-A +A

aanneming of verkoop

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

In ons Belgisch recht dient een onderscheid gemaakt tussen de koopovereenkomst enerzijds en de aannemingsovereenkomstanderzijds.

Een koopovereenkomst strekt in hoofdzaak tot de levering van een goed door de verkoper aan de koper en de betaling van de prijs door de koper aan de verkoper.

De aannemingsovereenkomst strekt in hoofdzaak tot het verrichten van een dienst door de aannemer ten opzichte van zijn cliënt en de verplichting van de cliënt tot betaling.

Het is evenwel vaak niet eenvoudig om de beide overeenkomsten ten opzichte uit  elkaar af te houden of te bepalen of de overeenkomst nu als een koop of een aaneming dient aanzien. Immers bij heel wat levering van goederen hoort een stukje uitvoering van werk of diensten en bij heel wat annemingswerken wordenookgoederen geleverd.

Aldus hebben sommige overeenkomsten een gemengd karakter.

Koop en aanneming worden beheerst door door verschillende regels, met totaal verschillende gevolgen, waarborgen, rechten en plichten.

toepassing bv. bij veranda of keukens

Het criterium om te bepalen of een aannemingsovereenkomst gesloten werd tussen partijen, dan wel een koop-verkoop van een toekomstige zaak, is de specificiteit van het goed (FLAMME, M.-A., et al., Le contrat d'entreprise. Chronique de jurisprudence 1990-2000, in: Les dossiers du Journal des Tribunaux, Larcier, Brussel, 2001, nrs. 11-13, pp. 27-30).

Indien het te maken goed specifiek is en dus gemaakt moet worden volgens de geheel of hoofdzakelijk individuele wensen en noden van de klant, dan is er sprake van aanneming. Gaat het integendeel om een veeleer gestandardiseerd product, dat bedacht en ontworpen is door de fabrikant in functie van de gangbare noden van een potentieel cliënteel en hooguit aan de situatie ter plaatse aangepast wordt, dan is er sprake van een koop-verkoop (voor de toepassing van de WHPC op de levering en oprichting van een veranda: Bergen, 24 juni 1994, D.C.C.R., 1995, 362, met noot De Vroede ‘Réaliser une véranda est une prestation de services’ (zij het dat deze uitspraak over reclame ging); Luik, 16 april 1998, J.L.M.B., 1998, 1829; Luik, 9 oktober 2003, R.R.D., 2003, 449; op de vervaardiging, de levering en de plaatsing van een huisje bij een zwembad: Bergen, 9 oktober 2000, geciteerd in BALLON, ‘Perikelen rond de bestelling van een schuilhuisje, A.J.T., 2001-2002, 81).

Plaatsing van keukens

Rechtspraak

•• HOF VAN BEROEP TE GENT 4 DECEMBER 2006 gepubliceerd in MD seminarsnieuwsbrief 21 januari 2008
 

De kwalificatie van de overeenkomst tussen partijen.

9. De vraag rijst of het leveren en plaatsen van een keuken een aannemingsovereenkomst uitmaakt, of integendeel een koop-verkoop (eventueel van een toekomstig goed) vormt. Het antwoordt bepaalt of artikel 1794 B.W., inzake aanneming, van toepassing is op de voorliggende situatie, dan wel of de WHPC toepasselijk is. Artikel 1.1. van de WHPC bepaalt dat ‘producten’ alle lichamelijke roerende zaken zijn. Op grond van artikel 1.2. van de wet zijn ‘diensten’ alle prestaties die een handelsdaad uitmaken of een ambachtsactiviteit bedoeld in de wet op het handelsregister.
In deze zaak gaat het niet om een ambachtsactiviteit.
Artikel 2 van het Wetboek van Koophandel bepaalt onder meer dat daden van koophandel zijn:
- alle verbintenissen van kooplieden betreffende zowel onroerende als roerende goederen, tenzij bewezen is dat ze een oorzaak hebben die vreemd is aan de koophandel;
- elk in hoofdzaak materieel werk verricht ingevolge huur van diensten, zodra het, zelfs op bijkomstige wijze, gepaard gaat met levering van koopwaar.
Er is geen betwisting met betrekking tot het feit dat geïntimeerde een verkoper is in de zin van artikel 1.6 WHPC en appellante een consument in de zin van artikel 1.7 van dezelfde wet.
Op grond van het voorgaande kan de levering en plaatsing van een keuken in principe onder het toepassingsgebied van de WHPC vallen.

