-A +A

Aansprakelijkheid voor dieren

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De eigenaar van een dier, of ,terwijl hij het in gebruik heeft, diegene die zich ervan bedient, is aansprakelijk voor de schade die door het dier is veroorzaakt, hetzij het onder zijn bewaring stond, dan wel verdwaald of ontsnapt was.

In het Belgisch recht is men burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor dieren die men onder zijn hoede heeft.

Wettelijke bepaling artikel 1385 van het Burgerlijk Wetboek:

« De eigenaar van een dier, of ,terwijl hij het in gebruik heeft, diegene die zich ervan bedient, is aansprakelijk voor de schade die door het dier is veroorzaakt, hetzij het onder zijn bewaring stond, dan wel verdwaald of ontsnapt was. »

Het vermoeden van aansprakelijkheid van het Burgerlijk Wetboek is een wettelijk vermoeden dat niet kan weerlegd worden. De bewaarder van het dier is derhalve steeds aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door het dier dat onder zijn hoede staat. Wanneer de bewaarder aantoont dat hem persoonlijk geen fout treft ontslaat hem dit niet van zijn aansprakelijkheid. De bewaarder kan zich enkel van zijn fout bevrijden door een vreemde oorzaak aan te tonen die  hem volledig of gedeeltelijk van zijn verantwoordelijkheid kan ontsla

Over welke dieren gaat het?

- dieren die een bewaarder kunnen hebben, zoals huisdieren (ondermeer honden en katten), gezelschapsdieren, circusdieren, dieren van het neerhof, dieren in kwekerijen...
- niet voor wilde katten die op de eigendom lopen, wild, insecten...

Wie is verantwoordelijk?

- de eigenaar van het dier
- diegene die zich ervan bedient
- de bewaarder die een recht van gebruik heeft en daadwerkelijk toezicht kan uitoefenen, zoals de buur die het dier in de vakantie bijhoudt, het asiel, de dierenarts, de toiletteur,

De schade-eis

Het slachtoffer draagt de bewijslast van de schade en het oorzakelijk verband

Bevrijdigsgronden en verweer:

Eerste mogelijkheid van verweer: gebrek in de voorwaarden:   de verweerder bewijst dat de voorwaarden van 1385 B.W. niet zijn nageleefd
Hij moet alsdan bewijzen dat
- hij ofwel geen eigenaar of bewaarder van het dier is;
- ofwel de schade niet is ontstaan door het dier.

Tweede mogelijkheid: de verweerder roept een vreemde oorzaak in , bestaande uit een toevalsfactor of een geval van overmacht .

Voorbeelden:
- ophitsen van een dier
- hevig lawaai

Derde mogelijkheid: de verweerder bewijst de eigen fout van het slachtoffer

Indien er sprake is van een schade veroorzaakt door de exclusieve fout van het slachtoffer zal deze volledig voor zijn schade dienen in te staan. Indien daarentegen de schade veroorzaakt is door een samenloop van de fout van het slachtoffer en de daad van het dier wordt een onderscheid gemaakt tussen verwacht en onverwacht gedrag:

Bij onverwacht gedrag (vb. paard slaat op hol): blijft de houder van het dier alleen verantwoordelijk. Bij verwachtbaar gedrag (paard geeft een klap bij onvoorzichtig lopen omheen een paard) is er gedeelde aansprakelijkheid

Overige aansprakelijkheidsvorderingen wegens schade door dieren op grond van fout:

- vordering tegen de verkoper (gebrek aan inenting)
- vordering tegen de dierenarts (gebrek aan inenting of verkeerde inschatting gevaar)
- vordering wegens het nemen van onvoldoende voorzorgsmaatregelen

Deze vorderingen kunnen zowel door het slachtoffer tegen de verantwoordelijke voor deze fout als door de bewaarder van het dier bij terugvordering worden gesteld.

Rechtsleer: Aansprakelijkheid voor dieren: ;Invloed van de fout van het slachtoffer als vreemde oorzaak, Stephane Vereecken, in NJW143, 434

Rechtspraak,

• Gent 30/05/05 NJW 143,467.

Tijdens een wandeling met paarden slaat één van de paarden zijn benen achteruit. Dit is voor een paard niet onvoorzienbaar. DE getroffen ruiter heeft dus onvoorzichtig gehandeld, het risico aanvaard en dient in te staan voor de schade.

