-A +A

Wet continuïteit ondernemingen retentierecht en proportionaliteit

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
din, 29/12/2009
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
1401
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Eiseres is een Belgische private spoorwegmaatschappij voor goederenvervoer en verweerster is een bedrijf dat zich bezighoudt met de herstelling en het onderhoud van treinwagons. Eiseres vertrouwde reeds geruime tijd het onderhoud en de herstelling van haar wagons toe aan verweerster.

Het is niet erg duidelijk wanneer de recente wagons zijn binnengebracht bij verweerster, maar alleszins staat vast dat er thans bij verweerster vijftien wagons staan waarvan zes hersteld en negen nog niet hersteld. Van de herstelde wagons zouden er drie zijn die «klaar» staan van 7 en 10 oktober 2009 af en drie die zijn binnengekomen in augustus 2009 (of die ook «klaar» staan en wat daaronder juist begrepen moet worden, wordt niet toegelicht).

Van de nog niet herstelde wagons werden er vier binnengebracht op 2 oktober 2009 en de resterende vijf op 21 oktober 2009. Over de eerste vier bestaat een goedgekeurde offerte en omtrent de laatste vijf (die werden binnengebracht op 21 oktober 2009) werd nog niets gedaan.

Op 24 september 2009 heeft eiseres een verzoekschrift op grond van de Wet Continuïteit Ondernemingen ingediend en bij vonnis van 7 oktober 2009 werd haar een opschorting toegekend voor een periode die eindigt op 15 maart 2010.

Blijkbaar heeft eiseres zoals het hoort de schuldeisers hierover ingelicht, want in haar brief van 20 oktober 2009 stelt verweerster dat zij bij brief van 16 oktober 2009 op de hoogte werd gebracht. Verweerster voert ook aan dat zij betaling verwacht van alle facturen (de nog openstaande ten belope van «ongeveer 25.000 euro» en de nog uit te schrijven facturen ten belope van «6.000 à 10.000 euro») en in afwachting «ons pandrecht en retentierecht» uitoefent «op alle wagons die momenteel in ons bezit zijn».

Dit pandrecht en retentierecht vloeien voort uit de algemene voorwaarden van verweerster en achteraf zal blijken dat de vordering van verweerster 64.756,04 euro bedraagt.

Verweerster zal van dit standpunt nooit afwijken maar zal wel, wellicht in het achteraf ontstane besef dat een pandrecht vanuit de Wet Continuïteit Ondernemingen bedreigd zou kunnen worden, het geweer van schouder veranderen en zich enkel steunen op het retentierecht.

Tijdens de pleidooien werd betoogd dat een voorstel werd gedaan door eiseres volgens welk meteen 37.500 euro zou worden uitbetaald, een waarborg zou worden verstrekt voor 12.500 euro en het stemgedrag van verweerster zou worden vastgelegd in ruil waarvoor de wagons zouden worden vrijgegeven.

Dit voorstel werd door verweerster niet aanvaard, omdat zij haar stemgedrag niet zou willen laten bepalen.

In conclusies voert verweerster aan dat zij het retentierecht uitoefent (dus niet meer het pandrecht), dat zij dit terecht doet, dat zij geen misbruik van recht pleegt en dat een faillissement van eiseres de positie van verweerster aanzienlijk zou verbeteren.

...

In pleidooien werd voor verweerster bovendien nog gezegd dat zij door de wanbetaling zelf in de problemen geraakt en dat de moedermaatschappij ernstig zou overwegen haar dochteronderneming in vereffening te laten gaan.

Allereerst dient te worden onderstreept dat in het algemeen door de Wet Continuïteit Ondernemingen de belangen van de schuldeisers ondergeschikt worden aan het doel om de onderneming te redden (E. Dirix, noot onder Hof van Beroep Antwerpen, 10 september 2009, R.W. 2009-10, 500).

Voorts staat het buiten kijf dat verweerster het recht heeft zich te beroepen op een conventioneel retentierecht. De vraag rijst echter of zij dit recht uitoefent op een redelijke wijze.

Eiseres, dan toch wel duidelijk een onderneming in moeilijkheden die de bescherming van de Wet Continuïteit Ondernemingen geniet, maakt immers aannemelijk dat het blokkeren van vijftien wagons haar bedrijvigheid hindert. Zij wijst erop, wat niet ontkend wordt, dat de nieuwwaarde van de vijftien wagons in totaliteit 1.170.000 euro bedraagt tegenover een schuldvordering van 64.756,04 euro.

Verweerster betoogt daartegenover dat deze wagons hooguit op hun schrootwaarde dienen geschat te worden, en deze schrootwaarde bedraagt volgens haar 28.560 euro.

Als dit zo zou zijn, dan vraagt men zich tevergeefs af waarom verweerster het minnelijk voorstel, dat voorzag in de onmiddellijke betaling van 37.500 euro, dus beduidend meer dan die zogenaamde schrootwaarde, heeft afgewezen, meer nog, waarom ze vindt dat een faillissement haar in een voordeligere positie kan brengen als ze enkel maar schroot zou kunnen verzilveren.

Deze redenering geldt overigens ook voor de in pleidooien vermelde dreiging van insolventie bij verweerster. Als dit ernstig zou zijn, dan had zij er ook veel meer belang bij het overigens niet onredelijke voorstel tot minnelijke regeling te aanvaarden.

Voorts is het duidelijk dat de wagons, waarvan de helft van het bouwjaar 2008 is (een wagon gaat gemiddeld veertig jaar mee) een grotere waarde hebben, vooral nu de eerste tekenen verschijnen dat er aan een pril economisch herstel kan worden gedacht. Volgens de berekeningen van de rechtbank zou de waarde van twee wagons ruim moeten volstaan om de uitstaande schuld van eiseres te waarborgen. Het hoeft geen betoog dat verweerster, als specialist ter zake, al lang tot deze vaststelling moet zijn gekomen.

Als men deze vaststellingen plaatst tegenover de onwrikbare onwil van verweerster om tot een redelijke schikking te komen, de wanverhoudingen tussen het bedrag van de achterstallige facturen en de waarde van de ingehouden wagons, de weinig logische gedachtegang van verweerster en het verhuld verlangen om eiseres naar een faillissement te leiden, dan ligt het voor de hand dat het proportionaliteitscriterium geschonden is en er sprake is van misbruik van recht.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 26/04/2010 - 12:58
Laatst aangepast op: do, 23/03/2017 - 13:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.