-A +A

Wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

de wettekst van de wet van 31 januari 2009 WCO
 
Deze wet treedt in werking op 1 april 2009, KB 27 maart 2009, (B.S. 31/03/2009 aangepast 1 augustus 2013) en voorziet in de WCO regeling waardoor ondernemingen in moeilijkheden kunnen gered worden en waarbij de WCO han kan helpen om een faillissement te vermijden. De procedure WCO vergt de tussenkomst van professionele en onderlegde advocaten. De talrijke instanties en firma's die hun bijstand aan ondernemingen aanbieden zijn onvoldoende onderlegd iom insolvabiliteitsprocedures zoals de WCO te voeren, laat staan ondernemingen in de proceduires bij te staan. Vaak zijn de personen in deze zogenaamde WCO hulpgroepen, zelfs niet juridisch geshoold en is hun WCO verhaal en WCO bijstand beperkt tot loze beloften, mooiepraterij en dure rekeningen.
A. TOELICHTING
Handelaars, ondernemingen, burgerlijke venootschappen en handelsvennotschappen, naast landbouwvennotschappen kunnen in erstige financiële moeilijkheden raken, waardoor zij hun onmiddellijke betalingsverplichtingen niet meer kunnen nakomen.

Zij kunnen geconfronteerd worden met beslagen of nog erger met faillissement. De oude wet op het gerechtelijk akkoord bleek geen oplossing te bieden, wegens te duur en te log. Thans staat een nieuw instrument open waarbij middels onderhandelingen gehomologeerde akkoorden kunnen worden bekomen, desnoods onder dreiging van een gerechtelijke reorganisatie tegenover de schuldeisers.

Immers wanneer een gerechtelijke reorganisatie wordt aangevraagd wordt de betrokken handelaar of onderneming beschermd van zijn schuldeisers. Betalingsverplichtingen kunnen voor 18 maanden worden opgeschort en beslagen tegengehouden (art. 30 en 31 WCO) zo ook de vorderingen tot faillissement (art. 30 WCO)dit teneinde de betrokken handelaar of onderneming een herstel uit te werken door akkoorden uit te werken of zelfs de overdracht van de onderneming mogelijk te maken.

Binnen de gerechtelijke reorganisatie kan de schuldenaar aan zijn schuldeiser betalingsvoorstellen formuleren. Wanneer deze geweigerd worden kan de schuldenaar aan de rechtbank gematigde respijttermijnen laten opleggen ten aanzien van schuldeisers die elk voorstel tot gespreide betaling weigeren.

Indien geen minnelijk akkoord kan bekomen worden en de problematiek evenmin kan opgelost worden door het door de rechtbank op te leggen betalingsgemak zoals door de schuldeiser toe te staan, staat nog de mogelijkheid open tot een collectief akkoord (art. 45 en volgende WCO)waarbij een volledig dossier, met plan, over maximum 5 jaar wordt voorgesteld en waarbij volgens de bij wet voorziene procedure door de schuldeisers zal gestemd worden meerderheid tegen minderheid waarbij de meerderheid bepaald wordt ondermeer door de hoegrootheid van de schuldvorderingen: Het reorganisatieplan moet worden goedgekeurd door de meerderheid van de (aanwezige ) schuldeisers, die samen de helft van alle in hoofdsom verschuldigde bedragen vertegenwoordigen. Er is dus sprake van een dubbele meerderheid: in aantal en in grootte van de schuldvorderingen
definities gebruikt in de wet

toepassingsgebied van de wet

handelaars handelend in eigen naam, handelsvennootschappen, burgerlijke vennootschappen met handelsvorm en landbouwvennootschappen van wie de continuïteit van de onderneming, onmiddellijk of op termijn bedreigd is (art. 23), zonder dat daarom het geheel van de activiteiten dient behouden te blijven en waarbij dus een gedeeltelijk behoud van de activiteit volstaat en waarbij de (kennelijke) kwade trouw, noch de feitelijke staat van faillissement deze procedure verhindert.

eenvoudige procedure zonder veel formalisme en met vereenvoudigde kennisgevingen, zelfs per e-mail: zie artikel 6. De procedure kan geopend verklaard worden indien de voorwaaarden vervuld LIJKEN te zijn (art. 24).
stukken te voegen bij het verzoekschrift

B. KORT OVERZICHT
1. De preventieve fase

- de dienst handelsonderzoeken blijft bestaan (artikel 8-12 WCO)
- mogelijkheid om een beroep te doen op een ondernemingsbemiddelaar (artikel 13 WCO)
- afdwingbaar heeft van minnelijke akkoorden voor zover deze voldoen aan bepaalde voorwaarden
- mogelijkheid tot aanstelling van een gerechtsmandataris

2. De gerechtelijke reorganisatie

- procedure die kan ingesteld worden op verzoek van de schuldenaar met financiële problemen of dreigende financiële problemen
- onmiddellijk gevolg opschorting van de betalingsverplichtingen voor een welbepaalde periode en bescherming van de schuldenaar tegen zijn schuldeisers;
- tijdens deze opschortingsperiode moet de schuldenaar herstelmaatregelen treffen
- de onderneming behoudt volledige beschikkingsbevoegdheid (uitz. 28 WCO)
- indien de schuldenaar mislukt in zijn herstelmaatregelen kan overdracht onder gerechtelijk gezag worden verplicht zoals gerealiseerd door een gerechts mandataris.
- in tegenstelling tot de vroegere procedure gerechtelijk akkoord is de functie van commissaris inzake opschorting afgeschaft. Deze functie wordt overgenomen door de gedelegeerden rechter of de woorden een gerechts mandataris.
- bij elke gerechtelijke reorganisatie worden gedelegeerd rechter aangesteld die een advies en controlefunctie heeft en als tussenpersoon optreedt tussen de rechtbank en de schuldenaar

c. De personen betrokken bij de procedure

• De ondernemingsbemiddelaar:

taken: (ondersteunend)

- onderhandelen tussen de schuldeisers een schuldenaar
- advies of bijstand verlenen aan de handelaar onder meer in de realisatie van de herstelmaatregelen

Aanstelling: (enkel) op verzoek van de schuldenaar door de voorzitter van de rechtbank of gericht aan de kamer voor handelsonderzoeken naar aanleiding van een handelsonderzoek. De ondernemingsbemiddelaar behoudt een zeer grote graad van onafhankelijkheid. Hij kan toch moet geen advocaat zijn. De rechtbank oordeelt over diens geschiktheid.

Kosten en erelonen van de ondernemingsbemiddelaar worden betaald door de schuldenaar (geen verwijzing naar een KB inzake criteria) voorzien

• De gerechtsmandataris

taken:
- het verlenen van hulp en bijstand bij de realisatie van het herstelplan
- (eventueel) gerechtsmandataris die verantwoordelijk is voor de organisatie van overdracht
- let wel, een gerechtelijke mandataris is geen voorlopig bewindvoerder en heeft geen beslissingsbevoegdheid en plaats van de schuldenaar
- De gerechtelijke mandataris wordt aanzien als een procespartij in de gerechtelijke reorganisatie en zal derhalve kennis krijgen van alle stukken gericht aan de schuldenaar er wordt ook steeds gehoord wanneer de schuldenaar gehoord wordt .

 

Aanstelling: (art. 27 WCO) op verzoek van de schuldenaar of belanghebbende derden (nooit ambtshalve) door een procedure volgens de vormen van het kortgeding in te leiden voor de voorzitter van de rechtbank van koophandel. Dit hoeft geen advocaat te zijn (art 71 WCO).

Wanneer de aanstelling gevraagd wordt door een belanghebbende derde dient dit te gebeuren door een verzoekschrift op tegenspraak met kennisgeving aan de schuldenaar door de griffie. Het verzoek tot aanstelling door de schuldenaar is niet onderworpen aan vormvereisten. De aanstelling kan gevorderd worden in elke fase van de procedure van gerechtelijke reorganisatie.

De aanstelling is facultatief bij de procedure tot gerechtelijke reorganisatie maar verplicht bij de procedure overdracht onder gerechtelijk gezag omdat de gerechtsmandataris de overdracht realiseert en organiseert in naam en voor rekening van de schuldenaar. Hierbij is alleen de ontwerp overeenkomsten die hij: negociëren ter goedkeuring dienen voor te leggen aan de rechtbank, de verkoopprijs innen en de opbrengst verdelen onder de schuldeisers.

Kosten en erelonen van de ondernemingsbemiddelaar worden bepaald door de rechtbank en betaald door degene die de aanstelling heeft gevorderd (verwijzing naar een toekomstig KB inzake criteria).
• De gedelegeerde rechter

Aanstelling: door de voorzitter van de rechtbank van koophandel naar aanleiding van elk verzoekschrift tot opening van een gerechtelijke reorganisatie. Buiten de procedure van de gerechtelijke reorganisatie zal de voorzitter van de rechtbank van koophandel een gedelegeerde rechter aanstellen en telkens wanneer in toepassing van artikel 59 paragraaf 2 WCO er aanleiding is tot een overdracht onder gerechtelijk gezag,

De gedelegeerde rechter kan een beroepsrechter om een rechter in handelszaken zijn.

taken:

- tussenschakel tussen de schuldenaar en de rechtbank (o.m. verslaggeving aan de rechtbank )
- adviestaak (o.m. aan de rechtbank met betrekking tot de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het verzoek), controletaak (art. 19 WCO) en toezichtstaak;
- informatie en administratieve taak: onder meer het verlenen van inzagerecht aan de schuldenaars, borg verleners en stellers van persoonlijke zekerheden. over het dossier van de gerechtelijke reorganisatie en het inzagerecht zie art. 20 WCO.

• De voorlopige bewindvoerder

Wordt aangesteld wanneer de schuldenaar kennelijke grove fouten heeft begaan of van kennelijke kwade trouw is. (28 WCO) Bij aanstelling van de voorlopige bewindvoerder neemt deze alle taken van het beheer en het bestuur van de onderneming over.

Aanstelling : nooit ambtshalve enkel op vordering van het parket of op vordering van elke belanghebbende (dus vanzelfsprekend ook op vordering van een schuldeiser, maar ook op vordering van werknemers, hypotheek verleners, borgen en medeschuldenaars). De aanstelling wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad (artikel 28 WCO). Tegen de beslissing tot aanstelling van een voorlopig bewindvoerder staat geen verzet maar wel hoger beroep open (binnen een termijn van acht dagen na de kennisgeving van het vonnis), naast de derdenverzet volgens het gemeenrecht. Het hoger beroep heeft geen schorsende werking .
 
D. VERLOOP VAN DE PROCEDURE

• Het minnelijk akkoord

- behelst een schuldregeling zonder formalisme met minstens met 2 schuldeisers
- betalingen gedaan in het kader van een minnelijk akkoord blijven tegenstelbaar ingeval van later faillissement mits het akkoord werd afgesloten met oog op de gezondmaking van de financiële toestand op de reorganisatie en mits het werd neergelegd in een register bijgehouden op de griffie van de rechtbank van koophandel zonder dat hierdoor het confidentieel karakter van het minnelijk akkoord wordt geschonden

• De gerechtelijke reorganisatie

doel: de continuïteit van de onderneming
 
middel: tijdelijke opschorting van de betalingsverplichting zelfs ten aanzien van bevoorrechte schuldeisers waarbij in deze opschortings periode er ofwel een minnelijk akkoord dien bereikt te worden, een collectief akkoord, dan wel de overdracht onder gerechtelijk gezag .

De gerechtelijke reorganisatie kan geweigerd worden wanneer de vennootschap fictief is en dus geen activiteiten of activa heeft . Maar zij kan wel opgestart worden wanneer de onderneming de facto failliet is . Zo staat de procedure open wanneer de onderneming eigenlijk in werkelijkheid failliet is maar wanneer de procedure van de reorganisatie voordeliger is voor de gemeenschap en de schuldeisers dan een plastiek faillissement .

Het parket kan niet de procedure tot gerechtelijke organisatie instellen evenmin kunnen de schuldeisers, werknemers, aandeelhouders of belanghebbende derden de procedure tot gerechtelijke reorganisatie instellen. De procedure kan enkel opgestart worden op verzoek van de schuldenaar zelf.

Maar anderzijds kan de procureur des Konings, en de schuldeiser, ja zelfs een kandidaat overnemer de schuldenaar dagvaarden tot overdracht van het geheel of een deel van de onderneming onder gerechtelijk gezag op voorwaarde dat de schuldenaar zich de facto in een staat van faillissement bevindt zonder dat de schuldenaar zelf het initiatief heeft genomen om een procedure van een gerechtelijke reorganisatie in te stellen.

Dit initiatiefrecht van derden en het parket staat ook open wanneer de rechtbank de procedure tot opening van een gerechtelijke reorganisatie verwerpt of de beëindiging ervan beveelt alvorens de reorganisatie is afgesloten, dan wel het reorganisatieplan intrekt , wanneer de schuldeisers het reorganisatieplan niet goedkeuren of wanneer de rechtbank de rommel haast die van het reorganisatieplan weigert..

Vormvoorwaarden gerechtelijke reorganisatie : zie artikel 17 WCO. Onmiddellijk na de neerlegging van het verzoekschrift stelt de voorzitter van de rechtbank van koophandel en gedelegeerd rechter aan die een verslag geeft over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het verzoek en verder de rechtbank informeert met alle nodige en nuttige elementen zodat deze met kennis van zaken kan oordelen over het verzoek . Hiertoe kan de gedelegeerde rechter de schuldenaar uitnodigen en hen alle nodige of nuttige stukken opvragen. De gedelegeerde rechter heeft het recht om elke andere persoon te horen in het belang van het onderzoek.

Binnen de 24 uur na de neerlegging van het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie wordt dit gemeld aan het parket dat alle handelingen van de procedure kan bijwonen maar evenwel niet gehoord wat bij de toekenning van de gerechtelijke reorganisatie onverminderd de mogelijkheid van de procureur om vorderingen in te stellen wanneer deze zou vaststellen dat de herstelmaatregelen niet slagen. Ter zake dient de nadruk dat enkel het parket en belanghebbende derden vorderingen kunnen instellen om de procedure tot gerechtelijke reorganisatie te beëindigen of te wijzigen. De rechtbank kan dus niet ambtshalve het initiatief nemen om de gerechtelijke reorganisatie te beëindigen.

Binnen de 10 dagen na de neerlegging van het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie beslist de rechtbank over het verzoek met gesloten deuren waarbij de schuldenaar en de gedelegeerde rechter worden opgeroepen en gehoord. Hierna volgt een vonnis binnen de acht dagen .toekenningsvoorwaarden zie artikel 23 WCO.

In haar vonnis bepaalt de rechtbank de duur van de opschorting die maximaal zes maand kan bedragen, maar de rechtbank beschikt over de bevoegdheid om de opschorting een onbeperkt aantal keren te verlengen (art. 38 WCO). Het principe is een opschorting voor 6 maanden die op gemotiveerde wijze kan verlengd mlts de schuldenaar  op verzoek van de schuldenaar voor het verstrijken va de lopende duur. De normale termijn mag echter nooit meer dan 6 maand bedragen, maar na deze termijn van 12 maandkan de schuldenaar aan de rechtbank op grond van buitengewone omstandigheden een bijkomende termijn van 6 maanden bekomen. Tegen de weigering tot verlenging staat geen enkel rechtsmiddel open.
Bekendmaking van de gerechtelijke reorganisatie

Het vonnis van opening van de gerechtelijke reorganisatie dient te binnen de vijf dagen na het vonnis door de griffie bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De schuldenaren dient binnen een termijn van 14 dagen na het vonnis zijn schuldeisers individueel ter kennis te brengen en van de opening van de procedure. In deze kennisgeving maakt hij melding van de gegevens vermeld in artikel 26 WCO.

Rechtsmiddelen en termijnen tegen het vonnis inzake de gerechtelijke reorganisatie: artikel 29 WCO
De vonnissen zijn uitvoerbaar bij voorraad art 5 WCO, met dien verstande dat een hoger beroep tegen een vonnis dat de gerechtelijke reorganisatie afwijst deze uitspraak opschort (artikel 29 WCO laatste lid)

- geen verzet
- derdenverzet lijkt mogelijk volgens de regels van gemeenrecht
hoger beroep binnen de acht dagen na kennisgeving van het vonnis
Diverse bepalingen mbt de gerechtelijke reorganisatie

Conform artikel 39 WCO kan het plan tijdens de procedure worden gewijzigd (artikel 39 WCO)
conform artikel 40 WCO kan de schuldenaar afstand doen van de procedure tot gerechtelijke reorganisatie, indien hij door meeval plots zijn schuldenlast kan betalen.
De wijze van beëindiging van de opschorting van betaling wordt geregeld in artikel 42 WCO
ingevolge artikel 34 WCO blijft schuld een vergelijking mogelijk tussen schuldvorderingen in de opschorting en de schulden die ontstaan zijn tijdens de opschorting terwijl ook de conventionele schuldvergelijking uitwerking heeft na de opening van de gerechtelijke reorganisatie.

Gevolgen voor de lopende overeenkomsten : zie artikel 35-37 WCO.