• Rb. Bergen (1e k.) 11 februari 2004, R.G.A.R. 2006, afl. 8, nr. 14160 en 14162.

Het slachtoffer dat de hele avond in de nabijheid van een hond is geweest en het dier zelfs probleemloos heeft kunnen aaien, kon niet voorzien dat het dier agressief zou reageren toen zij voorover boog om de gastvrouw te begroeten, aangezien zij geen enkel agressief of bruusk gebaar doch enkel een heel gebruikelijk gedrag heeft vertoond.
Dat de eigenaars van het dier haar niet hebben verwittigd toen zij naar de gastvrouw toe is gestapt om haar te omhelzen en dat deze laatste niet is opgestaan betekent dat de eigenaars even verrast waren door de reactie van het dier als het slachtoffer.

• Pol. rb. Brugge 05/02/2004, R.W. 2006-2007, 851.

Wie ten verzoeke van de eigenaar even diens hond buitenlaat is geen bewaarder in de zin van art. 1385 B.W.. De meester van het dier is aansprakelijk of de persoon die net zoals de meester de feitelijke zeggenschap over het dier kan uitoefenen.
Voor de toepassing van art. 1385 BW is een autonome gedraging van het dier noodzakelijk die de schade heeft veroorzaakt, waarbij het dus de daad van het dier moet zijn die in causaal verband staat met de schade.

• Antwerpen en 5 april 2006, RABG, 2007/19, 1295.

De bewaarder van een dier is aansprakelijk op grond van artikel 1385 van het Burgerlijk Wetboek wanneer de schade te wijten is aan een autonoom gedraging van een dier. Een hond die voor of tussen de benen van het slachtoffer loopt waardoor deze struikelt en valt vertoont een dergelijk autonoom gedrag. De aansprakelijkheid voor dieren is een foutloze aansprakelijkheid. De afwezigheid van fout in hoofde van de bewaarder is dus volkomen irrelevant. De aansprakelijkheid van de bewaarder werd dan ook weerhouden. zie voor het integraal vonnis: struikelen over een hond

• Gent (16e k.) nr. 2002/AR/2637, 12 november 2004, De Verz. 2006, afl. 4, 445

Artikel 1385 BW viseert in de eerste plaats de eigenaar van het dier. De eigenaar gaat vrijuit als hij de bewakingsbevoegdheid, gelijk aan die van de eigenaar, aan een ander heeft overgedragen.
Tijdens het vervoer wordt de bewaring van de vervoerde dieren overgedragen aan de veevervoerder.

• Politierechtbank Brugge, 11 mei 2004, rechtskundig weekblad 2006-2007 kon 1735
 

De persoon die een verdwaalde hond meeneemt met de bedoeling om het dier terug aan zijn eigenaar te bezorgen kan niet beschouwd worden als een bewaarder in de zin van artikel 1385 Burgerlijk Wetboek.

Maar wie na een ongeval een gewonde hond opneemt en door die hond wordt gebeten, kan aanzien worden als hebbende het schade verwekkend feit van het dier te hebben uitgelokt, waardoor de fouten van de aansprakelijke eigenaar is uitgeschakeld.

En wie een weggelopen hond uitlaat via het achterportier van zijn auto aan de straatzijde, op het ogenblik dat een andere auto in aantocht is en gaat een fout in de zin van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek.

• Hof van Beroep te Antwerpen, 2e Kamer – 27 april 2005, RW 2007-2008, 581, spelen met een hond die men niet kent

De persoon die ongevraagd met een voor hem vreemde hond speelt, terwijl hij zich met zijn aangezicht ter hoogte van de muil van de hond bevindt, begaat een fout in de zin van art.1382

"...

1.Op 4december 1996 werd geïntimeerde in café V. te E. in het gezicht gebeten door de dobermann van de verzekerde van appellante toen zij met de hond speelde. Hierdoor raakte geïntimeerde gewond. Er werd een minnelijke medische expertise georganiseerd.

2.De oorspronkelijke eis van geïntimeerde strekt tot de veroordeling van appellante tot betaling van 10.028,20 euro, vermeerderd met de vergoedende interesten, de gerechtelijke interesten en de kosten van het geding. Met deze eis beoogt geïntimeerde de vergoeding van haar schade ten gevolge van de hierboven vermelde feiten.