10. ...

11. Om de volgende redenen is er in deze zaak een koop-verkoop aanwezig, waarop de WHPC van toepassing is.
In het voorliggende geval gaat het niet om een heel specifiek voorwerp, noch om een goed dat volledig of in ruime mate naar de maat en de eigen en bijzondere behoeften van appellante geconcipieerd en uitgevoerd moest worden.
In deze zaak is integendeel sprake van een concept van geïntimeerde (of haar Duitse leverancier) in functie van vaak voorkomende wensen van een potentieel cliënteel. Uit de bestelbon blijkt dat het hier gaat om een standaardproduct dat in serie vervaardigd wordt en waarvan de onderdelen uit een voorraad kunnen gehaald worden. De onderdelen moeten niet eerst speciaal voor appellante vervaardigd worden.
In casu gaat het om een toekomstig goed, dat de verwerende partij wellicht nog moest assembleren. Dit feit neemt evenwel niet weg dat het om een verkoop van een goed gaat. Ook het feit dat er nog een opmeting diende te volgen, zodat de keuken in het huis zou passen, is onvoldoende in het voorliggende geval om de koop als een aanneming van werk en niet als koopverkoop te kwalificeren.

Dat er nog enig handwerk vereist is om de geleverde keuken in de woning in te passen is tenslotte niet voldoende om te oordelen dat het om een aanneming gaat. Het individuele en specifieke karakter qua concept en uitvoering staat in deze zaak niet voldoende vast.
 

Nog dit: 

Koop of aanneming quid bij gemengde contracten

Hof van Beroep Antwerpen, 6 maart 2017, TBO 2018, 38, met noot  - Marco SCHOUPS en Dimitri VERHOEVEN, , Waterinsijpelingen en de tienjarige aansprakelijkheid, TBO 2018, 40

samenvatting

Indien de wil van partijen kan bepaald worden en het blijkt dat de verbintenissen die vervat liggen in de gemengde overeenkomst, vooral worden beheerst door één dominant contract-type, dan zal op basis van de absorptiemethode het gehele contract onderworpen zijn aan de regels die door dit dominante contracttype worden opgelegd.
Als overwegend criterium wordt het specificiteitscriterium weerhouden als de geobjectiveerde uiting van de wil van de partijen. Van een aanneming is er sprake indien het betreffende goed specifiek voor de behoeften van de opdrachtgever werd vervaardigd.

Voor de toepassing van artikel 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek moet aan drie voorwaarden voldaan zijn:

(1) er moet een aannemingsovereenkomst gesloten zijn

(2) deze overeenkomst moet een gebouw of een ander 'groot werk' van onroerende aard als voorwerp hebben en

(3) dit gebouw of werk moet aangetast zijn door een gebrek dat de stevigheid ervan in het gedrang brengt.

Wanneer een vochtinsijpeling progressief optreedt met waterinsijpeling in alle ramen met zeer grondige herstelling die zich hierbij opdringt aan glaswerk en schrijnwerk, waarbij en waardoor de windichtheid van een gebouw in het gedrag komst, is er sprake van stabiliteitsbedreigende gebreken in de zin van artikel 1792 B.W.

Tekst arrest

C. NV t./P.C.

1. Feitenrelaas

De feiten die aan dit geschil ten grondslag liggen, werden afdoende weergegeven in de bestreden vonnissen zodat het hof hiernaar verwijst.

Samengevat, heeft de nv C. na de overeenkomsten van 20 juni 2007 ten huize van mevrouw P. in oktober 2007 de materialen voor buitenschrijnwerk geleverd en geplaatst.

Volgens mevrouw P. doen er zich sinds 2010 waterinsijpelingen voornamelijk ter hoogte van de vaste kozijnen voor, is er schimmel tussen het glas en de vensterlatten verschenen en heeft de klink van de zijdeur geen veer meer. Zij bracht de nv C. hiervan op de hoogte en vervolgens stelde zij haar in gebreke.

