-A +A

Aansprakelijkheid vennooten in vennootschap onder firma

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Krachtens art. 204 W.Venn. zijn de vennoten onder firma hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap, ook al heeft een enkele vennoot getekend, mits dit namens de vennootschap is geschied.

Vennoten onder firma zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap, ook al zijn deze ontstaan vóór het tijdstip van hun toetreding tot de vennootschap.

Een nieuwe vennoot in een VOF is niet enkele gehouden voor de verbintenissen die zijn ontstaan nadat hij de aandelen heeft overgenomen van een vorige vennoot. De nieuwe vennoot-overnemer is ook aansprakelijk  voor het bestaande passief op het ogenblik van zijn intrede in de vennootschap”.

Volgens art. 209 W.Venn. kan de overdracht van deelneming, wanneer zij door het vennootschapscontract is toegelaten, slechts geschieden met inachtneming van de vormen van het burgerlijk recht en kan zij geen gevolg hebben ten aanzien van de verbintenissen die vóór haar openbaarmaking zijn aangegaan.

Uit art. 204 en 209 W.Venn. volgt dat de vennoten onder firma die hun deelneming hebben overdragen, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle verbintenissen van de vennootschap die vóór de overdracht zijn aangegaan.

De omstandigheid dat de schuldeisers wier schuldvorderingen zijn ontstaan nadat een vennoot zijn deelneming heeft overgedragen, deze niet kunnen aanspreken, staat er niet aan in de weg dat deze vennoot gehouden is ten aanzien van alle schuldeisers wier schuldvorderingen voordien zijn ontstaan.

De algemene opdracht van de curator bestaat erin de activa van de gefailleerde te gelde te maken en het provenu te verdelen.

De noodzaak van een efficiënte afwikkeling van het faillissement en de gelijke behandeling van de schuldeisers maken dat de curator gerechtigd is de vorderingsrechten uit te oefenen tegen een derde die dient in te staan voor de schulden van de gefailleerde wanneer die gehoudenheid bestaat tegen alle schuldeisers, ook al behoren die vorderingsrechten niet toe aan de gefailleerde.

De gehoudenheid tegenover alle schuldeisers bestaat, ook al is de omvang van die gehoudenheid verschillend.

Hieruit volgt dat een gedifferentieerde gehoudenheid van uittredende vennoten van een vennootschap onder firma er niet aan in de weg staat dat de curator zijn vorderingsrecht uitoefent tegen al deze vennoten.

(Cass.7 november 2013, RW 2014-2015, 21)

uittreksel uit de vennootschapswet:

- De vennootschap onder firma en de gewone commanditaire vennootschap.

TITEL I. - Definities.
Art. 201. De vennootschap onder firma is een vennootschap die wordt aangegaan tussen hoofdelijk aansprakelijke vennoten en die tot doel heeft, (...) een burgerlijke activiteit of een handelsactiviteit uit te oefenen. <W 2001-01-23/30, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 06-02-2001>
Art. 202. De gewone commanditaire vennootschap is een vennootschap die wordt aangegaan tussen één of meer hoofdelijk aansprakelijke vennoten, beherende vennoten genoemd, en één of meer geldschieters, stille vennoten genoemd.