...

Beoordeling

Geïntimeerde heeft haar eis tegen appellante gebaseerd op art.1385 B.W.

Er bestaat geen betwisting over het feit dat de verzekerde van appellante eigenaar is van het dier en dat hij op het ogenblik dat het dier beet tevens de bewaring over het dier had. Evenmin bestaat betwisting over het feit dat de hond van de verzekerde van appellante geïntimeerde in het aangezicht beet. Ten slotte wordt niet betwist dat de door geïntimeerde geleden schade werd veroorzaakt door deze gedraging van het dier.

Art.1385 B.W. bepaalt dat de eigenaar van een dier aansprakelijk is voor de schade die door het dier is veroorzaakt, hetzij het onder zijn bewaring stond, dan wel verdwaald of ontsnapt was. Deze aansprakelijkheid is een objectieve aansprakelijkheid, zodat de bewaarder van het dier, van zodra bewezen is dat alle toepassingsvoorwaarden van art.1385 B.W. zijn vervuld, zich enkel van zijn aansprakelijkheid kan bevrijden door een vreemde oorzaak van de schade aan te tonen. Het is appellante als verzekeraar van de eigenaar van het dier die deze vreemde oorzaak moet bewijzen.

Appellante voert aan dat het gebeuren, en bijgevolg de schade, volledig en uitsluitend werd veroorzaakt door het gedrag van het slachtoffer zelf.

Appellante moet aldus bewijzen dat geïntimeerde een fout heeft begaan in de zin van art.1382 B.W. die in oorzakelijk verband staat met de geleden schade.

Uit het strafdossier blijkt dat geïntimeerde ongevraagd met het voor haar vreemde dier speelde, waarbij zij gehurkt zat bij de hond. Dit gedrag van geïntimeerde maakt ongetwijfeld een overtreding van de algemene zorgvuldigheidsnorm uit, zodat de fout van geïntimeerde in de zin van art.1382 B.W. vaststaat.

Hierbij doet het niet ter zake of geïntimeerde gehurkt zat voor dan wel naast de hond. Het staat vast dat zij zich met haar gezicht ter hoogte van de muil van de hond bevond.

Het feit dat de eigenaar van de hond geïntimeerde niet waarschuwde over het angstige karakter van de hond, noch de hond naar zich toetrok, doet geen afbreuk aan het feit dat het gedrag van geïntimeerde een schending uitmaakt van de algemene zorgvuldigheidsnorm van art.1382 B.W.

Deze overtreding van de algemene zorgvuldigheidsnorm door geïntimeerde staat in oorzakelijk verband tot de schade, die zich niet zou hebben voorgedaan zoals ze zich in concreto voordoet indien geïntimeerde deze schending van de algemene zorgvuldigheidsnorm niet zou hebben begaan.

Zelfs wanneer, zoals geïntimeerde beweert, de hond zou hebben gepanikeerd omdat hij verstrikt geraakte in zijn leiband, zou de schade zich niet hebben voorgedaan zoals ze zich voordoet wanneer geïntimeerde de hierboven beschreven onvoorzichtigheden niet zou hebben begaan.

De fout van geïntimeerde in oorzakelijk verband met de schade is dan ook bewezen.

Appellante bewijst echter niet dat het gebeuren uitsluitend zou zijn veroorzaakt door het gedrag van geintimeerde.

Het staat vast dat het dier geïntimeerde in het aangezicht beet.

Zoals hierboven gezegd, is aan de voorwaarden van art.1385 B.W. voldaan, zodat de objectieve aansprakelijkheid van de verzekerde van appellante als eigenaar van het dier vaststaat.

Daar de schade het gevolg is van zowel de daad van het dier als van de onvoorzichtigheid van geïntimeerde, wordt de aansprakelijkheid bij helften verdeeld."

•• Het kattenvonnis van de vrederechter te Roeselare, Vredegerecht te Roeselare, 21 april 2005, RW 2007-2008, 1511

A. Feitelijke gegevens

Volgens de gegevens gehecht aan de inleidende dagvaarding zijn verweerders gehuwd voor de ambtenaar van de burgerlijke stand te Roeselare op 10 juli 1980 en sinds 7 juli 1986 samenwonende te Roeselare, (...), tot tweede verweerder (nummering in volgorde van de inleidende exploten van dagvaarding) op 22 september 2004 afgeschreven werd naar het adres te Lichtervelde, (...).