2. Voorafgaande rechtspleging

Op 11 oktober 2012 bracht mevrouw P. de gedinginleidende dagvaarding uit om de nv C. te horen veroordelen tot vervanging van alle deur-, vensterraam- en raamkozijnen van de woning bij gebreke waarvan zij hiertoe op kosten van de nv C. gemachtigd zou worden. Ondergeschikt vroeg zij een deskundigenonderzoek te bevelen.

Na de verwijzing door de rechtbank van eerste aanleg te Nijvel werd bij het bestreden tussenvonnis van 11 september 2013 een deskundigenonderzoek bevolen.

Op 17 maart 2014 legde de deskundige zijn eindverslag neer. Hij adviseerde dat de gebreken het gevolg zijn van slechte kwaliteit van het plastisch voegwerk en foutieve plaatsingswijzen en weerhield de volledige aansprakelijkheid van de nv C.

Op 17 januari 2014 ging de nv C. over tot dagvaarding van de nv R. in tussenkomst en vrijwaring.

Bij bestreden vonnis van 22 september 2015 werd de nv C. conform de aangepaste vordering van mevrouw P. en het deskundigenverslag veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van 24.722,70 euro voor herstellingskosten, esthetische minwaarde en genotsderving, meer intresten en alle gerechtskosten. De eis tot vrijwaring ten aanzien van de nv R. werd als ongegrond afgewezen.

3. Eis in hoger beroep

De nv C. heeft enkel ten aanzien van mevrouw P. hoger beroep ingesteld om de bestreden vonnissen te horen hervormen, haar oorspronkelijke eis onontvankelijk, minstens ongegrond te verklaren en haar te veroordelen tot alle gerechtskosten.

Mevrouw P. vraagt het bestreden eindvonnis integraal te bevestigen en de nv C. tot de gerechtskosten te veroordelen. Bij wijze van incidenteel hoger beroep vraagt zij de nv C. ook te veroordelen tot de terugbetaling van de som van 166 euro, meer gerechtelijke intresten.

Bij tussenarrest van 8 februari 2016 werd de vraag van mevrouw P. tot voorlopige tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis reeds als ongegrond afgewezen.

Ter terechtzitting van 6 februari 2017 werden de debatten integraal hernomen omwille van de gewijzigde samenstelling van het hof.

( ... )

5. Beoordeling

5.1. Over de ontvankelijkheid

Er ligt geen betekeningsakte van het bestreden tussenvonnis van 11 september 2013 voor terwijl het bestreden vonnis van 22 september 2015 - naar geïntimeerde aangeeft - op 19 november 2015 betekend is. Het hoger beroep dat werd ingesteld met het verzoekschrift dat op 9 december 2015 werd neergelegd ter griffie van dit hof, komt tijdig voor en is regelmatig naar de vorm. Het hoger beroep is ook ontvankelijk.

Het incidenteel hoger beroep is eveneens regelmatig naar vorm en betreft een uitbreiding van de initiële vordering die bij gebrek aan betwisting door appellante ontvankelijk is.

5.2. Over de gegrondheid

5.2.1.

Daar waar de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde bij bestreden tussenvonnis van 11 september 2013 ontvankelijk verklaard werd, voert appellante thans ten onrechte aan dat de vordering bij gebrek aan vermelding van enige rechtsgrond in de dagvaarding onontvankelijk was.

Artikel 702, 3° van het Gerechtelijk Wetboek voorziet onder meer dat het exploot van dagvaarding "de korte samenvatting van de middelen van de vordering" moet vermelden. Hiermee wordt niet de rechtsgrond bedoeld maar de feitelijke elementen die aan de eis ten grondslag liggen. Die feiten werden in de dagvaarding trouwens afdoende omschreven zodat appellante wist waarvoor zij moest verschijnen.

5.2.2.

Appellante stelt verder dat de eerste rechter in de bestreden vonnissen de overeenkomst ten onrechte als aannemingsovereenkomst kwalificeerde en voorbijging aan het bestaan van twee onderscheiden overeenkomsten (koop en aanneming) die elk hun eigen specifieke juridische gevolgen kennen.