De schuldeisers die nieuwe leveringen van producten of diensten verlenen na de opening van de gerechtelijke reorganisatie worden aanzien als schuldeisers buiten de gerechtelijke reorganisatie en hebben ouders de mogelijkheid om betaling te eisen en te bekomen in tegenstelling tot de schuldeisers in de gerechtelijke reorganisatie. Op die wijze kan de continuïteit van de onderneming gegarandeerd blijven .

Binnen de gerechtelijke reorganisatie kan de schuldenaar aan zijn schuldeiser betalingsvoorstellen formuleren. Wanneer deze geweigerd worden kan de schuldenaar aan de rechtbank gematigde respijttermijnen laten opleggen ten aanzien van schuldeisers die elk voorstel tot gespreide betaling weigeren
• De gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord

Deze procedure heeft heel wat kenmerken gemeen met het oude gerechtelijk akkoord .(art. 45 en volgende WCO)

Thans dient evenwel de schuldenaar zelf opgave te doen van de verschillende schuldvorderingen, net zoals in een verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling. Het verdere initiatiefrecht komt toe aan de schuldeiser die ofwel niet reageert in welk geval de door de schuldenaar opgegeven schuldvordering als correct worden beschouwd, dan wel eerst informeel en dan formeel de schuldvordering betwist in die zin dat hij dan wellicht een hoger bedrag eist dan vermeld . In artikel 46 en volgende wordt bepaald op welke wijze de betwistingen dan worden geregeld. Deze betwistingen kunnen onmiddellijk geregeld worden door de rechtbank van koophandel indien de betwistingen tot haar bevoegdheid behoren zoniet u verwijst de rechtbank van koophandel de zaak naar de bevoegde rechtbank.

De schuldenaar blijft de griffier van zijn collectieve akkoord, waardoor hij verplicht is om de beslissingen van de rechtbank of de gemaakte afspraken aan te passen open zijn lijstje met schuldeisers die hij dan in aangepaste vorm dient neer te leggen op de griffie en dit ten laatste acht dagen voor de zitting waarop het reorganisatieplan zal besproken worden en ter goedkeuring voorgelegd. Voor de opstelling van dit plan heeft de schuldenaar er alle belang om de bijstand te vragen van een gerechtelijk mandataris al is dit niet verplicht.

het reorganisatieplan kan voorzien in (art. 48 WCO) :

- bepaalde betalingstermijnen;
- vermindering op de schuldvorderingen in de opschorting, in kapitaal en interesten;
- omzetting van schuldvorderingen in aandelen;
- afstand van de interesten of de herschikking van de betaling ervan,
- de prioritaire aanrekening van de bedragen die zijn gerealiseerd op de hoofdsom van de schuldvordering
- beperking op het recht om schuldvorderingen te compenseren
- een overdracht van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten

maximumlooptermijn van het reorganisatieplan bedraagt vijf jaar, te rekenen vanaf de homologatie
Het reorganisatieplan moet worden goedgekeurd door de meerderheid van de (aanwezige ) schuldeisers, die samen de helft van alle in hoofdsom verschuldigde bedragen vertegenwoordigen. Er is dus sprake van een dubbele meerderheid: in aantal en in grootte van de schuldvorderingen.

De wet
31 JANUARI 2009
Wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen (publicatie B.S. 09/02/09) WCO. Deze wet treedt in werking op 1 april 2009, KB 27 maart 2009, (B.S. 31/03/2009)

ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

TITEL 1. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2. Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder :
a) « beheerscomité » : het beheerscomité bedoeld in artikel 15 van de wet van 10 augustus 2005 tot oprichting van het informatiesysteem Phenix;
b) « toezichtscomité » : het toezichtscomité bedoeld in artikel 22 van de wet van 10 augustus 2005 tot oprichting van het informatiesysteem Phenix;
c) « schuldvorderingen in de opschorting » : de schuldvorderingen ontstaan voor het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent of die uit het verzoekschrift of beslissingen genomen in het kader van de procedure volgen;
d) « buitengewone schuldvorderingen in de opschorting » : de schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn door een bijzonder voorrecht of een hypotheek en de schuldvorderingen van de schuldeisers-eigenaars;
e) « gewone schuldvorderingen in de opschorting » : de schuldvorderingen in de opschorting andere dan de buitengewone schuldvorderingen in de opschorting;
f) « schuldeiser-eigenaar » : de persoon in wiens hoofde tegelijkertijd de hoedanigheden verenigd zijn van titularis van een schuldvordering in de opschorting en van eigenaar van een lichamelijk roerend goed dat niet in zijn bezit is en dat als waarborg geldt;
g) « gewone schuldeiser in de opschorting » : de persoon die titularis is van een gewone schuldvordering in de opschorting;
h) « buitengewone schuldeiser in de opschorting » : de persoon die titularis is van een buitengewone schuldvordering in de opschorting;
i) « hoofdinrichting » : het centrum van de voornaamste belangen van de natuurlijke persoon;
j) « kennisgeving » : de toezending van een akte van rechtspleging in origineel of in afschrift;
k) « openen van de procedure » : het vonnis dat de reorganisatieprocedure open verklaart;
l) « reorganisatieplan » : het door de schuldenaar in de loop van de opschorting opgesteld plan, bedoeld in artikel 47;
m) « zetel van de vennootschap » : de statutaire zetel bedoeld in artikel 3.1 van de verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures;
n) « betekening » : de afgifte van een akte, materieel of elektronisch;
o) « opschorting » : een door de rechtbank aan de schuldenaar toegekend moratorium om een van de doelstellingen van artikel 16 te realiseren;
p) « de rechtbank » : de bevoegde rechtbank van koophandel.

Art. 3. Deze wet is toepasselijk op de volgende schuldenaren : de kooplieden bedoeld in artikel 1 van het Wetboek van koophandel, de landbouwvennootschap bedoeld in artikel 2, § 3, van het Wetboek van vennootschappen en de burgerlijke vennootschappen met handelsvorm bedoeld in artikel 3, § 4, van hetzelfde wetboek.

Art. 4. Deze wet is niet toepasselijk op de burgerlijke vennootschappen met handelsvorm die de hoedanigheid hebben van een lid van een vrij beroep zoals omschreven in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen, of waaronder de beoefenaars van een vrij beroep hun activiteit uitoefenen.

Art. 5. Alle beslissingen van de rechtbank bedoeld in deze wet zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Behoudens andersluidende bepalingen kunnen tegen de beslissingen van de rechtbank rechtsmiddelen worden aangewend volgens de in het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven regels en termijnen.
Bepaalt deze wet dat beslissingen bij uittreksel worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, dan beginnen de termijnen te lopen vanaf de dag van de bekendmaking.
De artikelen 50, tweede lid, 55 en 56 van het Gerechtelijk Wetboek zijn niet van toepassing op de vorderingen en betekeningen bedoeld in deze wet.
Elke belanghebbende kan tussenkomen in de bij de huidige wet bepaalde procedures, overeenkomstig de artikelen 812 tot 814 van het Gerechtelijk Wetboek.
Bij ontstentenis van een dergelijke tussenkomst verwerft degene die, op zijn initiatief of op dat van de rechtbank, is gehoord of een geschrift neerlegt om zijn opmerkingen te laten gelden, iets te vorderen of middelen naar voor te brengen, door dit feit geen hoedanigheid van partij.
In afwijking op de artikelen 1025, 1026, 1027 en 1029 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de in deze wet bedoelde verzoekschriften worden ondertekend door de schuldenaar alleen of door zijn advocaat en worden de beslissingen van de rechtbank uitgesproken in openbare zitting.

Art. 6. De kennisgevingen die de griffier doet krachtens deze wet geschieden bij gerechtsbrief.
Wanneer deze wet een bekendmaking in het Belgisch Staatsblad voorschrijft, geldt deze als kennisgeving.
Een kennisgeving geschiedt bij gewone brief of per elektronische post aan het gerechtelijk elektronisch adres of, in de gevallen die de wet bepaalt, per fax of in de vormen die de wet voorschrijft.
De betekening gebeurt bij gerechtsdeurwaardersexploot.

Art. 7. Behalve wanneer een wijziging of een uitzondering voortvloeit uit een uitdrukkelijke tekst van deze wet, heeft deze niet tot strekking oudere wetten te wijzigen of hierop uitzonderingen aan te brengen.

TITEL 2. - De gegevensverzameling en de handelsonderzoeken

HOOFDSTUK 1. - De gegevensverzameling

Art. 8. Nuttige inlichtingen en gegevens betreffende de schuldenaren die financiële moeilijkheden ondervinden, waardoor de continuïteit van hun onderneming in gevaar kan gebracht worden, met inbegrip van die welke verkregen worden met toepassing van de bepalingen van deze titel, worden bijgehouden ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waarin de schuldenaar zijn hoofdinrichting of zijn zetel van de vennootschap heeft.
De procureur des Konings en de betrokken schuldenaar kunnen op elk ogenblik en zonder verplaatsing kennis nemen van de aldus verzamelde gegevens. Laatstgenoemde heeft het recht, bij verzoekschrift gericht aan de rechtbank, de rechtzetting te krijgen van de gegevens die op hem betrekking hebben.
Op de wijze bepaald door de Koning, kan de rechtbank eveneens van de verzamelde gegevens kennis geven aan de overheidsinstellingen of private instellingen die door de bevoegde overheid zijn aangewezen of erkend om ondernemingen in moeilijkheden te begeleiden.
Art. 9. Uiterlijk de tiende dag van elke maand zendt de centrale depositaris aan de voorzitter van de rechtbank van de woonplaats van de schuldenaar, of, indien het een koopman betreft, van de hoofdinrichting van de schuldenaar, of, indien het een rechtspersoon betreft, van de zetel van de schuldenaar van een wisselbrief of orderbriefje, een lijst van de in de loop van de vorige maand geregistreerde protesten betreffende de geaccepteerde wisselbrieven en de orderbriefjes, waarvan de betaling nog niet werd vastgesteld door de centrale depositaris of hem nog niet werd meegedeeld. Deze lijst bevat de vermeldingen bedoeld in artikel 3, 1° tot 7°, van de protestwet van 3 juni 1997.
Die lijsten blijven berusten op de griffie van elk van deze rechtbanken, waar eenieder daarvan inzage kan nemen.
Art. 10. Veroordelende verstekvonnissen en vonnissen op tegenspraak uitgesproken tegen kooplieden die de gevorderde hoofdsom niet hebben betwist, moeten worden gezonden aan de griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarin zij hun hoofdinrichting of hun zetel van de vennootschap hebben.
Dit geldt eveneens voor de vonnissen waarbij een handelshuurovereenkomst wordt ontbonden ten laste van de huurder waarbij een door deze laatste gevraagde hernieuwing wordt geweigerd of waarbij een einde wordt gesteld aan het beheer van een handelszaak.
Uiterlijk een maand na het verstrijken van elk kwartaal zendt de Rijksdienst voor sociale zekerheid een lijst van de schuldenaars die reeds twee kwartalen de verschuldigde sociale zekerheidsbijdragen niet meer betaald hebben aan de griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarbinnen zij hun hoofdinrichting of hun zetel van de vennootschap hebben. De lijst vermeldt naast de naam van de schuldenaar ook het verschuldigde bedrag.
Uiterlijk een maand na het verstrijken van elk kwartaal zendt de administratie van financiën een lijst van de schuldenaren die reeds twee kwartalen de verschuldigde BTW of bedrijfsvoorheffing niet meer betaald hebben aan de griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarin zij hun hoofdinrichting of hun zetel van de vennootschap hebben. De lijst vermeldt naast de naam van de schuldenaar ook het verschuldigde bedrag.
De Koning kan aan openbare overheden toelaten of opleggen gegevens mede te delen aan de griffie van de rechtbank van de hoofdinrichting of de zetel van de vennootschap, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn om de financiële toestand van de ondernemingen te kennen.
Art. 11. Na advies van het beheerscomité en van het toezichtscomité, kan de Koning de gepaste maatregelen nemen teneinde de verwerking van de verzamelde gegevens op een logisch gestructureerde wijze te laten verlopen en de eenvormigheid en de vertrouwelijkheid hiervan in de onderscheiden griffies van de rechtbanken van koophandel te verzekeren. Hij kan onder meer de categorieën van de te verzamelen gegevens bepalen.
De Koning kan eveneens, na advies van dezelfde comités en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de geautomatiseerde verwerking van de gegevens toestaan en de nadere regels ervan bepalen. Hij kan aldus toestemming verlenen om de gegevensbestanden kruiselings met elkaar in verband te brengen teneinde een beter overzicht van de betaalmoeilijkheden van een schuldenaar te verkrijgen.

HOOFDSTUK 2. - De kamers voor handelsonderzoek

Art. 12. § 1. De kamers voor handelsonderzoek bedoeld in artikel 84, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek volgen de toestand van de schuldenaren in moeilijkheden om de continuïteit van hun onderneming of hun activiteiten te bewerkstelligen en de bescherming van de rechten van de schuldeisers te verzekeren.
In de kamers voor handelsonderzoek wordt het onderzoek toevertrouwd aan hetzij een rechter in de rechtbank, de voorzitter uitgezonderd, hetzij een rechter in handelszaken.
Oordeelt de rechter dat de continuïteit van de onderneming van een schuldenaar bedreigd is, dan kan hij hem oproepen en horen teneinde alle inlichtingen te verkrijgen over de stand van zijn zaken en inzake de eventuele reorganisatiemaatregelen.
De oproeping wordt, door toedoen van de griffier, gericht aan de woonplaats of aan de zetel van de vennootschap van de schuldenaar. Het onderzoek geschiedt met gesloten deuren. De schuldenaar verschijnt in persoon, eventueel bijgestaan door de personen van zijn keuze.
Daarenboven staat het de rechter vrij van ambtswege alle gegevens te verzamelen nodig voor zijn onderzoek. Hij kan alle personen horen van wie hij het verhoor nodig acht, zelfs buiten de aanwezigheid van de schuldenaar, en de overlegging van alle dienstige stukken gelasten. De schuldenaar kan alle andere stukken van zijn keuze voorleggen.
De rechter kan zich van ambtswege begeven naar de hoofdinrichting of naar de zetel van de vennootschap indien de opgeroepen schuldenaar tot tweemaal toe niet verschenen is.
§ 2. De procureur des Konings en de schuldenaar kunnen op elk ogenblik mededeling krijgen van de aldus tijdens het onderzoek verzamelde gegevens alsook van het in paragraaf 4 bedoelde verslag.
Uiterlijk de tiende dag van elke maand wordt een lijst van de op basis van dit artikel aangevatte onderzoeken aan de procureur des Konings medegedeeld, door toedoen van de griffier.
§ 3. Op de wijze bepaald door de Koning kan de rechtbank de verzamelde gegevens uitwisselen met de overheidsinstellingen of particuliere instellingen die door de bevoegde overheid zijn aangewezen of erkend om ondernemingen in moeilijkheden te begeleiden.
§ 4. Wanneer de rechter het onderzoek naar de toestand van de schuldenaar beëindigd heeft, maakt hij een verslag op met vermelding van de door hem bij dat onderzoek verrichte handelingen en zijn conclusies. Het verslag wordt gevoegd bij de verzamelde gegevens.
§ 5. Indien uit het onderzoek naar de toestand van de schuldenaar blijkt dat die zich in staat van faillissement bevindt of dat hij voldoet aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 182 van het Wetboek van vennootschappen, kan de kamer voor handelsonderzoek het dossier naar de procureur des Konings zenden.
§ 6. De met het onderzoek naar de toestand van de schuldenaar belaste leden van de kamer voor handelsonderzoek mogen niet deelnemen aan de rechtspleging inzake het faillissement, de gerechtelijke reorganisatie of de gerechtelijke vereffening die op deze schuldenaar zou betrekking hebben.

HOOFDSTUK 3. - Bewarende maatregelen

Art. 13. Op verzoek van de schuldenaar kan de voorzitter van de rechtbank een ondernemingsbemiddelaar aanstellen, om de reorganisatie van de onderneming te vergemakkelijken.
Wanneer de schuldenaar het voorwerp uitmaakt van een handelsonderzoek en overeenkomstig artikel 12, § 1, door de rechter werd opgeroepen, wordt het verzoek gericht aan de kamer voor handelsonderzoek.
Het verzoek tot aanwijzing van een bemiddelaar is aan geen vormvoorschriften onderworpen en kan mondeling worden gedaan.
Wanneer de voorzitter van de rechtbank of de kamer voor handelsonderzoek het verzoek inwilligt, bepaalt hij bij beschikking gewezen in raadkamer de inhoud en de duur van de bemiddelingsopdracht binnen de grenzen van het verzoek van de schuldenaar.
De opdracht van de ondernemingsbemiddelaar neemt een einde wanneer de schuldenaar of de bemiddelaar zelf hieraan een einde maken. De meest gerede partij geeft hiervan kennis aan de voorzitter van de rechtbank.

Art. 14. Wanneer kennelijke en grove tekortkomingen van de schuldenaar of van zijn organen de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen en de gevraagde maatregel van die aard is dat zij die continuïteit kan vrijwaren kan de voorzitter van de rechtbank op verzoek van elke belanghebbende, ingesteld volgens de vormen van het kort geding te dien einde een of meer gerechtsmandatarissen aanstellen.
De beschikking die de gerechtsmandataris aanstelt, verantwoordt en bepaalt nauwkeurig de inhoud en de duur van de opdracht gegeven aan de gerechtsmandataris.