TITEL II. - Aansprakelijkheid.
Art. 203. Vennoten in een vennootschap onder firma of in een gewone commanditaire vennootschap kunnen niet persoonlijk worden veroordeeld op grond van verbintenissen van de vennootschap zolang deze niet zelf is veroordeeld.
Art. 204. De vennoten onder firma zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap, ook al heeft een enkele vennoot getekend, mits dit (namens de vennootschap) geschied is. <W 2001-01-23/30, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 06-02-2001>
Art. 205. Wanneer er twee of meer onbeperkt aansprakelijke vennoten zijn, is de vennootschap onder firma ten aanzien van deze vennoten en een gewone commanditaire vennootschap ten aanzien van de geldschieters.
Art. 206. De stille vennoot staat voor de schulden en verliezen van de vennootschap slechts in tot het bedrag dat hij beloofd heeft te zullen inbrengen.
Hij kan door derden worden verplicht de hem uitgekeerde rente en dividenden terug te betalen, indien ze niet genomen zijn uit de werkelijke winst van de vennootschap, en is er in dat geval bedrog, kwade trouw of grove nalatigheid van de zaakvoerder, dan kan de stille vennoot hem vervolgen tot betaling van wat hij heeft moeten teruggeven.
Art. 207. § 1. Een stille vennoot mag geen enkele daad van bestuur verrichten, zelfs niet krachtens een volmacht.
Adviezen en raadgevingen, daden van controle, alsmede machtigingen aan zaakvoerders gegeven voor handelingen die buiten hun bevoegdheid liggen, verbinden de stille vennoot niet.
§ 2. Een stille vennoot is ten aanzien van derden hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap, waaraan hij heeft meegewerkt met overtreding van de verbodsbepaling van § 1.
Hij is ook voor verbintenissen waaraan hij niet heeft meegewerkt, hoofdelijk aansprakelijk jegens derden, indien hij er een gewoonte van gemaakt heeft de zaken van de vennootschap waar te nemen of indien zijn naam in de naam van de vennootschap voorkomt.
Art. 208. Indien bedongen is dat de vennootschap bij overlijden, wettelijke onbekwaamheid of verhindering van de zaakvoerder, zal voortgaan, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel, in elk van die gevallen, voor zover de statuten niet anders bepalen, op verzoek van een belanghebbende, een stille vennoot of enig ander persoon als bewindvoerder aanstellen om de dringende daden van louter beheer te verrichten geMatisse Homo ludendurende de bij de beschikking vast te stellen tijd, zonder dat deze een maand te boven mag gaan.
De voorlopige bewindvoerder is niet verder aansprakelijk dan voor de uitvoering van zijn opdracht.
Iedere belanghebbende kan in verzet komen tegen de beschikking; het verzet wordt betekend zowel aan de aangestelde persoon als aan hem die de aanstelling heeft gevorderd. Op het verzet wordt beslist in kortgeding.

rechtspraak

• Hof van Cassatie, 1e Kamer – 19 december 2008, RW 2008-2009, 1428, NOOT – Het lot van de (werkende) vennoten bij het faillissement van een V.O.F. of Comm.V. lees deze noot met het paswoord van RW

1. Personen die handel drijven onder firma (als vennoot in een V.O.F. of werkende vennoot in een Comm.V.) ontlenen de hoedanigheid van koopman aan hun lidmaatschap van de vennootschap. De faillietverklaring van een V.O.F. casu quo Comm.V. impliceert dat is vastgesteld dat alle vennoten casu quo de beherende vennoten hebben opgehouden te betalen en dat hun krediet is geschokt.

2. De noodzaak van een efficiënte afwikkeling van het faillissement en de gelijke behandeling van de schuldeisers maken dat de curator gerechtigd is de vordering tot aanzuivering van het passief van de failliete vennootschap tegen de met de vennootschap hoofdelijk gehouden vennoten in te stellen.

Faillissement Comm.V. G. t/ G. e.a.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 15 februari 2007 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

1. Luidens art. 202 W.Venn. is de gewone commanditaire vennootschap een vennootschap die wordt aangegaan tussen één of meer hoofdelijk aansprakelijke vennoten, beherende vennoten genoemd, en één of meer geldschieters, stille vennoten genoemd.

2. Krachtens art. 205 W.Venn., is de vennootschap onder firma ten aanzien van de onbeperkt aansprakelijke vennoten, en een gewone commanditaire vennootschap ten aanzien van de geldschieters.

3. Personen die handel drijven onder firma worden geacht koopman te zijn. Zij ontlenen die hoedanigheid aan hun lidmaatschap van de vennootschap.

4. Alle vennoten van een vennootschap onder firma worden als kooplieden aangemerkt. De faillietverklaring van een vennootschap onder firma impliceert dat is vastgesteld dat alle vennoten hebben opgehouden te betalen en dat hun krediet is geschokt.

5. Aldus dienen ook de beherende vennoten van de gewone commanditaire vennootschap als kooplieden te worden aangemerkt en heeft de faillietverklaring van de gewone commanditaire vennootschap het faillissement van de beherende vennoten tot gevolg.