Het litigieuze schadegeval van 11 december 2003 dateert van tijdens het samenwonen van verweerders.

Tweede aanlegster is de zus van eerste verweerster.

Nopens de feiten werd geen strafdossier opgemaakt. Wel ligt een schriftelijke verklaring voor van zowel tweede aanlegster als eerste verweerster.

Nopens de feiten verhaalden zij respectievelijk:

– tweede aanlegster: «Op 11 december 2003 was ik bij mijn zus (eerste verweerster) op bezoek. Haar dochter, Veerle, was ook aanwezig. We waren samen aan de computer bezig. Mijn zus schonk koffie in en toen we recht stonden om die uit te drinken zat de poes op tafel. Ik nam haar gewoon van de tafel in mijn armen. Het is trouwens een poes die ik goed ken. Soms komt ze vanzelf op mijn schoot. Maar deze keer viel ze me letterlijk aan, zonder enige vorm van aanleiding. Ik voelde iets (een krabbel of een beet, ik weet het eigenlijk zelf niet?). Direct was het allemaal bloed. Mijn bovenlip lag helemaal open, van onder mijn neus tot in mijn mond. Mijn zus heeft me direct naar spoedopname gebracht waar de wonde (ongeveer 2 cm) moest worden gehecht. Ik weet ondertussen dat ik een litteken zal overhouden (dokter, verpleegster, huidspecialisatie). Ik weet ook dat ik de poes zeker niet hardhandig had aangepakt!».

– eerste verweerster: «Bij deze verklaar ik de poes die mijn zus (tweede aanlegster) aanviel reeds vijf jaar te hebben. We hadden ze toen ze acht weken oud was. (Tweede aanlegster) komt hier regelmatig op bezoek (ongeveer één keer per week) en komt daarbij steeds met onze drie poezen in contact, waaronder dus ook die waarmee het ongeval gebeurde. De dag van het ongeval zat de poes op tafel en (tweede aanlegster) wilde ze gewoon op de grond zetten, toen deze om onverklaarbare reden (tweede aanlegster) aanviel en haar krabde en beet, met de gekende gevolgen. Mijn zus heeft zelf al altijd enkele katten en weet dus hoe ze moeten behandeld worden».

Tot slot verhaalde B. Veerle, dochter van eerste verweerster (van welke eerstgenoemde de meerderjarigheid door partijen niet betwist wordt), op 3 juli 2004: «(Tweede aanlegster) kwam op 11 december 2003 bij ons op bezoek. Mijn moeder was met (tweede aanlegster) bezig aan de PC. (Tweede aanlegster) wilde haar koffie van de tafel nemen en zag toen onze kat waarmee het ongeval gebeurde, op de tafel zitten. Toen zij de kat op de grond zette, viel deze haar aan zonder aanwijsbare reden. (Tweede aanlegster) kende onze kat, die wij reeds vijf jaar hebben, zeer goed. Zij had nog nooit eerder agressie vertoond tegenover (tweede aanlegster)».

...

B. Voorwerp van het geschil

Bij dagvaardingen van 29 oktober en 2 november 2004 vorderen aanleggers solidaire veroordeling van verweerders tot betaling:

a) Aan de huwgemeenschap van aanleggers:

– medische kosten: 273,44 euro;

– administratiekosten: 75,00 euro;

– samen: 348,46 euro.

b) Aan tweede aanlegster persoonlijk:

– morele schade: 250,00 euro;

– esthetische schade: 750,00 euro;

– totaal: 1.000,00 euro;

– voorbehoud eventueel uitvoeren littekencorrectie.

Verweerders bepleiten de afwijzing van de vordering als toelaatbaar, maar ongegrond.

C. Inzake het principe van de aansprakelijkheid

...

c. Beoordeling

1. Door verweerders wordt hun beider principiële betrokkenheid ten tijde van het schadegeval, in hun hoedanigheid van eigenaar dan wel bewaarder van de betreffende kat niet principieel bestreden.

De kat in kwestie betrof in concreto een huisdier waarvan in die omstandigheden de associatie met de term «poeslief» een uitgangspunt betreft.