Op 20 juni 2007 werden twee overeenkomsten ondertekend: een eerste voor de levering van het materiaal voor 55.735,02 euro en een tweede voor de plaatsing van het buitenschrijnwerk voor 3.334,76 euro.

Indien de wil van partijen kan bepaald worden en het blijkt dat de verbintenissen die vervat liggen in de gemengde overeenkomst, vooral worden beheerst door één dominant contract-type, dan zal op basis van de absorptiemethode het gehele contract onderworpen zijn aan de regels die door dit dominante contracttype worden opgelegd.

Als overwegend criterium wordt het specificiteitscriterium weerhouden als de geobjectiveerde uiting van de wil van de partijen. Van een aanneming is er sprake indien het betreffende goed specifiek voor de behoeften van de opdrachtgever werd vervaardigd.

De ramen werden hier na voorafgaande opmeting en na de gekozen materialen, specifiek vervaardigd voor de nieuwe woning van de opdrachtgever zodat het niet om een gestandaardiseerd product gaat. Dat de kostprijs van het materiaal de kosten van plaatsing overstijgt, is irrelevant. De eerste rechter heeft de overeenkomst terecht als aanneming gekwalificeerd.

Er moet trouwens worden vastgesteld dat de deskundige de gebreken wijt aan de foutieve plaatsingswijzen en de slechte kwaliteit van het plastisch voegwerk die beide onderdeel van de overeenkomst inzake de plaatsing van het buitenschrijnwerk uitmaken. De argumentatie van appellante over de onderscheiden rechtsgevolgen is hoe dan ook niet ter zake dienend.

5.2.3.

Vervolgens meent appellante dat de eerste rechter ten onrechte haar tienjarige aansprakelijkheid bedoeld in artikel 1792 van het Burgerlijk Wetboek heeft weerhouden.

Voor de toepassing van artikel 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek moet aan drie voorwaarden voldaan zijn: (1) er moet een aannemingsovereenkomst gesloten zijn - zoals in deze zaak -, (2) deze overeenkomst moet een gebouw of een ander 'groot werk' van onroerende aard als voorwerp hebben en (3) dit gebouw of werk moet aangetast zijn door een gebrek dat de stevigheid ervan in het gedrang brengt.

Het hof is van oordeel dat het leveren en plaatsen van het volledige raamwerk voor de woning dergelijk 'groot werk' uitmaakt terwijl de gebreken niet tot louter esthetisch van aard of tot minimale en sporadische waterinsijpelingen herleid kunnen worden.

Vooreerst sprak geïntimeerde in haar brief van 17 juni 2009 enkel van roestvlekjes, schimmelvlekken en afschilferende verf op het kader van één van de ramen. Op 22 november 2010 meldde zij effectieve waterinsijpeling en op 28 december 2011 maakte zij gewag van een verergering van het probleem. Dat zij hierbij het binnengekomen water na een regenbui diende te verwijderen, blijkt uit de overgelegde foto's en het advies van de deskundige. In zijn eindbesluit weerhoudt ook de deskundige een verergering van het probleem in de loop van de jaren.

Verder blijkt uit het deskundigenverslag dat tijdens de rondgang aan de meeste ramen en deuren zelfde problemen werden vastgesteld waaronder indringing van water tot aan de binnenzijde, vochtindringing rond de raamtabletten, gebrek aan waterdichte verbinding ... De deskundige stelt in zijn verslag onder meer: "Zelfs bij gewone neerslag zal bij de juiste (of foute .. .) windrichting waterindringing optreden" en "Als de uitvoering dan nog afwijkt van de tekeningen en evenmin blijkt te voldoen om tot een waterdichte constructie te komen, is eveneens de uitvoerder verantwoordelijk".

Ten slotte stelt de deskundige bij de herstelwerken: "alle glaslatten van de verdelingen op het glas zijn af te nemen", "alle afvoeren zijn na te zien", "al het schrijnwerk dient afgeregeld te worden om een goede water- en winddichtheid te bekomen", "de koude aansluitingen moeten weggewerkt worden" ...