6. Het arrest, dat overweegt dat een «met een handelsdoel opgerichte gewone commanditaire vennootschap noodzakelijk handelt door haar beherende vennoten (...) niet mee(brengt) dat deze wegens hun functie, zelf handelaar worden», en op die gronden oordeelt dat het faillissement van de vennootschap niet het faillissement van de vennoten tot gevolg heeft, schendt art. 202 W.Venn.».

Het middel is gegrond.

Tweede middel

8. De algemene opdracht van de curator bestaat erin de activa van de gefailleerde te gelde te maken en het provenu te verdelen.

9. De noodzaak van een efficiënte afwikkeling van het faillissement en de gelijke behandeling van de schuldeisers, maken dat de curator gerechtigd is de vorderingsrechten uit te oefenen tegen een derde die heeft in te staan voor de schulden van de gefailleerde wanneer die gehoudenheid bestaat tegen alle schuldeisers, ook al behoren die vorderingsrechten niet aan de gefailleerde toe.

10. De appelrechters die oordelen dat de curator niet gerechtigd is de vordering in te stellen tot aanzuivering van het passief van de failliete vennootschap tegen de met de vennootschap hoofdelijk gehouden vennoten, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Rechtspraak:

Cassatie 19/12/2008, RABG 2009/8, 529, met noot; D. Van Gerven,  De hoedanigheid van handelaar van de beherende vennoot van een gewone commanditaire vennoot

Personen die handel drijven onder firma worden geacht koopman te zijn. Zij ontlenen die hoedanigheid aan hun lidmaatschap van de vennootschap.

Alle vennoten van een vennootschap onder firma worden als kooplieden aangemerkt. De faillietverklaring van een vennootschap onder firma impliceert dat is vastgesteld dat alle vennoten hebben opgehouden te betalen en dat hun krediet is geschokt.

Aldus dienen ook de beherende vennoten van de gewone commanditaire vennootschap als kooplieden te worden aangemerkt en heeft de faillietverklaring van de gewone commanditaire vennootschap het faillissement van de beherende vennoten tot gevolg.

Een arrest, dat overweegt dat een "met een handelsdoel opgerichte gewone commanditaire vennootschap noodzakelijk handelt door haar beherende vennoten (...) niet mee(brengt) dat deze omwille van hun functie, zelf handelaar worden", en op die gronden oordeelt dat het faillissement van de vennootschap niet het faillissement van de vennoten tot gevolg heeft, schendt het artikel 202 van het Wetboek van Vennootschappen.

De algemene opdracht van de curator bestaat erin de activa van de gefailleerde te gelde te maken en het provenu te verdelen.

De noodzaak van een efficiënte afwikkeling van het faillissement en de gelijke behandeling van de schuldeisers, maken dat de curator gerechtigd is de vorderingsrechten uit te oefenen tegen een derde die heeft in te staan voor de schulden van de gefailleerde wanneer die gehoudenheid bestaat tegen alle schuldeisers, ook al behoren die vorderingsrechten niet aan de gefailleerde toe.




 


 

Advocatenkantoor Elfri De Neve helpt u bij de oprichting van een

- maatschap
- een stille handelsvennootschap
- GCV
- VOF
- CV
- Landbouwvennootschap
- ESV
 

- VZW
- Feitelijke verenigingen

Wij verschaffen verder advies bij oprichting en omvorming van:

- BVBA
- CVBA
- NV

 

 

 

 

Nog dit: 

Rechtspraak:

• Hof van Cassatie, 1e Kamer – 7 november 2013, RW 2014-2015, 21

samenvatting

Vennoten onder firma zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap, ook al zijn deze ontstaan vóór het tijdstip van hun toetreding tot de vennootschap.

De noodzaak van een efficiënte afwikkeling van het faillissement en de gelijke behandeling van de schuldeisers maken dat de curator gerechtigd is de vorderingsrechten uit te oefenen tegen een derde die dient in te staan voor de schulden van de gefailleerde wanneer die gehoudenheid bestaat tegen alle schuldeisers, ook al behoren die vorderingsrechten niet toe aan de gefailleerde. De gehoudenheid tegenover alle schuldeisers bestaat, ook al is de omvang van die gehoudenheid verschillend.

tekst arrest

AR nr. C.12.0570.N

Faillissement V.O.F. P.&P. t/ K.P., V.V. en J.S.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het Hof van Beroep te Brussel van 27 juni 2011 en 12 maart 2012.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

Tweede middel

5. Krachtens art. 204 W.Venn. zijn de vennoten onder firma hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap, ook al heeft een enkele vennoot getekend, mits dit namens de vennootschap is geschied.

