-A +A

aanbod

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

aanbod definitie (frans: offre):

Een aanbod is een eenzijdige rechtshandeling inhoudende een voorstel tot contracteren waarin alle essentiële elementen van de overeenkomst vervat zitten die noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van de overeenkomst en waarbij de loutere aanvaarding van het aanbod door de wederpartij de overeenkomst tot stand brengt. Een aanbod doet aldus een eenzijdige verbintenis ontstaan en heeft aldus in hoofde van de aanbieder een bindend karakter, in die zin dat hij definitief verbonden is wanneer de wederpartij aanvaardt. zie aanvaarding van het aanbod

Een aanbod onderscheidt zich aldus van een optie. Hij die beschikt over een optierecht is niet gebonden en heeft de keuze om al dan niet te contracteren of een bestaand contractrecht te behouden of te vernieuwen.

De optieverlener verbindt zich daarentegen tot het sluiten van het contract indien de wederpartij het wenst.


Een aanbod is een voorstel tot contracteren van één van de partijen dat aale voor het sluiten van het conract noodzakelijke elementen bevat, zodat bij loutere aanvaarding door de andere partij een geldig contract ontstaat. Het hof van beroep te Antwerpen oordeelde op 13 mei 2008 (NJW, 192, 885 met noot, dat een publicatie op een website door een vastgoedmakelaar van een advertentie waarin een onroerend goed werd te koop gesteld tegen de vraagprijs van 2.000.000 euro niet kan bestempeld worden als een aanbod, maar dient aanzien als een oproep tot onderhandelen en tot aanbieding tot aankoop. Dit zou ook zo door de "kopers" begrepen zijn aangezien zij bij e-mail een bod gelijk aan de vraagprijs en dus geen aanvaarding uitbrachten.

 

Nog dit: 

• Politierechtbank Mechelen, 10 augustus 2012, RW 2012-2013, 871J.D. t/ A.S.

Het geschil heeft betrekking op de gevolgen van een verkeersongeval dat zich op 19 maart 2009 te Willebroek voordeed. (in casu betreft het geschil de vraag hoe een overeenkomst tussen een particulier en een handelaar tot stand komt via aanbod en aanvaarding).

J.D. vordert van A.S. een bedrag van 596,30 euro, vermeerderd met de interesten en de kosten.

In rechte

J.D. werd als motorrijder het slachtoffer van een verkeersongeval.

Uiteindelijk werd er op 9 februari 2011 in briefvorm door de NV P.V., verzekeraar van A.S., aan J.D. een “contract van dading” aangeboden. Hierbij werd een bedrag van 7.115 euro ter herstelling van alle actuele of toekomstige gevolgen van het ongeval aangeboden en werd er bedongen dat J.D. erkende dat deze som op een absolute en forfaitaire wijze definitief en transactioneel alle gevolgen van het ongeval regelt en dat hij niets meer zal kunnen vorderen.

Op 17 februari 2011 ondertekende J.D. dit aanbod en liet zijn handtekening voorafgaan door de volgende eigenhandig geschreven woorden: “akkoord onder voorbehoud van de vergoeding van de wettelijke interesten”. Hij vermeldde tevens zijn bankrekeningnummer.

Op 18 maart 2011 zou de NV P.V. het bedrag van 7.115 euro betaald hebben. Volgens J.D. was dit bedrag als volgt samengesteld:

– materiële schade en kosten: 1.914 euro;

– morele schade tijdelijke arbeidsongeschiktheid: 2.111,75 euro;

– economische waarde huishouden: 200 euro;

– blijvende invaliditeit: 2.887,50 euro.

Het enige discussiepunt betreft de vraag of de interesten nog vergoed dienen te worden of niet.

A.S. verwijst naar de dading en in het bijzonder naar art. 2 van de overeenkomst, waarin o.m. vermeld staat dat J.D. erkent dat de vermelde som op een absolute en forfaitaire wijze definitief en transactioneel alle gevolgen van het ongeval regelt en dat hij niets meer zal kunnen vorderen.

De rechtbank stelt vast dat er op 9 februari 2011 door de NV P.V. een aanbod werd geformuleerd.

