakers) van de honden aansprakelijk te stellen; zoals al gezegd, is een autonome daad van de honden vereist (Antwerpen 10 december 2008, RW 2009-10, 161).

Als eigenaars of bewakers van de honden zouden verweerders niet aansprakelijk zijn o.m. wanneer de honden niet abnormaal of onvoorzienbaar handelden en wanneer de schade wordt veroorzaakt door de fout van het slachtoffer (zelfde arrest).

Opdat de eigenaar of de bewaker van het dier vrijuitgaat, moeten beide bovengenoemde voorwaarden cumulatief vervuld zijn: normale en voorzienbare handeling van het dier en de fout van het slachtoffer (of van een derde) (Th. Vansweevelt en B. Weyts, o.c., nr. 912). Dat laatste is niet het geval. Het al dan niet blaffend afstormen van de hond op de voorbijrijdende bromfietser is een autonome gedraging van het dier dat tot aansprakelijkheid op basis van art. 1385 BW kan leiden (vgl. met het voormelde arrest van het Antwerpse Hof van Beroep: bij het openen van een deur loopt een hondje plots naar buiten, vermoedelijk omdat het kindjes naar de buren zag lopen; daarbij struikelt een dame in de woning over het hondje).

3. Op het vlak van het causale verband hoefde derde eiser zich niet te verwachten aan het opdagen van een grote en als gevaarlijk bekende hond (eisers spreken in conclusie over “bloedhonden”) uit een niet behoorlijk afgesloten erf. Het opdagen van een dergelijk dier uit een niet-beveiligde ruimte jaagt ook een volwassen persoon zonder meer danig de schrik om het hart.

4. Als zodanig is het correct dat er geen materieel bewijs is dat de hond die op de bromfietser afliep daadwerkelijk op de baan kwam. Men mag echter niet vergeten dat het om een geduchte hond gaat en dat alles zich afspeelt in een minimum van tijd. Het opdagen van het dier vanuit het niet-beveiligde erf is voor de bromfietser, die niet kan weten dat de hond normaal halt houdt bij de draad, angstaanjagend. Zijn reactie was dan ook niet abnormaal.

In die lijn aanvaardde de rechtspraak aansprakelijkheid niet alleen voor een ongeval veroorzaakt door een uitgebroken dier, maar ook voor een vrouw die valt in haar tuin omdat er een koe nadert. Zelfs de eventuele immobiliteit van de hond staat aan het causale verband tussen dier en schade niet in de weg; het causale verband volstaat (Th. Vansweevelt en B. Weyts, o.c., nrs. 898 en 899).

Men vergete niet dat het niet de eerste bromfietser, fietser of postbode zou zijn die door een kwade hond achternagezeten wordt ... Het opdagen van de hond leidde rechtstreeks tot het ongevalsgebeuren.

II. Aansprakelijkheidsvordering op basis van art. 1382-1383 BW

Maar daarmee is nog niet alles gezegd.

Weliswaar volstaat art. 1385 BW als aansprakelijkheidsgrond, maar dat belet niet dat de vordering eveneens kan gegrond zijn op basis van art. 1382 BW (en/of 1383 BW), dat evenzeer een zelfstandige en toereikende aansprakelijkheidsgrond uitmaakt.

Het criterium voor de schending van de zorgvuldigheidsnorm is de redelijke voorzienbaarheid van de schade en de vermijdbaarheid ervan indien de betrokkene anders had gehandeld (H. Vandenberghe e.a., “Overzicht van rechtspraak (1964-1978). Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad”, TPR 1980, p. 1139 e.v., nrs. 4 tot 22; TPR 1987, p. 1255 e.v., nrs. 3 tot 30).

Welnu, verweerders konden in redelijkheid voorzien dat het laten lopen van twee geduchte honden op een niet-afgesloten erf tot schade kon leiden, ook als de dieren niet buiten het erf gingen (schrikken van voorbijgangers, enz.). De schade was zeer gemakkelijk te vermijden met een kleine moeite, namelijk het hek sluiten.

De criteria voor de schending van de zorgvuldigheidsnorm zijn verenigd. Verweerders zijn ook aansprakelijk op basis van art. 1382 BW, minstens op basis van art. 1383 BW, op grond waarvan ook de onzorgvuldigheid tot aansprakelijkheid leidt.

III. Eigen fout van de benadeelde?

1. De beweging naar links op de baan van de bromfietser J.P. is niets anders dan een reactie om een dreigend risico te vermijden. In die zin kan tegen hem geen enkele eigen samenlopende fout ten laste worden gelegd. Hierboven werd al gezegd dat hij zich niet aan het opdagen van een kwade hond (in een onoverzichtelijke bocht) moest verwachten en dat hij niet kon weten dat de hond normaal niet op de straat komt.

2. Nog in verband met art. 1385 BW kan alleen het bewijs dat een vreemde oorzaak de schade veroorzaakte (overmacht, fout van een derde of van de benadeelde zelf) verweerders laten vrijuitgaan als aansprakelijken.

 

zie ook:

struikelen over een hond

aansprakelijkheid voor dieren

Rechtsleer

Overzicht rechtspraak Kwalitatieve aansprakelijkheid TPR 2011-2, 349

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: ma, 19/10/2009 - 20:58
Laatst aangepast op: vr, 23/12/2011 - 23:15

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.