Vennoten onder firma zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen van de vennootschap, ook al zijn deze ontstaan vóór het tijdstip van hun toetreding tot de vennootschap.

6. Uit het arrest van 27 juni 2011 blijkt dat:

– eerste en tweede verweerders V.O.F. P.&P. hebben opgericht in 2002;

– eerste en tweede verweerders hun aandelen op 29 januari 2005 hebben overgedragen aan de derde verweerder en aan W.;

– de derde verweerder en W. hun aandelen op 7 december 2006 hebben overgedragen aan D. en D.;

– de vof op 30 oktober 2007 failliet werd verklaard.

7. De appelrechter oordeelt dat “[de derde verweerder] enkel gehouden [kan] zijn voor de verbintenissen die zijn ontstaan nadat hij de aandelen heeft overgenomen van [de eerste verweerder] en [de tweede verweerster] op 29 januari 2005” en dat “de nieuwe vennoot-overnemer niet aansprakelijk [is] voor het bestaande passief op het ogenblik van zijn intrede in de vennootschap”.

Door aldus te oordelen schendt de appelrechter art. 204 W.Venn.

Het middel is gegrond.

Derde middel

8. Volgens art. 209 W.Venn. kan de overdracht van deelneming, wanneer zij door het vennootschapscontract is toegelaten, slechts geschieden met inachtneming van de vormen van het burgerlijk recht en kan zij geen gevolg hebben ten aanzien van de verbintenissen die vóór haar openbaarmaking zijn aangegaan.

Uit art. 204 en 209 W.Venn. volgt dat de vennoten onder firma die hun deelneming hebben overdragen, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle verbintenissen van de vennootschap die vóór de overdracht zijn aangegaan.

De omstandigheid dat de schuldeisers wier schuldvorderingen zijn ontstaan nadat een vennoot zijn deelneming heeft overgedragen, deze niet kunnen aanspreken, staat er niet aan in de weg dat deze vennoot gehouden is ten aanzien van alle schuldeisers wier schuldvorderingen voordien zijn ontstaan.

9. De algemene opdracht van de curator bestaat erin de activa van de gefailleerde te gelde te maken en het provenu te verdelen.

De noodzaak van een efficiënte afwikkeling van het faillissement en de gelijke behandeling van de schuldeisers maken dat de curator gerechtigd is de vorderingsrechten uit te oefenen tegen een derde die dient in te staan voor de schulden van de gefailleerde wanneer die gehoudenheid bestaat tegen alle schuldeisers, ook al behoren die vorderingsrechten niet toe aan de gefailleerde.

De gehoudenheid tegenover alle schuldeisers bestaat, ook al is de omvang van die gehoudenheid verschillend.

10. Uit het bovenstaande volgt dat een gedifferentieerde gehoudenheid van uittredende vennoten van een vennootschap onder firma er niet aan in de weg staat dat de curator zijn vorderingsrecht uitoefent tegen al deze vennoten.

11. De appelrechter die in het eindarrest van 12 maart 2012 oordeelt dat, aangezien geen van de verweerders als achtereenvolgende uittredende vennoten op gelijke wijze gehouden is ten aanzien van alle schuldeisers, de curator niet vorderingsrechtigd is, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

In zoverre is het middel gegrond.

...

NOOT onder dit arrest in het RW 2014-2015, Floris Parrein – Aansprakelijkheid van oude en nieuwe vennoten voor de schulden van de failliete V.O.F.