TITEL 3. - Het minnelijk akkoord

Art. 15. De schuldenaar kan aan al zijn schuldeisers of aan twee of meer onder hen een minnelijk akkoord voorstellen met het oog op de gezondmaking van zijn financiële toestand of de reorganisatie van zijn onderneming.
De partijen bepalen vrij de inhoud van dit akkoord, dat de derden niet bindt.
De artikelen 17, 2°, en 18 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 zijn van toepassing noch op het minnelijk akkoord noch op de handelingen verricht ter uitvoering ervan, indien dit akkoord vermeldt dat het met de in het eerste lid bepaalde doelstelling is gesloten en neergelegd wordt op de griffie van de rechtbank en aldaar in een register wordt bewaard.
Derden kunnen slechts kennis nemen van het akkoord en kennis krijgen van de neerlegging ervan met uitdrukkelijke toestemming van de schuldenaar. Deze bepaling geldt onverminderd de verplichtingen de werknemers of hun vertegenwoordigers te raadplegen en in te lichten op grond van de bestaande wettelijke of conventionele bepalingen.

TITEL 4. - De gerechtelijke reorganisatie

HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Afdeling 1. - Doel van de procedure
Art. 16. De procedure van gerechtelijke reorganisatie strekt tot het behouden, onder toezicht van de rechter, van de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de onderneming in moeilijkheden of van haar activiteiten.
Zij laat toe aan de schuldenaar een opschorting toe te kennen met het oog op :
-hetzij het bewerkstelligen van een minnelijk akkoord, overeenkomstig artikel 43;
- hetzij het verkrijgen van het akkoord van de schuldeisers over een reorganisatieplan, overeenkomstig de artikelen 44 tot 58;
- hetzij de overdracht onder gerechtelijk gezag toe te staan, aan een of meerdere derden, van het geheel of een gedeelte van de onderneming of haar activiteiten, overeenkomstig de artikelen 59 tot 70.
Het verzoek mag een eigen doel beogen voor elke activiteit of gedeelte van een activiteit.

Afdeling 2. - Het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie en de daarop volgende procedure

Art. 17. § 1. De schuldenaar die het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie aanvraagt, richt een verzoekschrift aan de rechtbank.
§ 2. Hij voegt bij zijn verzoekschrift :
1° een uiteenzetting van de gebeurtenissen waarop zijn verzoek is gegrond en waaruit blijkt dat naar zijn oordeel de continuïteit van zijn onderneming onmiddellijk of op termijn bedreigd is;
2° een aanwijzing van de doelstelling of de doelstellingen waarvoor hij het openen van de reorganisatieprocedure aanvraagt;
3° de vermelding van het gerechtelijk elektronisch adres bedoeld in artikel 46 van het Gerechtelijk Wetboek waarop hij kan worden bereikt;
4° de twee recentste jaarrekeningen of, indien de schuldenaar een natuurlijke persoon is, de twee recentste aangiftes in de personenbelasting;
5° een boekhoudkundige staat van zijn actief en passief en een resultatenrekening, daterend van maximum drie maanden eerder. Kleine vennootschappen bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen delen hun resultatenrekening mede volgens het volledig schema;
6° een simulatie van de kasstromen voor ten minste de gevraagde duur van de opschorting;
7° een volledige lijst van de erkende of beweerde schuldeisers in de opschorting, met vermelding van hun naam, hun adres, het bedrag van hun schuldvordering, en met de bijzondere vermelding van de hoedanigheid van buitengewone schuldeiser in de opschorting;
8° zo mogelijk, de maatregelen en voorstellen die hij overweegt om de rendabiliteit en de solvabiliteit van zijn onderneming te herstellen, om een eventueel sociaal plan in te zetten en om de schuldeisers te voldoen;
9° de aanwijzing dat de schuldenaar voldaan heeft aan de wettelijke of conventionele verplichtingen de werknemers of hun vertegenwoordigers in te lichten of te raadplegen;
10° alle andere stukken die de schuldenaar nuttig oordeelt om het verzoek toe te lichten.
§ 3. Het verzoekschrift wordt ondertekend door de schuldenaar of door diens advocaat. Het wordt ter griffie van de rechtbank met de nuttige stukken neergelegd. De griffier levert hiervan een ontvangstbewijs af.
Binnen vierentwintig uren geeft de griffier bericht van de indiening van het verzoekschrift aan de procureur des Konings, die alle handelingen van de procedure zal kunnen bijwonen.
De rechtbank kan het verslag dat is opgesteld door de kamer voor handelsonderzoek overeenkomstig artikel 12, § 4, voegen bij het dossier van de reorganisatie.
§ 4. Als hij niet in staat is om de in paragraaf 2, 5° tot 9°, bepaalde stukken met zijn verzoekschrift neer te leggen, voegt de schuldenaar die stukken toe in het dossier van de gerechtelijke reorganisatie binnen een termijn van veertien dagen vanaf de neerlegging van zijn verzoekschrift.

Art. 18. In elk geval wijst de voorzitter van de rechtbank onmiddellijk na de neerlegging van het verzoekschrift een gedelegeerd rechter aan die rechter in de rechtbank is, de voorzitter uitgezonderd, of een rechter in handelszaken, om bij de kamer van de rechtbank waaraan de zaak is toebedeeld, verslag uit te brengen over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het verzoek en over elk element dat nuttig is voor zijn beoordeling.
De rechtbank duidt een gedelegeerd rechter aan in het geval bedoeld in artikel 59, § 2, met de opdracht die dit artikel preciseert.
De gedelegeerd rechter hoort de schuldenaar en elke andere persoon van wie hij het horen nuttig oordeelt voor zijn onderzoek. Hij kan bij de schuldenaar de informatie opvragen die nodig is om diens toestand te beoordelen.

Art. 19. De gedelegeerd rechter waakt over de naleving van deze wet en licht de rechtbank in over de evolutie van de toestand van de schuldenaar.
Hij besteedt in het bijzonder aandacht aan de formaliteiten voorgeschreven in de artikelen 17, 26, § 2, 44 en 46, § 6.
Behoudens in geval van toepassing van artikel 40 van de verordening 1346/2000 (EG) van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures, kan hij de schuldenaar vrijstellen van elke individuele kennisgeving, en preciseert in dit geval, bij beschikking, welke gelijkwaardige maatregel van bekendmaking vereist is.

Art. 20. Ter griffie wordt een dossier van de gerechtelijke reorganisatie gehouden waarin alle elementen met betrekking tot deze procedure en de grond van de zaak voorkomen.
Iedere schuldeiser en, met toestemming van de gedelegeerd rechter, ieder die een rechtmatig belang kan aantonen, kan kosteloos inzage nemen van het dossier en kan er een kopie van krijgen mits hij de griffierechten betaalt indien een kopie op een materiële drager wordt afgeleverd.
De neerlegging van een titel door de schuldeiser in het dossier van de gerechtelijke reorganisatie stuit de verjaring van de schuld. Zij geldt ook als ingebrekestelling.
De gedelegeerd rechter kan eveneens beslissen dat het dossier of een deel ervan van op afstand, elektronisch toegankelijk zal zijn, overeenkomstig de nadere regels en voorwaarden die hij bepaalt.

Art. 21. Wanneer er gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens bestaan dat de verzoeker of een derde een stuk onder zich heeft dat het bewijs inhoudt dat voldaan is aan de voorwaarden voor de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie of voor het verkrijgen van andere beslissingen die tijdens de procedure kunnen worden genomen of worden genomen met toepassing van artikel 59, § 2, kan de rechtbank op vordering van iedere belanghebbende bevelen dat het stuk of een eensluidend afschrift ervan bij het dossier van de reorganisatie wordt gevoegd.
De rechtbank beslist overeenkomstig de nadere regels bepaald in de artikelen 878 tot 881 van het Gerechtelijk Wetboek.

Art. 22. Zolang de rechtbank geen uitspraak heeft gedaan over het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie, ongeacht of de vordering werd ingeleid of het middel van tenuitvoerlegging aangevat voor of na de neerlegging van het verzoekschrift :
- kan de schuldenaar niet worden failliet verklaard; indien de schuldenaar een vennootschap is, kan deze ook niet gerechtelijk worden ontbonden;
- kan geen enkele tegeldemaking van de roerende of onroerende goederen van de schuldenaar plaatsvinden als gevolg van de uitoefening van een middel van tenuitvoerlegging.

Afdeling 3. - Voorwaarden voor de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie

Art. 23. De procedure van gerechtelijke reorganisatie wordt geopend zodra de continuïteit van de onderneming, onmiddellijk of op termijn, bedreigd is en het in artikel 17, § 1, bedoelde verzoekschrift is neergelegd.
Het ontbreken van de in artikel 17, § 2, bepaalde stukken sluit niet uit dat toepassing wordt gemaakt van artikel 59, § 2.

Indien de schuldenaar een rechtspersoon is, wordt de continuïteit van zijn onderneming in elk geval geacht bedreigd te zijn wanneer de verliezen het netto actief hebben herleid tot minder dan de helft van het maatschappelijk kapitaal.

Wanneer het verzoek uitgaat van een schuldenaar die minder dan drie jaar tevoren reeds het openen van een gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd en verkregen, kan de procedure van gerechtelijke reorganisatie enkel geopend worden indien ze strekt tot overdracht, onder gerechtelijk gezag, van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten.

De staat van faillissement van de schuldenaar sluit op zich niet uit dat een procedure van gerechtelijke organisatie kan worden geopend of voortgezet.

Afdeling 4. - Het vonnis over het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie en de gevolgen ervan

Art. 24. § 1. De rechtbank behandelt het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie binnen een termijn van tien dagen na de neerlegging van het verzoekschrift ter griffie.

Behoudens verzaking aan deze oproeping wordt de schuldenaar uiterlijk drie vrije dagen voor de zitting opgeroepen door de griffier.
De schuldenaar wordt in raadkamer gehoord, tenzij hij uitdrukkelijk de wil heeft geuit om in openbare terechtzitting te worden gehoord.
Nadat zij het verslag van de gedelegeerd rechter heeft gehoord, doet de rechtbank uitspraak bij vonnis binnen een termijn van acht dagen na behandeling van het verzoek.

§ 2. Indien de voorwaarden vermeld in artikel 23 vervuld lijken, verklaart de rechtbank de procedure van gerechtelijke reorganisatie geopend en bepaalt zij de duur van de in artikel 16 bedoelde opschorting, die niet langer mag zijn dan zes maanden; bij ontstentenis verwerpt de rechtbank het verzoek.

§ 3. Indien de procedure van gerechtelijke reorganisatie tot doel heeft het akkoord van de schuldeisers te verkrijgen over een reorganisatieplan, vermeldt de rechtbank, in het vonnis waarin zij deze procedure open verklaart of in een later vonnis, de plaats, dag en uur waarop, behoudens verlenging van de opschorting, de terechtzitting zal plaatsvinden waarop zal overgegaan worden tot de stemming over dit plan en geoordeeld zal worden over de homologatie.

Art. 25. De griffie geeft kennis aan de voorzitter van de rechtbank van elke beslissing houdende verwerping van het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie.

Art. 26. § 1. Het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie open verklaart, wordt door toedoen van de griffier binnen een termijn van vijf dagen na de dagtekening bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Het uittreksel vermeldt :

1° betreft het een natuurlijke persoon, de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte, de aard van de voornaamste handelsactiviteit alsmede de benaming waaronder die activiteit wordt uitgeoefend, het adres alsmede de plaats van de hoofdinrichting en het ondernemingsnummer van de schuldenaar in de Kruispuntbank van ondernemingen; betreft het een rechtspersoon, de naam, de rechtsvorm, de aard van de uitgeoefende handelsactiviteit alsmede de benaming waaronder die activiteit wordt uitgeoefend, de zetel van de vennootschap alsmede de plaats van de hoofdinrichting en het ondernemingsnummer;
2° de datum van het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent en de rechtbank die het heeft gewezen;
3° de naam en de voornamen van de gedelegeerd rechter en, in voorkomend geval, van de krachtens de artikelen 27 en 28 aangestelde gerechtsmandatarissen, met hun adres;
4° de einddatum van de opschorting en, in voorkomend geval, de plaats, dag en uur bepaald om uitspraak te doen over een verlenging ervan;
5° in voorkomend geval, en indien de rechtbank ze reeds kan vaststellen, de voor de stemming en de beslissing over het reorganisatieplan vastgestelde plaats, dag en uur.

§ 2. De schuldenaar stelt de schuldeisers individueel in kennis van die gegevens binnen een termijn van veertien dagen te rekenen vanaf de dag waarop het vonnis is uitgesproken.

§ 3. Van het vonnis dat de aanvraag verwerpt, wordt bij gerechtsbrief kennis gegeven aan de verzoeker.

Art. 27. § 1. Indien de schuldenaar erom verzoekt en dit nuttig is voor het bereiken van de doelstellingen van de procedure van gerechtelijke reorganisatie, kan de rechtbank in dezelfde beslissing of op elk ander ogenblik van de procedure een gerechtsmandataris aanstellen om de schuldenaar bij te staan in de gerechtelijke reorganisatie, in welk geval de rechtbank de opdracht bepaalt op basis van het verzoek van de schuldenaar.

§ 2. Eenzelfde verzoek kan worden gedaan door een belanghebbende derde. Het wordt ingesteld bij tegensprekelijk verzoekschrift waarvan kennis wordt gegeven aan de schuldenaar door de griffier. Het verzoekschrift omschrijft de opdracht voorgesteld door de verzoeker en bepaalt dat de verzoeker instaat voor de kosten en het ereloon van de gerechtsmandataris.

§ 3. De kennisgevingen door de griffier gericht aan de schuldenaar worden in kopie aan deze mandataris medegedeeld.
Telkens het horen van de schuldenaar is voorgeschreven, wordt de mandataris gehoord in zijn eventuele opmerkingen.

Art. 28. § 1. Als de schuldenaar of een van zijn organen een kennelijke grove fout hebben begaan of blijk geven van kennelijke kwade trouw, kan de rechtbank op verzoek van elke belanghebbende of van het openbaar ministerie in het vonnis dat de procedure van de gerechtelijke reorganisatie opent of in een later vonnis, na de schuldenaar en het verslag van de gedelegeerd rechter te hebben gehoord, voor de duur van de opschorting een voorlopige bestuurder aanstellen die hen vervangt en belast wordt met het bestuur van de onderneming van de natuurlijke persoon of van de rechtspersoon.

Op elk ogenblik van de periode van opschorting kan de rechtbank op dezelfde wijze, op verslag van de gedelegeerd rechter en na de schuldenaar en de voorlopige bestuurder te hebben gehoord, de beslissing genomen krachtens het eerste lid of dit lid intrekken of de bevoegdheden van de voorlopige bestuurder wijzigen.

Die beslissingen worden gepubliceerd overeenkomstig artikel 26, § 1, en er wordt ervan kennis gegeven overeenkomstig artikel 26, § 3.

§ 2. Tegen de vonnissen gewezen met toepassing van paragraaf 1 staat geen verzet open.

§ 3. Hoger beroep ertegen wordt ingesteld bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof van beroep binnen een termijn van acht dagen na de kennisgeving van het vonnis. De griffier van het hof van beroep geeft kennis van het verzoekschrift bij gerechtsbrief aan de gebeurlijke geïntimeerde en, in voorkomend geval, bij gewone brief aan zijn advocaat, uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de neerlegging van het verzoekschrift.

Art. 29. Tegen het vonnis dat beslist over de vordering tot het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie staat geen verzet open.
Het hoger beroep ertegen wordt ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd op de griffie van het hof van beroep binnen acht dagen na de kennisgeving van het vonnis. De griffier van het hof van beroep geeft bij gerechtsbrief kennis van het verzoekschrift aan de eventuele geïntimeerde en in voorkomend geval bij gewone brief aan zijn advocaat, uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de neerlegging.
Als het vonnis de vordering verwerpt, schort het hoger beroep de uitspraak op.
Afdeling 5. - Gevolgen van de beslissing tot reorganisatie

Art. 30. Tijdens de duur van de opschorting kan voor schuldvorderingen in de opschorting geen enkel middel van tenuitvoerlegging op de roerende of onroerende goederen van de schuldenaar worden voortgezet of aangewend.
Tijdens dezelfde periode kan de schuldenaar die koopman is, niet worden failliet verklaard en, indien de schuldenaar een vennootschap is, kan deze niet gerechtelijk worden ontbonden.

Art. 31. Tijdens de opschorting kan voor schuldvorderingen in de opschorting geen enkel beslag worden gelegd.

De reeds eerder gelegde beslagen behouden hun bewarend karakter, maar de rechtbank kan, naar gelang van de omstandigheden, er handlichting van geven na het verslag van de gedelegeerd rechter, de schuldeiser en de schuldenaar gehoord te hebben, in zoverre de handlichting geen beduidend nadeel veroorzaakt aan de schuldeiser.

Art. 32. De opschorting heeft geen weerslag op het lot van de specifiek ten gunste van derden in pand gegeven schuldvorderingen.

Art. 33. De opschorting staat de vrijwillige betaling door de schuldenaar van schuldvorderingen in de opschorting niet in de weg.

Onverminderd de toepassing van de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Burgerlijk Wetboek komt de opschorting de medeschuldenaars en de schuldenaars van persoonlijke zekerheden niet ten goede.