Gelet op het progressief karakter van het intreden van de gebreken, het feit dat de problematiek van vochtindringing en waterinsijpeling zich bij de meeste ramen voordoet en de vooropgestelde herstelwerken voor alle glaslatten en al het schrijnwerk is het hof van oordeel - en treedt daarin de eerste rechter bij - dat de vastgestelde gebreken dermate ernstig zijn dat zij de water- en winddichtheid van het gebouw en de raamwerken op zich aantasten zodat zij als gebreken in de zin van artikel 1792 van het Burgerlijk Wetboek in aanmerking worden genomen.

Dat er nog aannemers voor andere werken op de werf aanwezig waren of dat de woning op zich door de gebreken aan het raamwerk niet zal instorten of binnen korte termijn niet volledig zal tenietgaan, is in dit kader irrelevant.

In zijn verslag wijt de deskundige de gebreken aan de slechte kwaliteit van het plastisch voegwerk en foutieve plaatsingswijzen. Appellante voert geen elementen aan die door de deskundige nog niet afdoende werden ontmoet en stelt in haar brief van 10 augustus 2012 trouwens zelf dat er problemen met de silicones waren. De aansprakelijkheid van appellante dient dan ook te worden weerhouden.

Anders dan appellante voorhoudt, kan er aan geïntimeerde geen gebrek aan onderhoud of tekortkoming aan haar schadebeperkingsplicht worden verweten. Daar waar de deskundige terecht opmerkt dat dergelijk onderhoud niet bij het sluiten van het contract voorzien werd, stelt hij verder: "Als binnen 1,5 jaar al allerlei gebreken gemeld worden m.b.t. schrijnwerk dat heel duurzaam zou moeten zijn, zijn er andere oorzaken dan het niet uitvoeren van gewone onderhoudswerken" en "Men kan met onderhoud niet rechttrekken wat van bij oorsprong gebrekkig is".

Het hof treedt eerste rechter bij in de beslissing dat appellante tot integrale schadevergoeding gehouden is. Bij gebrek aan opmerkingen over de cijfers worden de bestreden vonnissen dan ook bevestigd.

( ... )

NOOT - Marco SCHOUPS en Dimitri VERHOEVEN, , Waterinsijpelingen en de tienjarige aansprakelijkheid, TBO 2018, 40

• G. VAN HECKE, "De la nature du contra! d'entreprise dans lequel l'entrepreneur fournit la matière" (noot onder Luik 13 december 1949), RCJB 1951, 100-112;

• W. GoosSENS, Aanneming van werk, Brugge, die Keure, 2003, 57- 58;

• M. ScHOUPS en M. SOMERS, "Raakvlakken tussen koop en aanneming: recente tendensen op het vlak van de aansprakelijkheid voor gebreken in het geleverde goed", TBO 2012, (233) 233- 234;

• P. BRULEZ, Koop en aanneming: faux amisî, Antwerpen, Intersentia, 2015, 83-111;

• M. SCHOUPS en s. BussCHER, Privaatrechtelijke aanneming van bouwzaken in CBR cahiers, Antwerpen, Intersentia, 2016, 1-3.

• S. STIJNS, B. TiLLEMAN, W. GOOSSENS, B. KOHL, E. SWAENEPOEL en K. WILLEMS, "Overzicht van rechtspraak. Bijzondere overeenkomsten: koop en aanneming 1999-2006", TPR 2008, afl. 4, (1411) 1666 (zie ook de verwijzingen aldaar);

• M. SCHOUPS en S. BusSCHER, Privaatrechtelijke aanneming van bouwzaken in CBR cahiers, Antwerpen, Intersentia, 2016, 1.

• F. BuRSSENS, Aannemingsrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2015, 34.

• M. SCHOUPS en M. SOMERS, "Raakvlakken tussen koop en aanneming: recente tendensen op het vlak van de aansprakelijkheid voor gebreken in het geleverde goed", TBO 2012, (233) 234.

• M. SCHOUPS en S. Busscasn, Privaatrechtelijke aanneming van bouwzaken in CBR cahiers, Antwerpen, Intersentia, 2016, 3.

• G. BAERT, Aanneming van werk in APR, Antwerpen, Kluwer, 2001, 65;

• W. GoosSENS, Aanneming van werk, Brugge, die Keure, 2003, 64.