I. Inleiding

II. Aansprakelijkheid van vennoten van een vennootschap met onvolkomen rechtspersoonlijkheid voor vennootschapsschulden van vóór hun toetreding

met verwijzing naar:
• L. Fredericq, Traité de droit commercial belge, IV, Gent, Feycheyr, 1950, p. 323, nr. 196;
• J. Van Ryn, Droit commercial, I, Brussel, Bruylant, 1954, p. 292-293, nr. 414.
• Voor Nederland o.m.: J.M.M. Maeijer, Mr. C. Asser’s Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Wetboek, Bijzondere overeenkomsten, V, Maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, Zwolle, W.E.J. Tjeenk Willink, 1995, p. 333, nr. 280)
• H. Braeckmans en R. Houben, Handboek vennootschapsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2012, p. 69, nr. 99;
• K. Geens en M. Wyckaert, Beginselen van Belgisch privaatrecht, IV, Verenigingen en vennootschappen, II, De vennootschap, A, Algemeen deel, Mechelen, Kluwer, 2011, p. 755, nr. 457;
• J. Malherbe e.a., Droit des sociétés, Précis, Brussel, Bruylant, 2011, p. 390, nr. 656
• J. Ruysseveldt, De gewone commanditaire vennootschap, Antwerpen, Kluwer, 1997, p. 100, nr. 306;
• J. Ronse, J.-M. Nelissen Grade en K. Van Hulle, “Overzicht van rechtspraak (1978-1985). Vennootschappen”, TPR 1986, p. 975, voetnoot 16.
• Voor Frankrijk, zie reeds: A. Boistel, noot onder Cass. 23 november 1897, DP 1898, 321).
• Cass. 1 december 1925, Pas. 1926, 88
• Cass. 24 mei 2012, FJF 2013, 566, noot, Fiscoloog 2012, afl. 1302, 10, RABG 2013, 528, RW 2012-13, 1583, JDSC 2013, 21;
• D. Van Gerven, “Kroniek vennootschapsrecht 2012-2013”, TRV 2013, p. 572, nr. 41.
• Steitz in Henssler/Strohn, Gesellschaftsrecht, München, C.H. Beck, 2011, 348).
• P. Didier en P. Didier, Les sociétés commerciales, Parijs, Economica, 2011, p. 455, nr. 569
• Parijs 9 september 2003, Bull. Joly 2004, 395, noot F.-X. Lucas; M. Germain, Les sociétés commerciales, Parijs, L.G.D.J., 2009, p. 150, nr. 1183;
• F.-X. Lucas, “Obligation aux dettes sociales des associés en nom”, Bull. Joly 2004, 403).
• A.L. Mohr, Van personenvennootschappen, Deventer, Kluwer, 2009, 289-290
Ondernemingsrecht. Effectenrecht. Tekst en commentaar, Kluwer, 2009, 918)).

III. Bevoegdheid van de curator m.b.t. de vorderingsrechten tegen een derde die dient in te staan voor de schulden van de gefailleerde

• Cass. 19 december 2008, JDSC 2009, 23, noot M. Coipel, RPS 2008, 491, noot V. Simonart, RABG 2009, 529, noot D. Van Gerven, RW 2008-09, 1428, noot J. Vananroye, TRV 2009, 456, noot H. De Wulf

• Cass. 6 december 2012, JLMB 2013, 280, TBH 2013, 202.
• Antwerpen 15 februari 2007, TBH 2007, 368, noot H. De Wulf, JDSC 2008, 37, noot M. Coipel
• Cass. 19 december 2008), RW 2008-09, 1432 met noot
• Antwerpen 11 september 2003, TRV 2005, 119, noot J. Vananroye;
• Gent 14 november 2005, RW 2006-07, 1731;
• Kh. Gent 8 januari 2002, TGR 2002, 292;
• X. Dieux en Y. De Cordt, “Examen de jurisprudence (1991-2005). Les sociétés commerciales”, RCJB 2008, p. 460, nr. 25;
• D. Van Gerven, “Les associés commandités sont-ils par nature commerçants lorsque la société en commandite simple l’est? Quelques réflexions sur la personnalité morale des sociétés à responsabilité illimitée” (noot onder Cass. 19 december 2008), RCJB 2013, p. 449-450, nr. 31; D. Van Gerven, “Kroniek vennootschapsrecht 2012-2013”, TRV 2013, p. 613, nr. 155).
• H. De Wulf, “Het faillissement van onbeperkt aansprakelijke vennoten van een VOF en de taak en bevoegdheid van de curator” (noot onder Cass. 19 december 2008), TRV 2009, 479)

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: di, 02/09/2014 - 22:04
Laatst aangepast op: di, 02/09/2014 - 22:04

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.