De in artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde rechtstreekse vordering wordt niet verhinderd door het vonnis dat de gerechtelijke reorganisatie van de aannemer open verklaart en evenmin door latere beslissingen die door de rechtbank zijn gewezen tijdens de reorganisatie of zijn gewezen in toepassing van artikel 59, § 2.

De artikelen 17, 2°, en 18 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 zijn niet toepasselijk op de betalingen gedaan tijdens de periode van opschorting.

Art. 34. Onverminderd de toepassing van de wet van 15 december 2004 betreffende de financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, is schuldvergelijking tijdens de opschorting enkel toegestaan tussen schuldvorderingen in de opschorting en schulden ontstaan tijdens de opschorting indien deze verknocht zijn.

Art. 35. § 1. Niettegenstaande enige andersluidende contractuele bepaling maakt de aanvraag of opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie geen einde aan de lopende overeenkomsten noch aan de modaliteiten van hun uitvoering.

De contractuele wanprestatie van de schuldenaar voorafgaand aan de toekenning van de opschorting maakt voor de schuldeiser geen grond uit voor de beëindiging van de overeenkomst, in zoverre de schuldenaar deze wanprestatie ongedaan maakt binnen een termijn van vijftien dagen na hiervoor in gebreke te zijn gesteld door de schuldeiser in de opschorting.

§ 2. De schuldenaar kan evenwel, ook bij ontstentenis van contractuele bepaling in deze zin, beslissen een lopende overeenkomst niet langer uit te voeren voor de duur van de opschorting met een mededeling aan zijn medecontractanten overeenkomstig artikel 26, § 2, op voorwaarde dat die niet-uitvoering noodzakelijk is om een reorganisatieplan te kunnen voorstellen aan de schuldeisers of om de overdracht onder gerechtelijk gezag mogelijk te maken.

Wanneer de schuldenaar beslist een lopende overeenkomst niet langer uit te voeren, vormt de schadevergoeding waartoe de wederpartij in voorkomend geval gerechtigd is een schuldvordering in de opschorting.
De mogelijkheid gegeven in dit artikel is niet toepasselijk op arbeidsovereenkomsten.

§ 3. De strafbedingen, met inbegrip van bedingen tot verhoging van de rentevoet, die ertoe strekken op forfaitaire wijze de potentiële schade te dekken geleden door het niet nakomen van de hoofdverbintenis, blijven zonder gevolg tijdens de periode van opschorting en tot de integrale uitvoering van het reorganisatieplan ten aanzien van de in het plan opgenomen schuldeisers.

De schuldeiser kan evenwel de werkelijke door de niet-naleving van de hoofdverbintenis geleden schade opnemen in zijn schuldvordering in de opschorting, hetgeen door dit louter feit de definitieve verzaking aan de toepassing van het strafbeding met zich brengt, zelfs na de integrale uitvoering van het reorganisatieplan.

Hetzelfde geldt ingeval de schuldenaar die koopman is, failliet wordt verklaard, of, indien de schuldenaar een vennootschap is, wordt ontbonden na het vroegtijdig beëindigen van de procedure van gerechtelijke reorganisatie overeenkomstig artikel 40.

Art. 36. Een schuldvordering die voortvloeit uit lopende overeenkomsten met opeenvolgende prestaties, met inbegrip van de rente, is niet onderworpen aan de opschorting in de mate dat zij betrekking heeft op prestaties verricht nadat de procedure open is verklaard.

Art. 37. In de mate dat de schuldvorderingen ten aanzien van de schuldenaar beantwoorden aan prestaties uitgevoerd tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie door zijn medecontractant, en ongeacht of zij voortvloeien uit nieuwe verbintenissen van de schuldenaar of uit overeenkomsten die lopen op het ogenblik van het openen van de procedure, worden zij beschouwd als boedelschulden in een navolgende vereffening of faillissement tijdens de periode van reorganisatie of na het beëindigen ervan, in zoverre er een nauwe band bestaat tussen de beëindiging van de procedure en die collectieve procedure.
In voorkomend geval worden de contractuele, wettelijke of gerechtelijke vergoedingen, waarvan de schuldeiser de betaling eist op grond van de beëindiging of niet-uitvoering van de overeenkomst, pro rata opgedeeld in verhouding tot het verband dat zij vertonen met de aan het openen van de procedure voorafgaande of erop volgende periode.
De betaling ervan wordt slechts afgenomen bij voorrang van de opbrengst van de tegeldegemaakte goederen waarop een zakelijk recht is gevestigd, voor zover die prestaties bijgedragen hebben tot het behoud van de zekerheid of de eigendom.

Afdeling 6. - Verlenging van de opschorting

Art. 38. § 1. Op verzoek van de schuldenaar en op verslag van de gedelegeerd rechter kan de rechtbank de overeenkomstig artikel 24, § 2, of overeenkomstig dit artikel verleende opschorting verlengen voor de duur die de rechtbank bepaalt.
De maximale duur van de verlengde opschorting bedraagt niet meer dan twaalf maanden vanaf het vonnis dat de opschorting toestaat.

§ 2. In buitengewone omstandigheden en wanneer het belang van de schuldeisers dit toelaat, kan deze termijn echter worden verlengd met maximum zes maanden.
Buitengewone omstandigheden in de zin van deze bepaling zijn in het bijzonder de omvang van de onderneming, de complexiteit van de zaak of de hoegrootheid van het behoud van de werkgelegenheid.

§ 3. Tegen de beslissingen gewezen op grond van het huidig artikel is geen verzet of hoger beroep toegelaten.

Afdeling 7. - Wijziging van het doel van de procedure

Art. 39. Op elk ogenblik tijdens de opschorting kan de schuldenaar aan de rechtbank vragen :

1° indien hij de procedure van gerechtelijke reorganisatie aangevraagd heeft om een minnelijk akkoord te verkrijgen en dit niet verwezenlijkbaar lijkt, dat de procedure wordt voortgezet om een reorganisatieplan voor te stellen of om toe te stemmen in een overdracht, onder gerechtelijk gezag, van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten, in welk geval de procedure met dit doel wordt voortgezet;

2° indien hij de procedure van gerechtelijke reorganisatie aangevraagd heeft om een reorganisatieplan voor te stellen en dit niet uitvoerbaar lijkt, dat hij principieel kan instemmen met een overdracht, onder gerechtelijk gezag, van het geheel of een gedeelte van zijn onderneming of zijn activiteiten, in welk geval de procedure wordt voortgezet om deze overdracht te verzekeren.
Het vonnis waarbij de rechtbank de aanvraag inwilligt, wordt bekendgemaakt en er wordt kennis van gegeven overeenkomstig artikel 26, § 1 en § 3. Van het vonnis dat het verzoek verwerpt, wordt kennis gegeven aan de schuldenaar.

Afdeling 8. - Voortijdige beëindiging en sluiting van de procedure

Art. 40. De schuldenaar kan op elk ogenblik tijdens de procedure geheel of gedeeltelijk verzaken aan zijn vordering tot gerechtelijke reorganisatie, op voorwaarde dat hij zijn verbintenissen volledig uitvoert volgens de voorwaarden en nadere regels overeengekomen met de bij de verzaking betrokken schuldeisers, indien de verzaking gedeeltelijk is, of met alle schuldeisers indien zij volledig is.
Op verzoek van de schuldenaar en na het verslag van de gedelegeerd rechter gehoord te hebben, beëindigt de rechtbank de procedure geheel of gedeeltelijk door een vonnis dat ze afsluit.
Het vonnis wordt bekendgemaakt overeenkomstig de nadere regels bepaald bij artikel 26, § 1, en medegedeeld aan de betrokken schuldeisers overeenkomstig artikel 26, § 2.

Art. 41. § 1. Wanneer de schuldenaar kennelijk niet meer in staat is de continuïteit van het geheel of een gedeelte van zijn onderneming of van haar activiteiten te verzekeren overeenkomstig het doel van de procedure, kan de rechtbank, vanaf de dertigste dag volgend op de neerlegging van het verzoekschrift en tot de neerlegging van het reorganisatieplan in het dossier van de procedure, de voortijdige beëindiging van de procedure van reorganisatie bevelen bij een vonnis dat ze afsluit.
De rechtbank doet uitspraak op verzoek van de schuldenaar of op dagvaarding van het openbaar ministerie of van iedere belanghebbende, gericht tegen de schuldenaar, na het verslag van de gedelegeerd rechter te hebben gehoord.
De rechtbank die de voortijdige beëindiging van de procedure van gerechtelijke reorganisatie beveelt, kan in hetzelfde vonnis het faillissement van de schuldenaar verklaren of, indien de schuldenaar een vennootschap is, de gerechtelijke ontbinding uitspreken, wanneer zulks gevraagd is in de dagvaarding en aan de voorwaarden hiertoe wordt voldaan.
§ 2. Wanneer de schuldenaar de in artikel 17, § 2, 1° tot 9°, bepaalde stukken niet heeft neergelegd binnen een termijn van veertien dagen na de neerlegging van zijn verzoekschrift, kan de rechtbank ambtshalve beslissen de procedure van gerechtelijke reorganisatie te beëindigen na de middelen van de schuldenaar en het verslag van de gedelegeerd rechter te hebben gehoord, en, in voorkomend geval, de werknemers of hun vertegenwoordigers die hadden moeten gehoord worden in toepassing van de wettelijke of conventionele verplichtingen tot inlichting en raadpleging van die werknemers.
§ 3. Het vonnis wordt bekendgemaakt overeenkomstig de nadere regels bepaald bij artikel 26, § 1, en er wordt kennis van gegeven aan de schuldenaar per gerechtsbrief.

Art. 42. Vanaf het ogenblik van de uitspraak van het vonnis dat de voortijdige beëindiging van de procedure van gerechtelijke reorganisatie beveelt of dat ze afsluit, eindigt de opschorting en oefenen de schuldeisers opnieuw volledig hun rechten en vorderingen uit.
Hetzelfde gebeurt wanneer de opschorting verstrijkt zonder verlengd te zijn met toepassing van artikel 38 of 60 of zonder dat de procedure gesloten werd met toepassing van de artikelen 40 en 41.

HOOFDSTUK 2. - De gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord

Art. 43. Wanneer de procedure van gerechtelijke reorganisatie strekt tot het afsluiten van een minnelijk akkoord met al zijn schuldeisers of met twee of meer onder hen, streeft de schuldenaar dit doel na onder het toezicht van de gedelegeerd rechter en, in voorkomend geval, met de hulp van de met toepassing van artikel 27 aangestelde gerechtsmandataris.
Op tegensprekelijk verzoekschrift van de schuldenaar kan de rechtbank gematigde termijnen verlenen zoals bedoeld in artikel 1244 van het Burgerlijk Wetboek.
Indien een akkoord bereikt wordt, stelt de rechtbank, oordelend op verzoek van de schuldenaar en op verslag van de gedelegeerd rechter, dit akkoord vast en sluit zij de procedure.
Het vonnis wordt bekendgemaakt op de wijze voorgeschreven bij artikel 26, § 1.
De partijen bij het akkoord blijven erdoor gebonden zolang er niet overeenkomstig het gemeen contractenrecht een einde aan is gemaakt.
De artikelen 17, 2°, en 18 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 zijn van toepassing noch op dergelijk akkoord, noch op de handelingen verricht ter uitvoering ervan.
Dit artikel geldt onverminderd de verplichtingen de werknemers of hun vertegenwoordigers te raadplegen en in te lichten overeenkomstig de bestaande wettelijke of conventionele bepalingen.

HOOFDSTUK 3. - De gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord

Art. 44. Indien de procedure van gerechtelijke reorganisatie tot doel heeft het akkoord van de schuldeisers te verkrijgen over een reorganisatieplan, legt de schuldenaar minstens veertien dagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel 24, § 3, een plan ter griffie neer.

Art. 45. In hetzelfde geval deelt de schuldenaar aan elk van zijn schuldeisers in de opschorting, binnen veertien dagen na het uitspreken van het vonnis dat deze procedure open verklaart, het bedrag mee van de schuldvordering waarvoor die schuldeiser in de boeken is ingeschreven, met, in de mate van het mogelijke, de vermelding van het goed dat belast is met een zakelijke zekerheid of een bijzonder voorrecht dat strekt tot zekerheid van de schuldvordering of van het goed waarvan de schuldeiser eigenaar is.
Deze mededeling kan gelijktijdig gebeuren met het bericht bepaald bij artikel 26, § 2.

Art. 46.

§ 1. Elke schuldeiser in de opschorting die het bedrag of de hoedanigheid van de door de schuldenaar vermelde schuldvordering betwist en elke andere belanghebbende die schuldeiser beweert te zijn, kan, in geval van voortdurende onenigheid met de schuldenaar, de betwisting voor de rechtbank brengen die de procedure van gerechtelijke reorganisatie heeft geopend, overeenkomstig de artikelen 700 tot 1024 van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 2. Elke schuldvordering in de opschorting gebracht op de lijst bedoeld in artikel 17, § 2, 7°, in voorkomend geval gewijzigd met toepassing van § 3, kan op dezelfde wijze door elke belanghebbende worden betwist. De vordering wordt gericht tegen de schuldenaar en de betwiste schuldeiser.
De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter, na de derde belanghebbende, de betwiste schuldeiser in de opschorting en de schuldenaar te hebben gehoord.

§ 3. Indien de betwisting niet tot haar bevoegdheid behoort, bepaalt de rechtbank het bedrag en de hoedanigheid waarvoor de schuldvordering voorlopig zal aanvaard worden in de werkzaamheden van de gerechtelijke reorganisatie en verwijst de partijen naar de bevoegde rechtbank opdat die ten gronde oordeelt. Indien de betwisting tot haar bevoegdheid behoort maar de beslissing over de betwisting niet binnen een voldoende korte termijn zou kunnen worden getroffen, kan de rechtbank eveneens dit bedrag en deze hoedanigheid bepalen.

§ 4. Op verslag van de gedelegeerd rechter kan de rechtbank op elk ogenblik, in geval van volstrekte noodzakelijkheid en op eenzijdig verzoekschrift van de schuldenaar of een schuldeiser, de beslissing tot vaststelling van het bedrag en de hoedanigheid van de schuldvordering in de opschorting wijzigen op basis van nieuwe elementen.

§ 5. Tegen het vonnis dat het voorlopig aanvaarde bedrag en de hoedanigheid van de schuldvordering bepaalt, staat geen enkel rechtsmiddel open.

§ 6. In voorkomend geval verbetert of vervolledigt de schuldenaar de in artikel 17, § 2, 7°, bedoelde lijst van schuldeisers en legt hij ze ter griffie neer ten laatste acht dagen voor de in artikel 54 bepaalde rechtszitting. De griffier voegt de lijst en de verbeterde of aanvullende gegevens bij het dossier van de gerechtelijke reorganisatie.

Art. 47.

§ 1. Tijdens de opschorting werkt de schuldenaar een plan uit samengesteld uit een beschrijvend en een bepalend gedeelte. Hij voegt dit plan bij het dossier van de gerechtelijke reorganisatie bedoeld in artikel 20.
In voorkomend geval staat de gerechtsmandataris aangesteld door de rechtbank met toepassing van artikel 27 de schuldenaar bij om het plan op te stellen.

§ 2. Het beschrijvend gedeelte van het plan beschrijft de staat van de onderneming, de moeilijkheden die ze ondervindt en de middelen waarmede zij deze wil verhelpen.
Het bevat een verslag over de betwistingen van schuldvorderingen dat opgesteld wordt door de schuldenaar en dat de belanghebbenden kan inlichten over de omvang en hun grondslag ervan.
Het omschrijft nader hoe de schuldenaar de rendabiliteit van de onderneming zal herstellen.

§ 3. Het bepalend gedeelte van het plan bevat de maatregelen om de schuldeisers in de opschorting opgenomen op de lijst bedoeld in de artikelen 17, § 2, 7°, en in artikel 46, te voldoen.

Art. 48. Het reorganisatieplan beschrijft de rechten van alle personen die titularis zijn van :
- schuldvorderingen in de opschorting;
- schuldvorderingen die zullen ontstaan ten gevolge van de stemming of de homologatie van het reorganisatieplan,
dit, ongeacht de hoedanigheid ervan, de zakelijke of persoonlijke zekerheid die ze zeker stelt, het bijzonder of algemeen voorrecht dat met de schuldvordering gepaard gaat of het feit dat de titularis de hoedanigheid van schuldeiser-eigenaar of enige andere hoedanigheid heeft.