Het is duidelijk dat de bestemmeling, J.D., het aanbod niet aanvaardde en een tegenaanbod deed. J.D. onderschreef derhalve niet geheel en onvoorwaardelijk het aanbod. Er was derhalve van zijnentwege geen instemming. Er kan niet worden ontkend dat de NV P.V. op de hoogte was van het tegenaanbod. Het valt de rechtbank op dat A.S. zelfs een kopie van het tegenaanbod bij zijn stukken voegt (zie stuk 1, door A.S. aangegeven als “contract van dading”).

De vraag rijst derhalve of de initiële aanbieder op zijn beurt het tegenaanbod aanvaardde.

Welnu, aangezien de verzekeraar op 18 maart 2011, d.w.z. nadat het tegenaanbod geformuleerd was, overging tot betaling van het vermelde bedrag en derhalve niet protesteerde tegen het tegenaanbod, dient hierin het bewijs te worden gezien van de aanvaarding van het tegenaanbod.

De stilzwijgende aanvaarding van een of meer betwiste bedingen uit de overeenkomst kan immers worden aangetoond door de bekentenis die volgt uit de uitvoering van de overeenkomst door de schuldenaar (A. De Boeck, “Totstandkoming van overeenkomsten – Aanbod en aanvaarding” in Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, IV, Commentaar verbintenissenrecht, losbladig, nrs. 53-63).

Men mag hierbij niet uit het oog verliezen dat de verzekeraar een handelaar is. Wanneer tussen een persoon die koopman is en een andere die deze hoedanigheid niet heeft, een geschil ontstaat over het bestaan of over de bepalingen van een overeenkomst, heeft de niet-handelaar het recht zich ten aanzien van de tegenpartij te beroepen op de bepalingen van het handelsrecht inzake bewijsvoering (Cass. 18 januari 1990, RW 1989-90, 1432; zie ook: Cass. 27 februari 2003, RW 2004-05, 975; m.b.t. het vrije handelsrechtelijke bewijs en de aanvaarding bij gebreke aan protest zie ook: H. De Wulf, E. Terryn en B. Keirsbilck, “Overzicht van rechtspraak: Handelsrecht en Handelspraktijken (2003-2010)”, TPR 2011, (921), nrs. 36 en 47 e.v.).

De rechtbank komt derhalve tot het besluit dat J.D. aanspraak kan maken op de vergoedende interesten.

J.D. berekende de interesten tot de datum van de betaling (18 maart 2011): 596,30 euro. M.b.t. dit bedrag op zich bestaat er geen betwisting.

...

Commentaar: 

Cassatie 18 mei 2012, R.W.2013-2014, 338

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Luik van 9 december 2010.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

Het definitieve aanbod, waarvan de aanvaarding leidt tot de totstandkoming van de overeenkomst, is het aanbod dat niet afhangt van een opschortende voorwaarde of dat door de vervulling van die voorwaarde definitief wordt.

Uit het arrest blijkt dat de eerste verweerder op 1 september 2005 aangeboden heeft het pand van de eisers te kopen en dat hij zijn aanbod afhankelijk heeft gesteld van verschillende opschortende voorwaarden, waaronder het verkrijgen van een hypothecaire lening.

Het arrest, dat de conclusie verwerpt waarin de eiser aanvoerde dat de koopovereenkomst niet tot stand was gekomen, daar het aanbod afhing van verschillende voorwaarden en dus niet definitief was, beslist dat de overeenkomst, “wanneer [zij] wordt gesloten onder een opschortende voorwaarde, blijft bestaan zolang de voorwaarde niet is vervuld, hoewel de uitvoering van de verbintenis geschorst is”.

Het arrest, dat niet vaststelt dat de opschortende voorwaarden van het aanbod zouden zijn vervuld, zodat dit aanbod definitief zou zijn geworden, maar dat beslist dat er tussen de partijen een koopovereenkomst onder opschortende voorwaarde is gesloten, schendt de artikelen 1101, 1108 en 1582 tot 1584 BW.

Het middel is gegrond.

...
 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: za, 26/10/2013 - 02:15

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.