• W. Goossaxs, Aanneming van werk, Brugge, die Keure, 2003, 65- 68;

• A. DELVAUX, B. DE COCQUEAU, R. SIMAR, B. DEVOS en J. BocKOURT, Le contrat d'entreprise. Chronique de jurisprudence 2001-2011, JT Dossier, Brussel, Larcier, 2012, 18-19.

• G. BAERT, Aanneming van werk in APR, Antwerpen, Kluwer, 2001, 68;

• M. SCHOUPS en M. SOMERS, "Raakvlakken tussen koop en aanneming: recente tendensen op het vlak van de aansprakelijkheid voor gebreken in het geleverde goed", TBO 2012, (233) 234.

• P. BRULEZ, Koop en aanneming: faux amisî, Antwerpen, lntersentia, 2015, 105.

• Kh. Brussel 13 januari 1988, T.Aann. 1989, 233;

• P. BRULEZ, Koop en aanneming: faux amis, Antwerpen, Intersentia, 2015.

• S. STIJNS, B. TiLLEMAN, W. GOOSSENS, B. KOHL, E. SWAENEPOEL en K. WILLEMS, "Overzicht van rechtspraak. Bijzondere overeenkomsten: koop en aanneming 1999-2006", TPR 2008, afl. 4, (1411) 1666 G. BAERT, • Aanneming van werk in APR, Antwerpen, Kluwer, 2001, 68;

• W. Goosssxs. Aanneming van werk, Brugge, die Keure, 2003, 70-71

• M. SCHOUPS en S. Busscann, Privaatrechtelijke aanneming van bouwzaken in CBR cahiers, Antwerpen, lntersentia, 2016, 85.

• VAN HOUTTE-VAN POPPEL en B. KoHL, "Art. 1792 BW" in Comm.Bijz.Ov., losbl., bijgewerkt tot 12 september 2011, 10;

• SCHOUPS en S. Busscasn, Privaatrechtelijke aanneming van bouwzaken in CBR cahiers, Antwerpen, Intersentia, 2016, 86.

• K. UYTTERHOEVEN, "De contractuele aansprakelijkheid" in K.

• DEKETELAERE, M. SCHOUPS en A.L. VERBEKE (eds.), Handboek Bouwrecht, Antwerpen, Intersentia, 2013, (611) 624;

• B. LOUVEAUX, "Inédits de droit de la construction 2015-2016", JLMB 2016, afl. 34, (1592) 1597.

• G. BAERT, Aanneming van werk in APR, Antwerpen, Kluwer, 2001, 482;

• V. VAN HOUTTE-VAN POPPEL en B. KOHL, "Art. 1792 BW" in Comm.Bijz.Ov., losbl., bijgewerkt tot 12 september 2011, 14-15;

• M. SCHOUPS en S. Bussen sa, Privaatrechtelijke aanneming van bouwzaken in CBR cahiers, Antwerpen, Intersentia, 2016, 90.

•V. VAN HOUTTE-VAN POPPEL en B. KoHL, "Art. 1792 BW" in Comm.Bijz.Ov., losbl., bijgewerkt tot 12 september 2011, 12;

• F. BURSSENS, Aannemingsrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2015, 268-270.

• M. SCHOUPS en S. Busscann, Privaatrechtelijke aanneming van bouwzaken in CBR cahiers, Antwerpen, Intersentia, 2016, 87.

• G. BAERT, Aanneming van werk in APR, Antwerpen, Kluwer, 2001, 479.

• K. UYTTERHOEVEN, "De contractuele aansprakelijkheid" in K.

• DEKETELAERE, M. SCHOUPS en A.L. VERBEKE (eds.), Handboek Bouwrecht, Antwerpen, Intersentia, 2013, (611) 621-622.

• Cass. 15 september 1995, TAann. 1997, 178, noot A. DELVAux;

• Luik Il oktober 1994, TAann. 1997, 178, noot A. DELVAUX;

• Kh. Brussel 21 september 1984, TAann. 1985, 35;

• W. ABBELOOS en D. ABBELOOS, "De tienjarige aansprakelijkheid van aannemer en architect: tendensen in de recente rechtsleer en rechtspraak", AJT 2000-01, (509) 511-513;

• F. BURSSENS, Aannemingsrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2015, 269-270.

• Cass. 9 december 1988, RW 1988-89, 1229, noot G. BAERT.