De uitdrukking dat «een kat die niet zonder handschoenen aan te pakken is» is daarop een legendarische uitzondering: er zijn nu eenmaal ook «wilde» katten waarvan het temperament risicovol is, en alsdan door de eigenaar ook noodzakelijkerwijze geweten, maar in casu ontkend door verweerders zelf (vgl. i.v.m. een «temperamentvol paard»: Antwerpen 28 juni 2000, A.J.T. 2001-2002, 62).

Een poes aaien, vastnemen of opheffen behoort traditioneel tot de meest onschuldige huiskamerscènes, des te meer tussen familieleden onderling. Bij die gelegenheid het gezicht dicht bij het dier te houden impliceert geen risicoaanvaarding (welk begrip eveneens reeds een fout of nalatigheid van het slachtoffer impliceert – zie Rb. Ieper 12 december 1997, T.W.V.R. 1997, 159).

De vergelijking kan dan worden gemaakt met wie zich achter het paard (en per definitie) ook achter de hoeven ervan) bevond (Rb. Brugge 8 oktober 1992, Pas. 1992, II, 110) of zich tussen grote vechtende honden te plaatsen (Brussel 28 januari 1993, R.G.A.R. 1995, nr. 12.448).

2. Hoewel art. 1385 B.W. een wettelijk en niet weerlegbaar vermoeden van schuld voor de schade die door het dier is veroorzaakt instelt ten laste van de eigenaar, sluit dit artikel niet uit dat de eigenaar niet aansprakelijk is bij gebrek aan oorzakelijk verband, onder meer wanneer het dier niet abnormaal noch voorzienbaar handelt, en de schade wordt veroorzaakt door een fout van het slachtoffer, waardoor elke mogelijke fout van de eigenaar als oorzaak van schade wordt uitgeschakeld (Brussel 15 mei 2000, Verkeersrecht 2001, 19). In dit laatste geval preciseerde het Hof van Cassatie dat het alsdan gaat om «een fout (van het slachtoffer) die aanleiding gaf tot de gedraging van het dier, en waardoor elke mogelijke fout van de eigenaar of bewaarder als oorzaak van de schade wordt uitgeschakeld» (Cass. 19 januari 1996, R. Cass. 1996, 187, nr. 462).

3. Een kat heeft – behoudens tegenover muizen – geen agressieve bewakingsfunctie zoals van bepaalde hondenrassen verwacht kan worden, wat alsdan een gepaste houding van het slachtoffer kon noodzaken (Rb. Bergen 25 oktober 1995, R.G.A.R. 1997, nr. 12.765; Rb. Veurne 10 oktober 1996, De Verz. 1997, 147, met noot, omtrent twee Bernardushonden; Rb. Turnhout 2 mei 1996, Turnhouts Rechtsleven 1995-96, 71, in verband met Mechelse herdershond in afgesloten achtertuin; Rb. Leuven 16 oktober 1996, De Verz. 1998, 106, met noot in verband met Duitse herdershond).

4. De vergelijking kan in casu inderdaad eerder worden gemaakt met het geval van de door bezoekers als «zacht huiselijk en adorabele» chimpansee van wie verwacht kan worden dat de «gebruikelijke bezoekers van het huis er de vrienden van werden» (zakelijke vertaling, Rb. Luik 10 april 1997, De Verz. 1998, 109, met noot).

Het optillen van het dier in functie van het zetten van de koffietafel is geen «abnormaal manoeuvre» waarvan het «algemeen geweten is dat dieren erg worden opgeschrikt» (vgl. Vred. Westerlo 25 september 1996, R.W. 1997-98, 1053, met noot, in verband met een landingsmanoeuvre van een luchtballon).

De situatie van tweede aanlegster in haar sinds jaar en dag vertrouwde omgang met het dier is niet die van wie een wildvreemde hond op straat streelt en daardoor een gedraging uitlokt die op zichzelf niet abnormaal of onvoorzienbaar zou zijn (Antwerpen 17 februari 1999, A.J.T. 1999-2000, 625; Brussel 30 september 1987, T.B.B.R. 1989, 248, met noot).

Een slachtoffer begaat bijvoorbeeld geen enkele fout door een stoel naar zich toe te trekken waarop een kat slaapt die ze wil vastnemen (Rb. Doornik 24 maart 1994, R.G.A.R. 1996, nr. 12.560).