Art. 49. Het plan vermeldt de voorgestelde betalingstermijnen en de verminderingen op de schuldvorderingen in de opschorting, in kapitaal en intresten. Het kan in de omzetting van schuldvorderingen in aandelen voorzien, alsook in een gedifferentieerde regeling voor bepaalde categorieën van schuldvorderingen, onder meer op grond van de omvang of van de aard ervan. Het plan kan eveneens in een maatregel voorzien voor de verzaking aan de interesten of de herschikking van de betaling ervan, alsook in de prioritaire aanrekening van de bedragen die zijn gerealiseerd op de hoofdsom van de schuldvordering.
Het plan kan ook de gevolgen evalueren die de goedkeuring van het plan zou meebrengen voor de betrokken schuldeisers.
Het kan ook bepalen dat geen schuldvergelijking mogelijk zal zijn tussen de schuldvorderingen in de opschorting en de schulden van de schuldeiser-titularis die zijn ontstaan na de homologatie. Een dergelijk voorstel kan niet gedaan worden met betrekking tot samenhangende vorderingen noch met betrekking tot vorderingen die op grond van een voor de opening van de procedure van reorganisatie gesloten overeenkomst kunnen worden gecompenseerd.
Wanneer de continuïteit van de onderneming een vermindering van de loonmassa vereist, wordt in een sociaal luik van het reorganisatieplan voorzien, voor zover over een dergelijk plan niet eerder was onderhandeld. In voorkomend geval kan het in ontslagen voorzien.
Bij de uitwerking van dit plan worden de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad, of, indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging gehoord.

Art. 50. Onverminderd de betaling van de interest die hen conventioneel of wettelijk op hun schuldvorderingen verschuldigd is, kan het plan in de opschorting voorzien van de uitoefening van de bestaande rechten van de buitengewone schuldeisers in de opschorting, voor een duur die vierentwintig maanden niet mag overschrijden vanaf het neerleggen van het verzoekschrift.
Het plan kan onder dezelfde voorwaarden in een buitengewone verlenging van die opschorting voorzien voor een termijn van maximum twaalf maanden. In dit geval bepaalt het plan dat bij het verstrijken van de eerste termijn die voor de opschorting is bepaald, de schuldenaar aan de rechtbank, nadat zijn schuldeiser is gehoord, het bewijs moet leveren dat de financiële toestand en verwachte inkomsten van de onderneming na het verstrijken van deze periode de integrale terugbetaling van de betrokken buitengewone schuldeisers in de opschorting redelijkerwijze mogelijk maken, en dat bij ontstentenis van dit bewijs de rechtbank beveelt dat een einde wordt gemaakt aan die opschorting.
Behoudens hun individuele toestemming of een minnelijk akkoord gesloten overeenkomstig artikel 15 of 43, waarvan een kopie is gevoegd bij het plan op het ogenblik van de neerlegging op de griffie, mag het plan geen enkele andere maatregel bevatten die de rechten van die schuldeisers aantast.

Art. 51. Het reorganisatieplan kan voorzien in de vrijwillige overdracht van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten.

Art. 52. De uitvoeringstermijn van het plan mag niet langer zijn dan vijf jaar, te rekenen van zijn homologatie.

Art. 53. Zodra het plan op de griffie neergelegd is, ontvangen de schuldeisers in de opschorting, opgenomen op de lijst bedoeld in de artikelen 17, § 2, 7°, en 46, door toedoen van de griffier, een mededeling, die vermeldt :
- dat dit plan onderzocht wordt en dat zij het kunnen raadplegen, zonder verplaatsing, op de griffie van de rechtbank;
- de plaats, datum en uur waarop de zitting zal plaatsvinden waarop zal overgegaan worden tot de stemming over dit plan, en die zal gehouden worden ten minste veertien dagen na deze mededeling;
- dat zij op de zitting, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, hun opmerkingen met betrekking tot het voorgestelde plan zullen kunnen formuleren;
- dat enkel de schuldeisers in de opschorting op wier rechten het plan een weerslag heeft, aan de stemming kunnen deelnemen.
De gedelegeerd rechter kan beslissen dat de medeschuldenaars, de borgen en de andere persoonlijke zekerheidstellers deze mededeling ook zullen ontvangen en dat zij op dezelfde wijze hun opmerkingen kunnen laten gelden.
De schuldenaar informeert de vertegenwoordigers van de werknemers, bedoeld in artikel 49, laatste lid, over de inhoud van dit plan.

Art. 54. Op de dag gemeld aan de schuldeisers overeenkomstig artikel 26, § 1, tweede lid, 5°, en artikel 53, hoort de rechtbank het verslag van de gedelegeerd rechter en de middelen van de schuldenaar en de schuldeisers.
Het reorganisatieplan wordt geacht goedgekeurd te zijn door de schuldeisers wanneer de meerderheid van hen, die met hun onbetwiste of overeenkomstig artikel 46, § 3, voorlopig aanvaarde schuldvorderingen de helft van alle in hoofdsom verschuldigde bedragen vertegenwoordigen, voor stemmen.
Met de schuldeisers die niet aan de stemming deelnamen en hun schuldvorderingen wordt geen rekening gehouden bij het berekenen van de meerderheden.

Art. 55. Binnen veertien dagen na de zitting, en in elk geval voor de vervaldag van de met toepassing van de artikelen 24, § 2, en 38, bepaalde opschorting, beslist de rechtbank of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert.
De homologatie kan slechts geweigerd worden in geval van niet naleving van de pleegvormen door deze wet opgelegd of wegens schending van de openbare orde.
Ze kan niet aan enige voorwaarde onderworpen worden die niet in het plan vervat is noch er enige wijziging in aanbrengen.
Onder voorbehoud van de betwistingen die voortvloeien uit de uitvoering van het plan, sluit het vonnis dat oordeelt over de homologatie, de reorganisatieprocedure.
Het wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, door toedoen van de griffier.

Art. 56. Tegen het vonnis dat oordeelt over de homologatie staat geen verzet open.
Het hoger beroep ertegen wordt ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd op de griffie van het hof van beroep, binnen acht dagen na de kennisgeving van het vonnis, en wordt gericht tegen de schuldenaar of tegen de schuldeisers, naar gelang van het geval. De griffier van het hof van beroep geeft bij gerechtsbrief kennis van het verzoekschrift aan de geïntimeerden en, in voorkomend geval, aan hun advocaat, uiterlijk op de eerste werkdag na de neerlegging ervan.
Als het vonnis de homologatie verwerpt, schort het hoger beroep de uitspraak op.

Art. 57. De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend voor alle schuldeisers in de opschorting.
De betwiste, maar na de homologatie gerechtelijk erkende schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. In geen geval kan de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen beslissingen.
De schuldvorderingen in de opschorting die niet opgenomen zijn in de in artikel 17, § 2, 7°, bedoelde lijst, in voorkomend geval gewijzigd met toepassing van artikel 46, en die geen aanleiding hebben gegeven tot betwisting, worden betaald na de volledige uitvoering van het plan, op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. Indien de schuldeiser niet behoorlijk werd ingelicht tijdens de opschorting, wordt hij betaald op de wijze en in de mate die het gehomologeerd plan bepaalt voor gelijkaardige schuldvorderingen.
Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief, voor alle schuldvorderingen die erin voorkomen.
Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Burgerlijk Wetboek komt het plan de medeschuldenaars en de personen die een persoonlijke zekerheid hebben gesteld niet ten goede.

Art. 58. Elke schuldeiser kan, door de dagvaarding van de schuldenaar, de intrekking van het reorganisatieplan vorderen wanneer het niet stipt wordt uitgevoerd, of wanneer hij aantoont dat het niet anders zal kunnen en dat hij er schade door zal lijden.
De procureur des Konings kan op dezelfde wijze de intrekking vorderen wanneer hij de niet-uitvoering van het geheel of een gedeelte van het plan vaststelt.
De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter, na de schuldenaar te hebben gehoord. Het vonnis dat het plan intrekt, wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door toedoen van de griffier. De schuldenaar deelt de inhoud van dit uittreksel mee aan al zijn schuldeisers.
De intrekking van het reorganisatieplan ontneemt het elke uitwerking, behoudens wat betreft de reeds uitgevoerde betalingen en verrichtingen, onder meer de reeds verrichte overdracht van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten.

HOOFDSTUK 4. - Gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag

Art. 59.
§ 1. De overdracht onder gerechtelijk gezag van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten kan door de rechtbank bevolen worden met het oog op het behoud ervan wanneer de schuldenaar ermee instemt in zijn verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie of later in de loop van de procedure.
Als de schuldenaar in de loop van de procedure instemt met een overdracht onder gerechtelijk gezag, worden de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging, of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging gehoord.

§ 2. Dezelfde overdracht kan op dagvaarding van de procureur des Konings, van een schuldeiser of van eenieder die belang heeft om het geheel of een gedeelte van de onderneming te verwerven, bevolen worden :
1° wanneer de schuldenaar zich in staat van faillissement bevindt zonder een procedure van gerechtelijke reorganisatie te hebben aangevraagd;
2° wanneer de rechtbank de vordering tot het openen van de procedure met toepassing van artikel 23 verwerpt, er de vroegtijdige beëindiging van beveelt met toepassing van artikel 41 of het reorganisatieplan intrekt met toepassing van artikel 58;
3° wanneer de schuldeisers het reorganisatieplan niet goedkeuren met toepassing van artikel 54;
4° wanneer de rechtbank de homologatie van het reorganisatieplan weigert met toepassing van artikel 55.
De vordering tot overdracht kan ingesteld worden in de dagvaarding die strekt tot de voortijdige beëindiging van de procedure tot reorganisatie of de intrekking van het reorganisatieplan, of in een afzonderlijk exploot gericht tegen de schuldenaar.

§ 3. Wanneer zij de overdracht beveelt in hetzelfde vonnis als dit waarin zij het verzoek tot opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie verwerpt, de voortijdige beëindiging ervan beveelt, het reorganisatieplan intrekt of de homologatie weigert, oordeelt de rechtbank op verslag van de gedelegeerd rechter en gelast zij hem verslag uit te brengen over de uitvoering van de overdracht.
Wanneer hij de overdracht beveelt in een ander vonnis dan dit waarbij de opschorting wordt beëindigd, wijst de rechtbank een rechter in de rechtbank, de voorzitter uitgezonderd, of een rechter in handelszaken aan om verslag uit te brengen over de uitvoering van de overdracht.
§ 4. De bepalingen van dit artikel gelden onverminderd de verplichtingen de werknemers of hun vertegenwoordigers te raadplegen en in te lichten op grond van de bestaande wettelijke of conventionele bepalingen.

Art. 60. Het vonnis dat de overdracht beveelt, wijst een gerechtsmandataris aan die wordt gelast met het organiseren en realiseren van de overdracht in naam en voor rekening van de schuldenaar. Het bepaalt het voorwerp van de overdracht of laat die bepaling over aan het oordeel van de gerechtsmandataris.
De rechtbank kan, in hetzelfde vonnis, een bijkomende opschorting bevelen voor niet meer dan zes maanden te rekenen van haar beslissing, met de gevolgen bepaald in de artikelen 30 tot 37.
Het vonnis wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door toedoen van de aangewezen gerechtsmandataris.

Art. 61.
§ 1. Onverminderd wat in de volgende paragrafen wordt bepaald, gaan de rechten en verplichtingen welke voor de vervreemder voortvloeien uit de op het tijdstip van de overdracht van de onderneming bestaande arbeidsovereenkomsten door deze overdracht over op de verkrijger.
 
§ 2. De verkrijger en de vervreemder of de gerechtsmandataris en alle in de vakbondsafvaardiging vertegenwoordigde organisaties kunnen in het raam van een collectieve onderhandelingsprocedure overeenkomen om in de arbeidsvoorwaarden wijzigingen aan te brengen die bedoeld zijn om de werkgelegenheid veilig te stellen door het voortbestaan van de onderneming of van haar activiteiten, of een deel ervan, te verzekeren.
De verkrijger en de werknemers kunnen daarenboven overeenkomen wijzigingen aan de individuele arbeidsovereenkomst aan te brengen, voor zover die wijzigingen hoofdzakelijk verbonden zijn aan technische, economische of organisatorische redenen en geen zwaardere verplichtingen opleggen aan de verkrijger dan die welke volgen uit de collectieve onderhandelingen.
 
§ 3. De vervreemder of de gerechtsmandataris lichten schriftelijk de kandidaat-verkrijger in over alle verplichtingen die betrekking hebben op de werknemers die betrokken zijn in de overdracht en over alle bestaande vorderingen die deze werknemers zouden hebben ingesteld tegen de werkgever.
Zij geven gelijktijdig aan de individuele werknemers kennis van de verplichtingen die ten aanzien van hen gelden en bezorgen een afschrift van die kennisgeving aan de verkrijger.

De verkrijger kan niet gebonden zijn tot andere verplichtingen dan die welke aldus schriftelijk worden medegedeeld. Als de gegevens onjuist of onvolledig zijn, kan de werknemer schadevergoeding eisen van de vervreemder. De arbeidsrechtbank neemt kennis van die vorderingen en spreekt zich uit bij hoogdringendheid.
Wanneer de overdracht plaatsvindt op vordering van een derde of van het openbaar ministerie, gaan de op het tijdstip van de overdracht bestaande schulden die uit de op dat tijdstip bestaande arbeidsovereenkomsten voortvloeien niet over op de verkrijger indien de betaling van die schulden wettelijk wordt gewaarborgd door het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van een onderneming ontslagen werknemers binnen de grenzen die voor zijn tussenkomst van toepassing zijn en vastgesteld worden in de wetgeving betreffende de sluiting van ondernemingen.
 
§ 4. De keuze van de werknemers die hij wenst over te nemen berust bij de verkrijger. De keuze van de verkrijger moet bepaald worden door technische, economische en organisatorische redenen en gebeuren zonder verboden differentiatie, inzonderheid ingegeven door de activiteit uitgeoefend als vertegenwoordiger van het personeel in de overgedragen onderneming of het overgedragen deel van onderneming.
De afwezigheid van verboden differentiatie op dat vlak wordt geacht bewezen te zijn indien het deel van de werknemers en van hun vertegenwoordigers dat in de overgenomen onderneming of deel van onderneming actief was en dat door de verkrijger gekozen wordt, evenredig is in het totaal aantal gekozen werknemers.
 
§ 5. De verkrijger, de vervreemder of de gerechtsmandataris kunnen, bij verzoekschrift aan de arbeidsrechtbank van de zetel van de vennootschap of hoofdinrichting van de schuldenaar, de homologatie vragen van de voorgenomen overdracht in zoverre de overdrachtovereenkomst de in dit artikel bepaalde rechten aanbelangt. Met de voorgenomen overdracht worden in dit artikel de overdracht zelf, de lijst van de overgenomen of over te nemen werknemers, het lot van de arbeidsovereenkomsten, de vastgestelde arbeidsvoorwaarden en de schulden bedoeld.
De arbeidsrechtbank spreekt zich uit, bij hoogdringendheid, na de vertegenwoordigers van de werknemers en verzoeker te hebben gehoord. De werknemers die de in paragraaf 3 bedoelde kennisgeving betwisten, worden door de vervreemder of de gerechtsmandataris gedagvaard om voor de arbeidsrechtbank te verschijnen op dezelfde zitting.
Als de homologatie wordt verleend, kan de verkrijger tot geen andere verplichtingen worden gehouden dan die welke voorkomen in de akte waarvan de homologatie is gevraagd.
 
§ 6. De bepalingen van dit artikel gelden tot de bekrachtiging door de Koning van een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale Arbeidsraad waarbij de rechten van de werknemers die betrokken zijn bij een overdracht van onderneming in het kader van een gerechtelijke reorganisatie nader worden geregeld. De bepalingen van die collectieve arbeidsovereenkomst mogen afwijken van wat in dit artikel wordt bepaald.
 
Art. 62. De aangewezen gerechtsmandataris organiseert en verricht de door de rechtbank bevolen overdracht door de verkoop of de overdracht van de voor het behoud van het geheel of een gedeelte van de economische activiteit van de onderneming noodzakelijke of nuttige roerende of onroerende activa.
Hij wint offertes in en waakt bij voorrang over het behoud van het geheel of een gedeelte van de activiteit van de onderneming, rekening houdend met de rechten van de schuldeisers. Indien er verscheidene vergelijkbare offertes zijn, geeft de rechtbank de voorkeur aan de offerte die het behoud van de werkgelegenheid garandeert door een sociaal akkoord waarover is onderhandeld.
Daartoe stelt hij een of meer ontwerpen van gelijktijdige of opeenvolgende verkopen op, met vermelding van de stappen die hij heeft ondernomen, de voorwaarden van de voorgenomen verkoop en de rechtvaardiging van zijn ontwerpen, en voegt hij voor elke verkoop een ontwerp van akte bij.
Hij deelt zijn ontwerpen mee aan de gedelegeerd rechter en, bij verzoekschrift op tegenspraak, waarvan minstens twee dagen voor de zitting kennis wordt gegeven aan de schuldenaar, vraagt hij aan de rechtbank de machtiging om te kunnen overgaan tot de uitvoering van de voorgestelde verkoop.
 
Art. 63. Wanneer de verkoop betrekking heeft op onroerende goederen, wordt het ontwerp van akte daartoe opgesteld door een door de gerechtsmandataris aangestelde notaris en wordt er een evaluatieverslag bijgevoegd evenals een getuigschrift van de hypotheekbewaarder dat dateert van na het openen van de reorganisatieprocedure en dat melding maakt van de bestaande inschrijvingen en van elke overschrijving van bevelen of beslagen op de genoemde onroerende goederen.
Wanneer de verkoop betrekking heeft op een onroerend goed of een handelszaak, worden alle personen gehoord die beschikken over een inschrijving of een kantmelding op het betrokken onroerend goed of over een inschrijving op de betrokken handelszaak.
Ongeacht het voorwerp van de verkoop, roept de gerechtsmandataris de schuldenaar op voor het verzoekschrift wordt neergelegd.
De personen bedoeld in het tweede lid en de schuldenaar kunnen de rechtbank bij verzoekschrift vorderen haar toelating te onderwerpen aan bepaalde voorwaarden, zoals het bepalen van een minimumverkoopprijs.
 