• W. ABBELOOS en D. ABBELOOS, "De tienjarige aansprakelijkheid van aannemer en architect: tendensen in de recente rechtsleer en rechtspraak", AJT 2000-01, (509) 512.

• Rb. Antwerpen 17 februari 1981, TAann. 1981, 128.

• K. UYTTERHOEVEN, "De contractuele aansprakelijkheid" in K.

• DEKETELAERE, M. SCHOUPS en A.L. VERBEKE (eds.), Handboek Bouwrecht, Antwerpen, Intersentia, 2013, (611) 622.

• Cass. 18 november 1983, RW 1984-85, 47;

• BAERT, Aanneming van werk in APR, Antwerpen, Kluwer, 2001, 484.

• Brussel 3 juni 1992, TAann. 1998, 47;

• Rb. Antwerpen 21 oktober 2010, TB02011, 177.

• Cass. 18 november 1983, Arr.Cass. 1983-84, 323;

• Cass. 11 april 1986, Arr.Cass. 1985-86, 1088;

• Cass. 4 april 2003, TBO 2004, 43, noot W. Goosssxs.

• M. SCHOUPS en S. Busscnnn, Privaatrechtelijke aanneming van bouwzaken in CBR cahiers, Antwerpen, Intersentia, 2016, 89.

• G. BAERT, Aanneming van werk in APR, Antwerpen, Kluwer, 2001, 484.

• Cass. 11 oktober 1979, Arr.Cass. 1979-80, 186. In dezelfde zin, zie:

• K. UYTTERHOEVEN "De contractuele aansprakelijkheid" in K. DEKETELAERE, M. SCHOUPS en A.L. VERBEKE (eds.), Handboek Bouwrecht, Antwerpen, Intersentia, 2013, (611) 623.

• Cass. 9 januari 2017, AR C.16.0108.N, TBO 2017, 361, noot J. VAN CAYZEELE. I

• F. BURSSENS, Aannemingsrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2015, 271.

• Antwerpen 5 juni 2000, TBO 2008, 190, noot K. UYTTERHOEVEN;

• Brussel 10 april 1987, Res [ur.lmm. 1987, 95;

• Rb. Tongeren, 7 januari 1983, T.Aann. 1987, 115;

• Rb. Nijvel 24 oktober 1997, ]LMB 2000, 159, noot B. LouvEAUX;

• Rb. Antwerpen 21 oktober 2010, TBO 2011, 177.

• Cass. 9 januari 2017, AR C.16.0108.N, TBO 2017, 361, noot). VAN CAYZEELE.

• G. BAERT, Privaatrechtelijk bouwrecht, Deurne, Kluwer, 1994, 786-787;

• S. STIJNS, B. TILLEMAN, W. GOOSSENS, B. KOHL, E. SWAENEPOEL en K. WILLEMS, "Overzicht van rechtspraak. Bijzondere overeenkomsten: koop en aanneming 1999-2006", TPR 2008, afl. 4, (1411) 1711-1712;

• F. BURSSENS, Aannemingsrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2015, 272- 274.

• Gent 30 juni 2009, RABG 2010, 611.

• Antwerpen 23 september 1997, RW 1998-99, 299. 39 Antwerpen 8 februari 1999, T.Aann. 1999, 249.

• Antwerpen 11 april 1989, TAann. 1990, 368. Brussel 16 november 2009, RABG 2010, 633.

• Brussel 9 mei 1986, TAann. 1988, 242.

• Rb. Antwerpen 21 oktober 2010, TBO 2011, 177.

• Cass. 9 januari 2017, AR C.16.0108.N, TBO 2017, 361, noot J. VAN CAYZEELE.

• Gent 29 mei 1992, zoals aangehaald bij W. ABBELOOS en D.

• ABBELOOS, "De tienjarige aansprakelijkheid van aannemer en architect: tendensen in de recente rechtsleer en rechtspraak", AJT 2000-01, (509) 509.

• Antwerpen 8 februari 1999, TAann. 1999, 249;

• Rb. Nijvel 24 oktober 1997, JLMB 2000, 159, noot B. LouvEAUX.

• Antwerpen 5 juni 2000, TBO 2008, 190.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: vr, 23/03/2018 - 20:33

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.