De casus is dus ook te vergelijken met wie een «normaal tamme en zachtaardige tekkel» benadert (of in het beoordeelde geval: zelfs de doorgang poogt te verhinderen: Bergen 6 september 1994, R.G.A.R. 1995; nr. 12.541); wanneer men in die omstandigheden in het gezicht wordt gebeten, is de bewaarder van het dier waar het slachtoffer op bezoek was, aansprakelijk.

De gedraging van tweede aanlegster was niet van aard om het door haar vertrouwde dier te doen opschrikken (vgl. Vred. Gent 6 december 1999, T.B.B.R. 2002, 239, omtrent wie over de voorpoten van een vertrouwde hond stapt waarna de hond plots recht springt.

De Rechtbank besluit dan ook tot de aansprakelijkheid van beide verweerders.

...
vergelijk: Hof Antwerpen 27 april 2005, R.W. 2007-08, 581.

•• Hof van Beroep Brussel (www.juridat.be) 27/07/2008:

II. De Feiten.

2.1. De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis.

2.2. Samengevat komt het hierop neer dat op 5 juli 2001 het dochtertje van appellante samen met L., het dochtertje van geïntimeerden, speelde in de tuin van appellante.

Appellante is eigenares van een Pyreneese berghond die de dag van de feiten vastgebonden was aan de schommel.

Tijdens het schommelen werd L. - die toen 8 jaar oud was - in haar rug en linkerdij gebeten door de hond. Volgens appellante zou L. de hond gestampt hebben en zou daarom haar hond gebeten hebben. Er dienden vijf wonden te worden gehecht.

Van deze feiten werd geen strafdossier opgesteld. Er zijn alleen verslagen voorhanden van een arts aangesteld door AGF Belgium.

III. Beoordeling.

3.1. In het beschikkend gedeelte van haar conclusie vraagt appellante de oorspronkelijke vordering niet ontvankelijk te verklaren zonder verdere precisering.

Er zijn geen ambtshalve middelen op te werpen m.b.t. de ontvankelijkheid van de oorspronkelijke vordering zodat deze wel degelijk ontvankelijk is.

3.2. De vordering van geïntimeerden is gesteund op artikel 1385 B.W.

Er bestaat geen betwisting dat appellante eigenares is van de bijtende Pyreneese berghond en dat zij op het ogenblik van de feiten de bewaarder van het dier was.

Appellante meent echter dat L. zelf een fout beging door de hond te stampen minstens dat zij een risico nam om te gaan schommelen in de nabijheid van de hond (= leer van de risico - aanvaarding). Zij verwijt de ouders van L. ook een gebrek aan toezicht of een gebrek in hun opvoeding (= inbreuk op artikel 1384, lid 2 B.W.).

3.2. Artikel 1385 B.W. bepaalt dat voor de schade veroorzaakt door een dier, de eigenaar van het dier, dat onder zijn bewaring staat, aansprakelijk is.

Het vermoeden van artikel 1385 B.W. is een wettelijk onweerlegbaar vermoeden. Wanneer aan de toepassingsvoorwaarden van deze bepaling is voldaan, kan de bewaarder van het dier zich enkel bevrijden door het bewijs van een vreemde oorzaak, overmacht, fout van het slachtoffer, daad van een derde aan te voeren.

3.3. In deze werd zelfs geen repressief dossier opgesteld zodat totaal onduidelijk is wat zich juist heeft voorgedaan op die bewuste 5 juli 2001.

Het enige wat vaststaat - en door partijen niet wordt betwist - is dat de Pyreneese Berghond van appellante tijdens het schommelen door de kinderen, vastgebonden lag aan die schommel.

Het feit dat het slachtoffer L. tijdens dat schommelen naar de hond zou hebben gestampt, is derhalve niet bewezen. De uitleg die appellante in het algemeen wijdt aan het temperament van een Pyreneese Berghond is bijgevolg niet pertinent.

3.4. Appellante meent verder dat L. een risico nam door te gaan schommelen op een schommel waaraan een hond was vastgebonden.