Art. 64.
§ 1. Op verslag van de gedelegeerd rechter verleent de rechtbank de met toepassing van artikel 62, vierde lid gevorderde machtiging, indien de voorgenomen verkoop voldoet aan de in het tweede lid van hetzelfde artikel vastgestelde voorwaarden.
De rechtbank hoort de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad, of, indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging, of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging.
Wanneer een ontwerp van verkoop verscheidene voorstellen in aanmerking neemt van verschillende kandidaat-kopers of houdende verschillende voorwaarden, beslist de rechtbank.
Wanneer de verkoop betrekking heeft op roerende goederen en het ontwerp van verkoop voorziet in de openbare verkoop ervan, wijst het vonnis de gerechtsdeurwaader aan die belast wordt met de verkoop en er de prijs van zal innen.
 
§ 2. Het vonnis dat de verkoop toestaat, wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en medegedeeld aan de schuldeisers door toedoen van de met de overdracht gelaste gerechtsmandataris, met vermelding van de naam van de aangestelde notaris of van de door de rechtbank aangewezen gerechtsdeurwaarder.
 
Art. 65. De verkoop dient te gebeuren overeenkomstig het door de rechtbank aangenomen ontwerp van akte en, wanneer hij betrekking heeft op onroerende goederen, door het ambt van de notaris die de akte heeft opgesteld.
De prijs van de roerende goederen wordt door de door de rechtbank aangewezen gerechtsmandataris geïnd en verdeeld overeenkomstig de artikelen 1627 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.
De prijs van de onroerende goederen wordt door de aangestelde gerechtsmandataris geïnd en verdeeld overeenkomstig de artikelen 1639 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.
 
Art. 66. Door de verkoop van de roerende en onroerende goederen gaan de rechten van de schuldeisers over op de prijs.
 
Art. 67. Wanneer de aangewezen gerechtsmandataris van oordeel is dat alle voor overdracht vatbare activiteiten overgedragen zijn, en in elk geval voor het einde van de opschorting, vraagt hij aan de rechtbank bij verzoekschrift dat zij de procedure van gerechtelijke reorganisatie afsluit of, wanneer het gerechtvaardigd is dat deze voortgezet wordt voor andere doeleinden, dat zij hem ontlast van zijn opdracht.
Wanneer de schuldenaar een rechtspersoon is, kan de rechtbank, in het vonnis dat dit verzoek inwilligt, de bijeenroeping van de algemene vergadering bevelen met de ontbinding als agenda.
De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter, na de schuldenaar te hebben gehoord.
 
Art. 68. De beslissing tot sluiting van de procedure van gerechtelijke reorganisatie ontlast de verkrijger van alle andere verplichtingen dan die welke in de akte van overdracht zijn vermeld.
 
Art. 69. Te rekenen van het vonnis bedoeld in artikel 60 worden alle middelen van tenuitvoerlegging uit hoofde van de schuldvorderingen in de opschorting ten laste van de natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijke zekerheid van de schuldenaar heeft gesteld, opgeschort tot het vonnis bedoeld in artikel 67, derde lid.
 
Art. 70. De natuurlijke persoon van wie de onderneming met toepassing van artikel 67 geheel werd overgedragen, kan door de rechtbank ontlast worden van de schulden die bestaan op het ogenblik van het vonnis dat deze overdracht beveelt, indien deze persoon ongelukkig en te goeder trouw is.
Daartoe kan hij een verzoekschrift op tegenspraak neerleggen bij de rechtbank, uiterlijk drie maanden na dit vonnis. Het verzoekschrift wordt door de griffier ter kennis gebracht van de gerechtsmandataris.
Het vonnis dat de ontlasting van de schuldenaar beveelt, wordt door toedoen van de griffier bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Wanneer de schuldenaar ontlast is, kan hij niet langer door zijn schuldeisers vervolgd worden. De ontlasting komt de medeschuldenaars en de persoonlijke zekerheidstellers niet ten goede, onverminderd de toepassing van de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Burgerlijk Wetboek.

TITEL 5. - Diverse bepalingen

Art. 71.
§ 1. De gerechtsmandatarissen, aangewezen krachtens deze wet, worden gekozen op grond van hun kwaliteiten en volgens de noodwendigheden van de zaak.
Ze dienen waarborgen te bieden van bekwaamheid, ervaring, onafhankelijkheid en onpartijdigheid.
Ze kunnen aangewezen worden onder de personen die gemachtigd zijn door de overheidsinstellingen of private instellingen die door de bevoegde overheid zijn aangewezen of erkend om ondernemingen in moeilijkheden te begeleiden.
 
§ 2. De kosten en erelonen van de gerechtsmandatarissen worden bepaald door de rechtbank.
De Koning bepaalt de regels en barema's die van toepassing zijn op de gerechtsmandatarissen aangewezen met toepassing van de artikelen 27 en 60; Hij kan deze bepalen voor de voorlopige bestuurders aangewezen met toepassing van artikel 28.
 
§ 3. Op vordering van elke belanghebbende, op verzoekschrift van de gerechtsmandataris of ambtshalve kan de rechtbank op elk ogenblik en voor zover dit noodzakelijk blijkt, overgaan tot de vervanging van een gerechtsmandataris, er het aantal van vergroten of van verminderen.
Elke vordering van derden wordt gericht, volgens de vormen van het kort geding, tegen de mandataris of mandatarissen en tegen de schuldenaar.
De gerechtsmandataris en de schuldenaar worden gehoord in raadkamer. De beslissing wordt uitgesproken in openbare zitting.

TITEL 6. - Strafrechtelijke bepalingen
 
Art. 72. De schuldenaar wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van 5 euro tot 125 000 euro of met een van deze straffen alleen :
1° indien hij, op welke wijze ook, om een procedure van gerechtelijke reorganisatie te verkrijgen of te vergemakkelijken, opzettelijk een gedeelte van zijn actief of van zijn passief heeft verborgen of dit actief overdreven of dit passief geminimaliseerd heeft;
2° indien hij wetens en willens een of meer vermeende schuldeisers of schuldeisers waarvan de schuldvorderingen overdreven zijn, heeft doen of laten optreden bij de beraadslagingen;
3° indien hij wetens en willens een of meer schuldeisers heeft weggelaten uit de lijst van schuldeisers;
4° indien hij wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen over de staat van zijn zaken of de vooruitzichten van reorganisatie heeft gedaan of laten doen aan de rechtbank of aan een gerechtsmandataris.
 
Art. 73. Worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van 5 euro tot 125 000 euro, zij die, bedrieglijk, zonder schuldeiser te zijn, deelnemen aan de stemming bepaald bij artikel 54 of als schuldeiser hun schuldvorderingen overdrijven, en zij die hetzij met de schuldenaar, hetzij met enige andere persoon bijzondere voordelen bedingen voor hun wijze van stemmen over het reorganisatieplan of die een bijzondere overeenkomst aangaan waaruit voor hen een voordeel voortvloeit ten laste van het actief van de schuldenaar.

TITEL 7. - Wijzigende bepalingen

Art. 74. In artikel 764, eerste lid, 8°, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 17 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord « akkoordaanvragen » wordt vervangen door de woorden « vorderingen tot gerechtelijke reorganisatie »;
2° de woorden « rechtsplegingen tot herroeping van de opschorting van betaling » worden vervangen door de woorden « vorderingen tot intrekking van een reorganisatieplan ».

Art. 75. In artikel 1395, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 juli 1997, 5 juli 1998, 17 maart 2003 en 13 december 2005, worden de woorden « bevoegd inzake het gerechtelijk akkoord » vervangen door de woorden « bevoegd inzake de verzoekschriften tot gerechtelijke reorganisatie ».

Art. 76. In artikel 8 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Wanneer er gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen bestaan dat de voorwaarden voor een faillissement vervuld zijn, en spoed vereist is, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel de koopman of de handelsvennootschap geheel of ten dele het beheer van het geheel of een gedeelte van zijn goederen ontnemen. »;
2° « In het derde lid, worden de woorden « de koopman » vervangen door de woorden « de koopman of de handelsvennootschap ».

Art. 77. Artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 september 2002, wordt aangevuld met een lid, luidende :
« De verplichting tot aangifte is opgeschort vanaf de neerlegging van een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie en dit zolang de opschorting verleend krachtens de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen duurt. »

Art. 78. In artikel 23, § 1, van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het 14° wordt vervangen als volgt :
« 14° die oordelen over een vordering tot gerechtelijke reorganisatie of een opschorting verlenen of verlengen; »;
b) het 15° wordt vervangen als volgt :
« 15° die een procedure van gerechtelijke reorganisatie sluiten of beëindigen, een reorganisatieplan intrekken of een homologatie van een reorganisatieplan weigeren; ».

Art. 79. In de Franse tekst wordt het opschrift van hoofdstuk XI van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht vervangen als volgt : « Procédures collectives d'insolvabilité ».

Art. 80. Artikel 116 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
« Dit hoofdstuk is van toepassing op de procedures van faillissement, gerechtelijke reorganisatie en collectieve schuldenregeling. »

Art. 81. In artikel 3 van het koninklijk besluit n° 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake de belasting op de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 7 april 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het tweede streepje wordt vervangen als volgt :
« - in geval van gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord, op de datum van de homologatie door de rechtbank, wat betreft de schuldvorderingen waarvan de vermindering werd opgetekend in het reorganisatieplan; »;
2° een derde streepje wordt toegevoegd, luidende :
« - in geval van gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord, op de datum van het vonnis dat het minnelijk akkoord vaststelt, wat betreft de schuldvorderingen waarvan de vermindering werd opgetekend in het akkoord; »;
3° een vierde streepje wordt toegevoegd, luidende :
« - op de datum van de uitspraak tot sluiting van de procedure van gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag, wat betreft de schuldvorderingen die ten gevolge van de overdracht niet konden worden aangezuiverd. »

Art. 82. In artikel 48, van het Wetboek op de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wet van 7 april 2005, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
« Geven aanleiding tot een fiscale vrijstelling voor waardeverminderingen en voorzieningen, de schuldvorderingen op de medecontractanten waarvoor krachtens de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondermeningen door de rechtbank een reorganisatieplan is gehomologeerd of een minnelijk akkoord is vastgesteld, dit gedurende de belastbare tijdperken tot de volledige tenuitvoerlegging van het plan of van het minnelijk akkoord of tot het sluiten van de procedure. »

Art. 83. In hetzelfde Wetboek, titel II, hoofstuk II, afdeling 4, onderafdeling 2, wordt een letter E ingevoegd met als opschrift « Winst voortvloeind uit de homologatie van een reorganisatieplan en uit de vaststelling van een minnelijk akkoord », die een artikel 48/1 bevat, luidende :
« Art. 48/1. - De winst die voortvloeit uit de minderwaarden die door de schuldenaar zijn opgetekend op bestanddelen van het passief ten gevolge van de homologatie van een reorganisatieplan door de rechtbank of ten gevolge van de vaststelling door de rechbank van een minnelijk akkoord krachtens de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, wordt vrijgesteld volgens de nadere toepassingsregels die de Koning vaststelt. »
TITEL 8. - Opheffings- en overgangsbepalingen

Art. 84. De Koning brengt de terminologie en de verwijzingen van de geldende wetten in overeenstemming met deze wet.

Art. 85. Onder voorbehoud van de toepassing ervan op de procedures van gerechtelijk akkoord die lopen op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet, wordt de wet van 17 juli 1997 op het gerechtelijk akkoord opgeheven.

Art. 86. Deze wet treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk zes maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 31 januari 2009.
Deze wet treedt in werking op 1 april 2009, KB 27 maart 2009, (B.S. 31/03/2009)
27 MAART 2009. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de inwerkingtreding van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen :

Artikel 1. De wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen en dit besluit treden in werking op 1 april 2009.
Art. 2. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 27 maart 2009.
ALBERT

A. TOELICHTING

Handelaars, ondernemingen, burgerlijke venootschappen en handelsvennotschappen, naast landbouwvennotschappen kunnen in ernstige financiële moeilijkheden raken, waardoor zij hun onmiddellijke betalingsverplichtingen niet meer kunnen nakomen.

Zij kunnen geconfronteerd worden met beslagen of nog erger met faillissement. De oude wet op het gerechtelijk akkoord bleek geen oplossing te bieden, wegens te duur en te log. Thans staat een nieuw instrument open waarbij middels onderhandelingen gehomologeerde akkoorden kunnen worden bekomen, desnoods onder dreiging van een gerechtelijke reorganisatie tegenover de schuldeisers.

Immers wanneer een gerechtelijke reorganisatie wordt aangevraagd wordt de betrokken handelaar of onderneming beschermd van zijn schuldeisers. Betalingsverplichtingen kunnen voor 18 maanden worden opgeschort en beslagen tegengehouden (art. 30 en 31 WCO) zo ook de vorderingen tot faillissement (art. 30 WCO)dit teneinde de betrokken handelaar of onderneming een herstel uit te werken door akkoorden uit te werken of zelfs de overdracht van de onderneming mogelijk te maken.

Binnen de gerechtelijke reorganisatie kan de schuldenaar aan zijn schuldeiser betalingsvoorstellen formuleren. Wanneer deze geweigerd worden kan de schuldenaar aan de rechtbank gematigde respijttermijnen laten opleggen ten aanzien van schuldeisers die elk voorstel tot gespreide betaling weigeren.

Indien geen minnelijk akkoord kan bekomen worden en de problematiek evenmin kan opgelost worden door het door de rechtbank op te leggen betalingsgemak zoals door de schuldeiser toe te staan, staat nog de mogelijkheid open tot een collectief akkoord (art. 45 en volgende WCO)waarbij een volledig dossier, met plan, over maximum 5 jaar wordt voorgesteld en waarbij volgens de bij wet voorziene procedure door de schuldeisers zal gestemd worden meerderheid tegen minderheid waarbij de meerderheid bepaald wordt ondermeer door de hoegrootheid van de schuldvorderingen: Het reorganisatieplan moet worden goedgekeurd door de meerderheid van de (aanwezige ) schuldeisers, die samen de helft van alle in hoofdsom verschuldigde bedragen vertegenwoordigen. Er is dus sprake van een dubbele meerderheid: in aantal en in grootte van de schuldvorderingen

definities gebruikt in de wet

toepassingsgebied van de wet

handelaars handelend in eigen naam, handelsvennootschappen, burgerlijke vennootschappen met handelsvorm en landbouwvennootschappen van wie de continuïteit van de onderneming, onmiddellijk of op termijn bedreigd is (art. 23), zonder dat daarom het geheel van de activiteiten dient behouden te blijven en waarbij dus een gedeeltelijk behoud van de activiteit volstaat en waarbij de (kennelijke) kwade trouw, noch de feitelijke staat van faillissement deze procedure verhindert.

eenvoudige procedure zonder veel formalisme en met vereenvoudigde kennisgevingen, zelfs per e-mail: zie artikel 6. De procedure kan geopend verklaard worden indien de voorwaaarden vervuld LIJKEN te zijn (art. 24).

stukken te voegen bij het verzoekschrift

B. KORT OVERZICHT

1. De preventieve fase

- de dienst handelsonderzoeken blijft bestaan (artikel 8-12 WCO)
- mogelijkheid om een beroep te doen op een ondernemingsbemiddelaar (artikel 13 WCO)
- afdwingbaar heeft van minnelijke akkoorden voor zover deze voldoen aan bepaalde voorwaarden
- mogelijkheid tot aanstelling van een gerechtsmandataris

2. De gerechtelijke reorganisatie

- procedure die kan ingesteld worden op verzoek van de schuldenaar met financiële problemen of dreigende financiële problemen
- onmiddellijk gevolg opschorting van de betalingsverplichtingen voor een welbepaalde periode en bescherming van de schuldenaar tegen zijn schuldeisers;
- tijdens deze opschortingsperiode moet de schuldenaar herstelmaatregelen treffen
- de onderneming behoudt volledige beschikkingsbevoegdheid (uitz. 28 WCO)
- indien de schuldenaar mislukt in zijn herstelmaatregelen kan overdracht onder gerechtelijk gezag worden verplicht zoals gerealiseerd door een gerechts mandataris.
- in tegenstelling tot de vroegere procedure gerechtelijk akkoord is de functie van commissaris inzake opschorting afgeschaft. Deze functie wordt overgenomen door de gedelegeerden rechter of de woorden een gerechts mandataris.
- bij elke gerechtelijke reorganisatie worden gedelegeerd rechter aangesteld die een advies en controlefunctie heeft en als tussenpersoon optreedt tussen de rechtbank en de schuldenaar

c. De personen betrokken bij de procedure

• De ondernemingsbemiddelaar:

taken: (ondersteunend)

- onderhandelen tussen de schuldeisers een schuldenaar
- advies of bijstand verlenen aan de handelaar onder meer in de realisatie van de herstelmaatregelen

Aanstelling: (enkel) op verzoek van de schuldenaar door de voorzitter van de rechtbank of gericht aan de kamer voor handelsonderzoeken naar aanleiding van een handelsonderzoek. De ondernemingsbemiddelaar behoudt een zeer grote graad van onafhankelijkheid. Hij kan toch moet geen advocaat zijn. De rechtbank oordeelt over diens geschiktheid.