De leer van de risico - aanvaarding (die geen zelfstandige rechtsfiguur is, maar een toepassing van de artikelen 1382 en 1383 B.W.) kan enkel in aanmerking genomen worden bij foutieve risico - aanvaarding, met name wanneer de gedraging van het slachtoffer wijst op een fout van het slachtoffer zelf (het bewustzijn dat er risico's worden genomen, gekoppeld aan het nalaten van het nemen van de nodige voorzorgsmaatregelen). Risico - aanvaarding is derhalve enkel foutief wanneer het optreden van het slachtoffer een uitzonderlijk gevaar inhoudt en dit laatste een buitensporig en evident risico op zich neemt met het besef van een " uitzonderlijk gevaar ". Het moet dus gaan om een foutief gedrag in de mate dat, door zich te begeven in een gevaarlijke situatie, het slachtoffer de zorgvuldigheidsnorm schendt.

Een schommel dient om te schommelen. Het feit dat de hond van appellante hieraan vastgebonden lag, was voor L. geen gevaarlijke situatie gezien zij er zich mocht aan verwachten dat de hond tegen het schommelen kon. Indien dit niet het geval was, had appellante haar hond ergens anders moeten onderbrengen, zeker met twee spelende kinderen in huis waarvan één een vriendinnetje was dat niet vertrouwd was met het dier.

Er is dus in deze geen sprake van risico - aanvaarding.

3.5. Appellante verwijt tenslotte aan geïntimeerden een gebrek aan toezicht minstens een gebrek in de opvoeding van L. (= toepassing van artikel 1384, lid 2 B.W.).

De ouders kunnen enkel aansprakelijk gesteld worden voor een onrechtmatige daad gepleegd door hun kind dat minderjarig is.

Er werd reeds aangetoond dat geen enkel bewijs voorhanden is dat L. enige fout beging noch door te beslissen te gaan schommelen in de nabijheid van de hond noch tijdens het schommelen.

De aansprakelijkheid van de ouders is in deze zaak dus niet aan de orde.

3.6. Op grond van oordeelkundige motieven die het hof hierbij herneemt, heeft de eerste rechter terecht de vordering van geïntimeerden in hun hoedanigheid van beheerders van de huwelijksgemeenschap herleid tot 214,03 euro plus de vergoedende intresten vanaf de gemiddelde datum.

3.7. Voor wat de schadevergoeding betreft die geïntimeerden vorderen in hun hoedanigheid van beheerders over de persoon en de goederen van hun minderjarige dochter L. gelden hierna volgende opmerkingen:

- Morele schade tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

Voor de eerste rechter werd voor deze post een bedrag gevorderd van 24,79 euro per dag aan 100% terwijl thans een bedrag gevorderd wordt van 25 euro per dag aan 100% conform de indicatieve tabel van mei 2004.

Deze post wordt door geïntimeerden exact begroot op 321,75 euro en wordt dus toegekend.

Het bestreden vonnis wordt op dit punt hervormd.

- Meerinspanningen:

De eerste rechter merkte reeds op dat geen bewijzen voorhanden zijn van enige meerinspanning tijdens de zomervakantie van 2001.

Deze post werd dan ook terecht afgewezen.

- Esthetische schade:

De adviserende geneesheer van geïntimeerden raamde deze schade op 2,5 op de schaal van 7.

Voor deze post vragen geïntimeerden een bedrag van 1.487,36 euro dat gelet op de concrete omstandigheden terecht werd toegekend door de eerste rechter.

Geïntimeerden bepalen andermaal de consolidatiedatum op 1 september 2001 terwijl de eerste rechter reeds had opgemerkt dat uit het verslag van hun eigen geneesheer blijkt dat de letsels werden geconsolideerd op 5 augustus 2002 (zie verslag Dr. L. Van Hoof en Dr. J. Desloovere van 13 augustus 2002, p.3, laatste alinea, stuk 1b dossier geïntimeerden).

3.8. M.b.t. de rechtsplegingsvergoeding vragen beide partijen om de toepassing van het basistarief dat zij terecht begroten op 400 euro (de gevraagde hoofdsom bedraagt 2.300,99 euro , plus de vergoedende intresten tot 27 januari 2003).

Deze komt toe aan geïntimeerden als de in het gelijk gestelde partijen.

Rechtsleer: Overzicht rechtspraak Kwalitatieve aansprakelijkheid TPR 2011-2, 349


 


 

Nog dit: 

De aansprakelijkheidsregeling voor dieren rust niet op een vermoeden van schuld, maar houdt een risico-aansprakelijkheid. in.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:16
Laatst aangepast op: di, 04/07/2017 - 17:39

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.