Kosten en erelonen van de ondernemingsbemiddelaar worden betaald door de schuldenaar (geen verwijzing naar een KB inzake criteria) voorzien

• De gerechtsmandataris

taken:
- het verlenen van hulp en bijstand bij de realisatie van het herstelplan
- (eventueel) gerechtsmandataris die verantwoordelijk is voor de organisatie van overdracht
- let wel, een gerechtelijke mandataris is geen voorlopig bewindvoerder en heeft geen beslissingsbevoegdheid en plaats van de schuldenaar
- De gerechtelijke mandataris wordt aanzien als een procespartij in de gerechtelijke reorganisatie en zal derhalve kennis krijgen van alle stukken gericht aan de schuldenaar er wordt ook steeds gehoord wanneer de schuldenaar gehoord wordt .

 

Aanstelling: (art. 27 WCO) op verzoek van de schuldenaar of belanghebbende derden (nooit ambtshalve) door een procedure volgens de vormen van het kortgeding in te leiden voor de voorzitter van de rechtbank van koophandel. Dit hoeft geen advocaat te zijn (art 71 WCO).

Wanneer de aanstelling gevraagd wordt door een belanghebbende derde dient dit te gebeuren door een verzoekschrift op tegenspraak met kennisgeving aan de schuldenaar door de griffie. Het verzoek tot aanstelling door de schuldenaar is niet onderworpen aan vormvereisten. De aanstelling kan gevorderd worden in elke fase van de procedure van gerechtelijke reorganisatie.

De aanstelling is facultatief bij de procedure tot gerechtelijke reorganisatie maar verplicht bij de procedure overdracht onder gerechtelijk gezag omdat de gerechtsmandataris de overdracht realiseert en organiseert in naam en voor rekening van de schuldenaar. Hierbij is alleen de ontwerp overeenkomsten die hij: negociëren ter goedkeuring dienen voor te leggen aan de rechtbank, de verkoopprijs innen en de opbrengst verdelen onder de schuldeisers.

Kosten en erelonen van de ondernemingsbemiddelaar worden bepaald door de rechtbank en betaald door degene die de aanstelling heeft gevorderd (verwijzing naar een toekomstig KB inzake criteria).

• De gedelegeerde rechter

Aanstelling: door de voorzitter van de rechtbank van koophandel naar aanleiding van elk verzoekschrift tot opening van een gerechtelijke reorganisatie. Buiten de procedure van de gerechtelijke reorganisatie zal de voorzitter van de rechtbank van koophandel een gedelegeerde rechter aanstellen en telkens wanneer in toepassing van artikel 59 paragraaf 2 WCO er aanleiding is tot een overdracht onder gerechtelijk gezag,

De gedelegeerde rechter kan een beroepsrechter om een rechter in handelszaken zijn.

taken:

- tussenschakel tussen de schuldenaar en de rechtbank (o.m. verslaggeving aan de rechtbank )
- adviestaak (o.m. aan de rechtbank met betrekking tot de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het verzoek), controletaak (art. 19 WCO) en toezichtstaak;
- informatie en administratieve taak: onder meer het verlenen van inzagerecht aan de schuldenaars, borg verleners en stellers van persoonlijke zekerheden. over het dossier van de gerechtelijke reorganisatie en het inzagerecht zie art. 20 WCO.

• De voorlopige bewindvoerder

Wordt aangesteld wanneer de schuldenaar kennelijke grove fouten heeft begaan of van kennelijke kwade trouw is. (28 WCO) Bij aanstelling van de voorlopige bewindvoerder neemt deze alle taken van het beheer en het bestuur van de onderneming over.

Aanstelling : nooit ambtshalve enkel op vordering van het parket of op vordering van elke belanghebbende (dus vanzelfsprekend ook op vordering van een schuldeiser, maar ook op vordering van werknemers, hypotheek verleners, borgen en medeschuldenaars). De aanstelling wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad (artikel 28 WCO). Tegen de beslissing tot aanstelling van een voorlopig bewindvoerder staat geen verzet maar wel hoger beroep open (binnen een termijn van acht dagen na de kennisgeving van het vonnis), naast de derdenverzet volgens het gemeenrecht. Het hoger beroep heeft geen schorsende werking .
 

D. VERLOOP VAN DE PROCEDURE

• Het minnelijk akkoord

- behelst een schuldregeling zonder formalisme met minstens met 2 schuldeisers
- betalingen gedaan in het kader van een minnelijk akkoord blijven tegenstelbaar ingeval van later faillissement mits het akkoord werd afgesloten met oog op de gezondmaking van de financiële toestand op de reorganisatie en mits het werd neergelegd in een register bijgehouden op de griffie van de rechtbank van koophandel zonder dat hierdoor het confidentieel karakter van het minnelijk akkoord wordt geschonden

• De gerechtelijke reorganisatie

doel: de continuïteit van de onderneming
 
middel: tijdelijke opschorting van de betalingsverplichting zelfs ten aanzien van bevoorrechte schuldeisers waarbij in deze opschortings periode er ofwel een minnelijk akkoord dien bereikt te worden, een collectief akkoord, dan wel de overdracht onder gerechtelijk gezag .

De gerechtelijke reorganisatie kan geweigerd worden wanneer de vennootschap fictief is en dus geen activiteiten of activa heeft . Maar zij kan wel opgestart worden wanneer de onderneming de facto failliet is . Zo staat de procedure open wanneer de onderneming eigenlijk in werkelijkheid failliet is maar wanneer de procedure van de reorganisatie voordeliger is voor de gemeenschap en de schuldeisers dan een plastiek faillissement .

Het parket kan niet de procedure tot gerechtelijke organisatie instellen evenmin kunnen de schuldeisers, werknemers, aandeelhouders of belanghebbende derden de procedure tot gerechtelijke reorganisatie instellen. De procedure kan enkel opgestart worden op verzoek van de schuldenaar zelf.

Maar anderzijds kan de procureur des Konings, en de schuldeiser, ja zelfs een kandidaat overnemer de schuldenaar dagvaarden tot overdracht van het geheel of een deel van de onderneming onder gerechtelijk gezag op voorwaarde dat de schuldenaar zich de facto in een staat van faillissement bevindt zonder dat de schuldenaar zelf het initiatief heeft genomen om een procedure van een gerechtelijke reorganisatie in te stellen.

Dit initiatiefrecht van derden en het parket staat ook open wanneer de rechtbank de procedure tot opening van een gerechtelijke reorganisatie verwerpt of de beëindiging ervan beveelt alvorens de reorganisatie is afgesloten, dan wel het reorganisatieplan intrekt , wanneer de schuldeisers het reorganisatieplan niet goedkeuren of wanneer de rechtbank de rommel haast die van het reorganisatieplan weigert..

Vormvoorwaarden gerechtelijke reorganisatie : zie artikel 17 WCO. Onmiddellijk na de neerlegging van het verzoekschrift stelt de voorzitter van de rechtbank van koophandel en gedelegeerd rechter aan die een verslag geeft over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het verzoek en verder de rechtbank informeert met alle nodige en nuttige elementen zodat deze met kennis van zaken kan oordelen over het verzoek . Hiertoe kan de gedelegeerde rechter de schuldenaar uitnodigen en hen alle nodige of nuttige stukken opvragen. De gedelegeerde rechter heeft het recht om elke andere persoon te horen in het belang van het onderzoek.

Binnen de 24 uur na de neerlegging van het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie wordt dit gemeld aan het parket dat alle handelingen van de procedure kan bijwonen maar evenwel niet gehoord wat bij de toekenning van de gerechtelijke reorganisatie onverminderd de mogelijkheid van de procureur om vorderingen in te stellen wanneer deze zou vaststellen dat de herstelmaatregelen niet slagen. Ter zake dient de nadruk dat enkel het parket en belanghebbende derden vorderingen kunnen instellen om de procedure tot gerechtelijke reorganisatie te beëindigen of te wijzigen. De rechtbank kan dus niet ambtshalve het initiatief nemen om de gerechtelijke reorganisatie te beëindigen.

Binnen de 10 dagen na de neerlegging van het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie beslist de rechtbank over het verzoek met gesloten deuren waarbij de schuldenaar en de gedelegeerde rechter worden opgeroepen en gehoord. Hierna volgt een vonnis binnen de acht dagen .toekenningsvoorwaarden zie artikel 23 WCO.

In haar vonnis bepaalt de rechtbank de duur van de opschorting die maximaal zes maand kan bedragen, maar de rechtbank beschikt over de bevoegdheid om de opschorting een onbeperkt aantal keren te verlengen (art. 38 WCO). Het principe is een opschorting voor 6 maanden die op gemotiveerde wijze kan verlengd mlts de schuldenaar  op verzoek van de schuldenaar voor het verstrijken va de lopende duur. De normale termijn mag echter nooit meer dan 6 maand bedragen, maar na deze termijn van 12 maandkan de schuldenaar aan de rechtbank op grond van buitengewone omstandigheden een bijkomende termijn van 6 maanden bekomen. Tegen de weigering tot verlenging staat geen enkel rechtsmiddel open.

Bekendmaking van de gerechtelijke reorganisatie

Het vonnis van opening van de gerechtelijke reorganisatie dient te binnen de vijf dagen na het vonnis door de griffie bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De schuldenaren dient binnen een termijn van 14 dagen na het vonnis zijn schuldeisers individueel ter kennis te brengen en van de opening van de procedure. In deze kennisgeving maakt hij melding van de gegevens vermeld in artikel 26 WCO.

Rechtsmiddelen en termijnen tegen het vonnis inzake de gerechtelijke reorganisatie: artikel 29 WCO
De vonnissen zijn uitvoerbaar bij voorraad art 5 WCO, met dien verstande dat een hoger beroep tegen een vonnis dat de gerechtelijke reorganisatie afwijst deze uitspraak opschort (artikel 29 WCO laatste lid)

- geen verzet
- derdenverzet lijkt mogelijk volgens de regels van gemeenrecht
hoger beroep binnen de acht dagen na kennisgeving van het vonnis

Diverse bepalingen mbt de gerechtelijke reorganisatie

Conform artikel 39 WCO kan het plan tijdens de procedure worden gewijzigd (artikel 39 WCO)
conform artikel 40 WCO kan de schuldenaar afstand doen van de procedure tot gerechtelijke reorganisatie, indien hij door meeval plots zijn schuldenlast kan betalen.
De wijze van beëindiging van de opschorting van betaling wordt geregeld in artikel 42 WCO
ingevolge artikel 34 WCO blijft schuld een vergelijking mogelijk tussen schuldvorderingen in de opschorting en de schulden die ontstaan zijn tijdens de opschorting terwijl ook de conventionele schuldvergelijking uitwerking heeft na de opening van de gerechtelijke reorganisatie.

Gevolgen voor de lopende overeenkomsten : zie artikel 35-37 WCO.

De schuldeisers die nieuwe leveringen van producten of diensten verlenen na de opening van de gerechtelijke reorganisatie worden aanzien als schuldeisers buiten de gerechtelijke reorganisatie en hebben de mogelijkheid om betaling te eisen en te bekomen in tegenstelling tot de schuldeisers in de gerechtelijke reorganisatie. Op die wijze kan de continuïteit van de onderneming gegarandeerd blijven .

Binnen de gerechtelijke reorganisatie kan de schuldenaar aan zijn schuldeiser betalingsvoorstellen formuleren. Wanneer deze geweigerd worden kan de schuldenaar aan de rechtbank gematigde respijttermijnen laten opleggen ten aanzien van schuldeisers die elk voorstel tot gespreide betaling weigeren

• De gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord

Deze procedure heeft heel wat kenmerken gemeen met het oude gerechtelijk akkoord .(art. 45 en volgende WCO)

Thans dient evenwel de schuldenaar zelf opgave te doen van de verschillende schuldvorderingen, net zoals in een verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling. Het verdere initiatiefrecht komt toe aan de schuldeiser die ofwel niet reageert in welk geval de door de schuldenaar opgegeven schuldvordering als correct worden beschouwd, dan wel eerst informeel en dan formeel de schuldvordering betwist in die zin dat hij dan wellicht een hoger bedrag eist dan vermeld . In artikel 46 en volgende wordt bepaald op welke wijze de betwistingen dan worden geregeld. Deze betwistingen kunnen onmiddellijk geregeld worden door de rechtbank van koophandel indien de betwistingen tot haar bevoegdheid behoren zoniet u verwijst de rechtbank van koophandel de zaak naar de bevoegde rechtbank.

De schuldenaar blijft de griffier van zijn collectieve akkoord, waardoor hij verplicht is om de beslissingen van de rechtbank of de gemaakte afspraken aan te passen open zijn lijstje met schuldeisers die hij dan in aangepaste vorm dient neer te leggen op de griffie en dit ten laatste acht dagen voor de zitting waarop het reorganisatieplan zal besproken worden en ter goedkeuring voorgelegd. Voor de opstelling van dit plan heeft de schuldenaar er alle belang om de bijstand te vragen van een gerechtelijk mandataris al is dit niet verplicht.

het reorganisatieplan kan voorzien in (art. 48 WCO) :

- bepaalde betalingstermijnen;
- vermindering op de schuldvorderingen in de opschorting, in kapitaal en interesten;
- omzetting van schuldvorderingen in aandelen;
- afstand van de interesten of de herschikking van de betaling ervan,
- de prioritaire aanrekening van de bedragen die zijn gerealiseerd op de hoofdsom van de schuldvordering
- beperking op het recht om schuldvorderingen te compenseren
- een overdracht van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten

maximumlooptermijn van het reorganisatieplan bedraagt vijf jaar, te rekenen vanaf de homologatie
Het reorganisatieplan moet worden goedgekeurd door de meerderheid van de (aanwezige ) schuldeisers, die samen de helft van alle in hoofdsom verschuldigde bedragen vertegenwoordigen. Er is dus sprake van een dubbele meerderheid: in aantal en in grootte van de schuldvorderingen.

De wet

31 JANUARI 2009
Wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen (publicatie B.S. 09/02/09) WCO. Deze wet treedt in werking op 1 april 2009, KB 27 maart 2009, (B.S. 31/03/2009)

ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

TITEL 1. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2. Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder :
a) « beheerscomité » : het beheerscomité bedoeld in artikel 15 van de wet van 10 augustus 2005 tot oprichting van het informatiesysteem Phenix;
b) « toezichtscomité » : het toezichtscomité bedoeld in artikel 22 van de wet van 10 augustus 2005 tot oprichting van het informatiesysteem Phenix;
c) « schuldvorderingen in de opschorting » : de schuldvorderingen ontstaan voor het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent of die uit het verzoekschrift of beslissingen genomen in het kader van de procedure volgen;
d) « buitengewone schuldvorderingen in de opschorting » : de schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn door een bijzonder voorrecht of een hypotheek en de schuldvorderingen van de schuldeisers-eigenaars;
e) « gewone schuldvorderingen in de opschorting » : de schuldvorderingen in de opschorting andere dan de buitengewone schuldvorderingen in de opschorting;
f) « schuldeiser-eigenaar » : de persoon in wiens hoofde tegelijkertijd de hoedanigheden verenigd zijn van titularis van een schuldvordering in de opschorting en van eigenaar van een lichamelijk roerend goed dat niet in zijn bezit is en dat als waarborg geldt;
g) « gewone schuldeiser in de opschorting » : de persoon die titularis is van een gewone schuldvordering in de opschorting;
h) « buitengewone schuldeiser in de opschorting » : de persoon die titularis is van een buitengewone schuldvordering in de opschorting;
i) « hoofdinrichting » : het centrum van de voornaamste belangen van de natuurlijke persoon;
j) « kennisgeving » : de toezending van een akte van rechtspleging in origineel of in afschrift;
k) « openen van de procedure » : het vonnis dat de reorganisatieprocedure open verklaart;
l) « reorganisatieplan » : het door de schuldenaar in de loop van de opschorting opgesteld plan, bedoeld in artikel 47;
m) « zetel van de vennootschap » : de statutaire zetel bedoeld in artikel 3.1 van de verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures;
n) « betekening » : de afgifte van een akte, materieel of elektronisch;
o) « opschorting » : een door de rechtbank aan de schuldenaar toegekend moratorium om een van de doelstellingen van artikel 16 te realiseren;
p) « de rechtbank » : de bevoegde rechtbank van koophandel.


Art. 3. Deze wet is toepasselijk op de volgende schuldenaren : de kooplieden bedoeld in artikel 1 van het Wetboek van koophandel, de landbouwvennootschap bedoeld in artikel 2, § 3, van het Wetboek van vennootschappen en de burgerlijke vennootschappen met handelsvorm bedoeld in artikel 3, § 4, van hetzelfde wetboek.

Art. 4. Deze wet is niet toepasselijk op de burgerlijke vennootschappen met handelsvorm die de hoedanigheid hebben van een lid van een vrij beroep zoals omschreven in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen, of waaronder de beoefenaars van een vrij beroep hun activiteit uitoefenen.

Art. 5. Alle beslissingen van de rechtbank bedoeld in deze wet zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Behoudens andersluidende bepalingen kunnen tegen de beslissingen van de rechtbank rechtsmiddelen worden aangewend volgens de in het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven regels en termijnen.
Bepaalt deze wet dat beslissingen bij uittreksel worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, dan beginnen de termijnen te lopen vanaf de dag van de bekendmaking.
De artikelen 50, tweede lid, 55 en 56 van het Gerechtelijk Wetboek zijn niet van toepassing op de vorderingen en betekeningen bedoeld in deze wet.
Elke belanghebbende kan tussenkomen in de bij de huidige wet bepaalde procedures, overeenkomstig de artikelen 812 tot 814 van het Gerechtelijk Wetboek.
Bij ontstentenis van een dergelijke tussenkomst verwerft degene die, op zijn initiatief of op dat van de rechtbank, is gehoord of een geschrift neerlegt om zijn opmerkingen te laten gelden, iets te vorderen of middelen naar voor te brengen, door dit feit geen hoedanigheid van partij.
In afwijking op de artikelen 1025, 1026, 1027 en 1029 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de in deze wet bedoelde verzoekschriften worden ondertekend door de schuldenaar alleen of door zijn advocaat en worden de beslissingen van de rechtbank uitgesproken in openbare zitting.

Art. 6. De kennisgevingen die de griffier doet krachtens deze wet geschieden bij gerechtsbrief.
Wanneer deze wet een bekendmaking in het Belgisch Staatsblad voorschrijft, geldt deze als kennisgeving.
Een kennisgeving geschiedt bij gewone brief of per elektronische post aan het gerechtelijk elektronisch adres of, in de gevallen die de wet bepaalt, per fax of in de vormen die de wet voorschrijft.
De betekening gebeurt bij gerechtsdeurwaardersexploot.

Art. 7. Behalve wanneer een wijziging of een uitzondering voortvloeit uit een uitdrukkelijke tekst van deze wet, heeft deze niet tot strekking oudere wetten te wijzigen of hierop uitzonderingen aan te brengen.

TITEL 2. - De gegevensverzameling en de handelsonderzoeken

HOOFDSTUK 1. - De gegevensverzameling

Art. 8. Nuttige inlichtingen en gegevens betreffende de schuldenaren die financiële moeilijkheden ondervinden, waardoor de continuïteit van hun onderneming in gevaar kan gebracht worden, met inbegrip van die welke verkregen worden met toepassing van de bepalingen van deze titel, worden bijgehouden ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waarin de schuldenaar zijn hoofdinrichting of zijn zetel van de vennootschap heeft.
De procureur des Konings en de betrokken schuldenaar kunnen op elk ogenblik en zonder verplaatsing kennis nemen van de aldus verzamelde gegevens. Laatstgenoemde heeft het recht, bij verzoekschrift gericht aan de rechtbank, de rechtzetting te krijgen van de gegevens die op hem betrekking hebben.
Op de wijze bepaald door de Koning, kan de rechtbank eveneens van de verzamelde gegevens kennis geven aan de overheidsinstellingen of private instellingen die door de bevoegde overheid zijn aangewezen of erkend om ondernemingen in moeilijkheden te begeleiden.
Art. 9. Uiterlijk de tiende dag van elke maand zendt de centrale depositaris aan de voorzitter van de rechtbank van de woonplaats van de schuldenaar, of, indien het een koopman betreft, van de hoofdinrichting van de schuldenaar, of, indien het een rechtspersoon betreft, van de zetel van de schuldenaar van een wisselbrief of orderbriefje, een lijst van de in de loop van de vorige maand geregistreerde protesten betreffende de geaccepteerde wisselbrieven en de orderbriefjes, waarvan de betaling nog niet werd vastgesteld door de centrale depositaris of hem nog niet werd meegedeeld. Deze lijst bevat de vermeldingen bedoeld in artikel 3, 1° tot 7°, van de protestwet van 3 juni 1997.
Die lijsten blijven berusten op de griffie van elk van deze rechtbanken, waar eenieder daarvan inzage kan nemen.
Art. 10. Veroordelende verstekvonnissen en vonnissen op tegenspraak uitgesproken tegen kooplieden die de gevorderde hoofdsom niet hebben betwist, moeten worden gezonden aan de griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarin zij hun hoofdinrichting of hun zetel van de vennootschap hebben.
Dit geldt eveneens voor de vonnissen waarbij een handelshuurovereenkomst wordt ontbonden ten laste van de huurder waarbij een door deze laatste gevraagde hernieuwing wordt geweigerd of waarbij een einde wordt gesteld aan het beheer van een handelszaak.
Uiterlijk een maand na het verstrijken van elk kwartaal zendt de Rijksdienst voor sociale zekerheid een lijst van de schuldenaars die reeds twee kwartalen de verschuldigde sociale zekerheidsbijdragen niet meer betaald hebben aan de griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarbinnen zij hun hoofdinrichting of hun zetel van de vennootschap hebben. De lijst vermeldt naast de naam van de schuldenaar ook het verschuldigde bedrag.
Uiterlijk een maand na het verstrijken van elk kwartaal zendt de administratie van financiën een lijst van de schuldenaren die reeds twee kwartalen de verschuldigde BTW of bedrijfsvoorheffing niet meer betaald hebben aan de griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarin zij hun hoofdinrichting of hun zetel van de vennootschap hebben. De lijst vermeldt naast de naam van de schuldenaar ook het verschuldigde bedrag.
De Koning kan aan openbare overheden toelaten of opleggen gegevens mede te delen aan de griffie van de rechtbank van de hoofdinrichting of de zetel van de vennootschap, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn om de financiële toestand van de ondernemingen te kennen.
Art. 11. Na advies van het beheerscomité en van het toezichtscomité, kan de Koning de gepaste maatregelen nemen teneinde de verwerking van de verzamelde gegevens op een logisch gestructureerde wijze te laten verlopen en de eenvormigheid en de vertrouwelijkheid hiervan in de onderscheiden griffies van de rechtbanken van koophandel te verzekeren. Hij kan onder meer de categorieën van de te verzamelen gegevens bepalen.
De Koning kan eveneens, na advies van dezelfde comités en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de geautomatiseerde verwerking van de gegevens toestaan en de nadere regels ervan bepalen. Hij kan aldus toestemming verlenen om de gegevensbestanden kruiselings met elkaar in verband te brengen teneinde een beter overzicht van de betaalmoeilijkheden van een schuldenaar te verkrijgen.

HOOFDSTUK 2. - De kamers voor handelsonderzoek

Art. 12. § 1. De kamers voor handelsonderzoek bedoeld in artikel 84, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek volgen de toestand van de schuldenaren in moeilijkheden om de continuïteit van hun onderneming of hun activiteiten te bewerkstelligen en de bescherming van de rechten van de schuldeisers te verzekeren.
In de kamers voor handelsonderzoek wordt het onderzoek toevertrouwd aan hetzij een rechter in de rechtbank, de voorzitter uitgezonderd, hetzij een rechter in handelszaken.
Oordeelt de rechter dat de continuïteit van de onderneming van een schuldenaar bedreigd is, dan kan hij hem oproepen en horen teneinde alle inlichtingen te verkrijgen over de stand van zijn zaken en inzake de eventuele reorganisatiemaatregelen.
De oproeping wordt, door toedoen van de griffier, gericht aan de woonplaats of aan de zetel van de vennootschap van de schuldenaar. Het onderzoek geschiedt met gesloten deuren. De schuldenaar verschijnt in persoon, eventueel bijgestaan door de personen van zijn keuze.
Daarenboven staat het de rechter vrij van ambtswege alle gegevens te verzamelen nodig voor zijn onderzoek. Hij kan alle personen horen van wie hij het verhoor nodig acht, zelfs buiten de aanwezigheid van de schuldenaar, en de overlegging van alle dienstige stukken gelasten. De schuldenaar kan alle andere stukken van zijn keuze voorleggen.
De rechter kan zich van ambtswege begeven naar de hoofdinrichting of naar de zetel van de vennootschap indien de opgeroepen schuldenaar tot tweemaal toe niet verschenen is.
§ 2. De procureur des Konings en de schuldenaar kunnen op elk ogenblik mededeling krijgen van de aldus tijdens het onderzoek verzamelde gegevens alsook van het in paragraaf 4 bedoelde verslag.
Uiterlijk de tiende dag van elke maand wordt een lijst van de op basis van dit artikel aangevatte onderzoeken aan de procureur des Konings medegedeeld, door toedoen van de griffier.
§ 3. Op de wijze bepaald door de Koning kan de rechtbank de verzamelde gegevens uitwisselen met de overheidsinstellingen of particuliere instellingen die door de bevoegde overheid zijn aangewezen of erkend om ondernemingen in moeilijkheden te begeleiden.
§ 4. Wanneer de rechter het onderzoek naar de toestand van de schuldenaar beëindigd heeft, maakt hij een verslag op met vermelding van de door hem bij dat onderzoek verrichte handelingen en zijn conclusies. Het verslag wordt gevoegd bij de verzamelde gegevens.
§ 5. Indien uit het onderzoek naar de toestand van de schuldenaar blijkt dat die zich in staat van faillissement bevindt of dat hij voldoet aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 182 van het Wetboek van vennootschappen, kan de kamer voor handelsonderzoek het dossier naar de procureur des Konings zenden.
§ 6. De met het onderzoek naar de toestand van de schuldenaar belaste leden van de kamer voor handelsonderzoek mogen niet deelnemen aan de rechtspleging inzake het faillissement, de gerechtelijke reorganisatie of de gerechtelijke vereffening die op deze schuldenaar zou betrekking hebben.

HOOFDSTUK 3. - Bewarende maatregelen

Art. 13. Op verzoek van de schuldenaar kan de voorzitter van de rechtbank een ondernemingsbemiddelaar aanstellen, om de reorganisatie van de onderneming te vergemakkelijken.
Wanneer de schuldenaar het voorwerp uitmaakt van een handelsonderzoek en overeenkomstig artikel 12, § 1, door de rechter werd opgeroepen, wordt het verzoek gericht aan de kamer voor handelsonderzoek.
Het verzoek tot aanwijzing van een bemiddelaar is aan geen vormvoorschriften onderworpen en kan mondeling worden gedaan.
Wanneer de voorzitter van de rechtbank of de kamer voor handelsonderzoek het verzoek inwilligt, bepaalt hij bij beschikking gewezen in raadkamer de inhoud en de duur van de bemiddelingsopdracht binnen de grenzen van het verzoek van de schuldenaar.
De opdracht van de ondernemingsbemiddelaar neemt een einde wanneer de schuldenaar of de bemiddelaar zelf hieraan een einde maken. De meest gerede partij geeft hiervan kennis aan de voorzitter van de rechtbank.

Art. 14. Wanneer kennelijke en grove tekortkomingen van de schuldenaar of van zijn organen de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen en de gevraagde maatregel van die aard is dat zij die continuïteit kan vrijwaren kan de voorzitter van de rechtbank op verzoek van elke belanghebbende, ingesteld volgens de vormen van het kort geding te dien einde een of meer gerechtsmandatarissen aanstellen.
De beschikking die de gerechtsmandataris aanstelt, verantwoordt en bepaalt nauwkeurig de inhoud en de duur van de opdracht gegeven aan de gerechtsmandataris.

TITEL 3. - Het minnelijk akkoord

Art. 15. De schuldenaar kan aan al zijn schuldeisers of aan twee of meer onder hen een minnelijk akkoord voorstellen met het oog op de gezondmaking van zijn financiële toestand of de reorganisatie van zijn onderneming.
De partijen bepalen vrij de inhoud van dit akkoord, dat de derden niet bindt.
De artikelen 17, 2°, en 18 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 zijn van toepassing noch op het minnelijk akkoord noch op de handelingen verricht ter uitvoering ervan, indien dit akkoord vermeldt dat het met de in het eerste lid bepaalde doelstelling is gesloten en neergelegd wordt op de griffie van de rechtbank en aldaar in een register wordt bewaard.
Derden kunnen slechts kennis nemen van het akkoord en kennis krijgen van de neerlegging ervan met uitdrukkelijke toestemming van de schuldenaar. Deze bepaling geldt onverminderd de verplichtingen de werknemers of hun vertegenwoordigers te raadplegen en in te lichten op grond van de bestaande wettelijke of conventionele bepalingen.

TITEL 4. - De gerechtelijke reorganisatie

HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Afdeling 1. - Doel van de procedure
Art. 16. De procedure van gerechtelijke reorganisatie strekt tot het behouden, onder toezicht van de rechter, van de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de onderneming in moeilijkheden of van haar activiteiten.
Zij laat toe aan de schuldenaar een opschorting toe te kennen met het oog op :
-hetzij het bewerkstelligen van een minnelijk akkoord, overeenkomstig artikel 43;
- hetzij het verkrijgen van het akkoord van de schuldeisers over een reorganisatieplan, overeenkomstig de artikelen 44 tot 58;
- hetzij de overdracht onder gerechtelijk gezag toe te staan, aan een of meerdere derden, van het geheel of een gedeelte van de onderneming of haar activiteiten, overeenkomstig de artikelen 59 tot 70.
Het verzoek mag een eigen doel beogen voor elke activiteit of gedeelte van een activiteit.

Afdeling 2. - Het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie en de daarop volgende procedure


Art. 17. § 1. De schuldenaar die het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie aanvraagt, richt een verzoekschrift aan de rechtbank.
§ 2. Hij voegt bij zijn verzoekschrift : (belang van dit artikel 17)
1° een uiteenzetting van de gebeurtenissen waarop zijn verzoek is gegrond en waaruit blijkt dat naar zijn oordeel de continuïteit van zijn onderneming onmiddellijk of op termijn bedreigd is;
2° een aanwijzing van de doelstelling of de doelstellingen waarvoor hij het openen van de reorganisatieprocedure aanvraagt;
3° de vermelding van het gerechtelijk elektronisch adres bedoeld in artikel 46 van het Gerechtelijk Wetboek waarop hij kan worden bereikt;
4° de twee recentste jaarrekeningen of, indien de schuldenaar een natuurlijke persoon is, de twee recentste aangiftes in de personenbelasting;
5° een boekhoudkundige staat van zijn actief en passief en een resultatenrekening, daterend van maximum drie maanden eerder. Kleine vennootschappen bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen delen hun resultatenrekening mede volgens het volledig schema;
6° een simulatie van de kasstromen voor ten minste de gevraagde duur van de opschorting;
7° een volledige lijst van de erkende of beweerde schuldeisers in de opschorting, met vermelding van hun naam, hun adres, het bedrag van hun schuldvordering, en met de bijzondere vermelding van de hoedanigheid van buitengewone schuldeiser in de opschorting;
8° zo mogelijk, de maatregelen en voorstellen die hij overweegt om de rendabiliteit en de solvabiliteit van zijn onderneming te herstellen, om een eventueel sociaal plan in te zetten en om de schuldeisers te voldoen;
9° de aanwijzing dat de schuldenaar voldaan heeft aan de wettelijke of conventionele verplichtingen de werknemers of hun vertegenwoordigers in te lichten of te raadplegen;
10° alle andere stukken die de schuldenaar nuttig oordeelt om het verzoek toe te lichten.
§ 3. Het verzoekschrift wordt ondertekend door de schuldenaar of door diens advocaat. Het wordt ter griffie van de rechtbank met de nuttige stukken neergelegd. De griffier levert hiervan een ontvangstbewijs af.
Binnen vierentwintig uren geeft de griffier bericht van de indiening van het verzoekschrift aan de procureur des Konings, die alle handelingen van de procedure zal kunnen bijwonen.
De rechtbank kan het verslag dat is opgesteld door de kamer voor handelsonderzoek overeenkomstig artikel 12, § 4, voegen bij het dossier van de reorganisatie.
§ 4. Als hij niet in staat is om de in paragraaf 2, 5° tot 9°, bepaalde stukken met zijn verzoekschrift neer te leggen, voegt de schuldenaar die stukken toe in het dossier van de gerechtelijke reorganisatie binnen een termijn van veertien dagen vanaf de neerlegging van zijn verzoekschrift.


Art. 18. In elk geval wijst de voorzitter van de rechtbank onmiddellijk na de neerlegging van het verzoekschrift een gedelegeerd rechter aan die rechter in de rechtbank is, de voorzitter uitgezonderd, of een rechter in handelszaken, om bij de kamer van de rechtbank waaraan de zaak is toebedeeld, verslag uit te brengen over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het verzoek en over elk element dat nuttig is voor zijn beoordeling.
De rechtbank duidt een gedelegeerd rechter aan in het geval bedoeld in artikel 59, § 2, met de opdracht die dit artikel preciseert.
De gedelegeerd rechter hoort de schuldenaar en elke andere persoon van wie hij het horen nuttig oordeelt voor zijn onderzoek. Hij kan bij de schuldenaar de informatie opvragen die nodig is om diens toestand te beoordelen.


Art. 19. De gedelegeerd rechter waakt over de naleving van deze wet en licht de rechtbank in over de evolutie van de toestand van de schuldenaar.
Hij besteedt in het bijzonder aandacht aan de formaliteiten voorgeschreven in de artikelen 17, 26, § 2, 44 en 46, § 6.
Behoudens in geval van toepassing van artikel 40 van de verordening 1346/2000 (EG) van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures, kan hij de schuldenaar vrijstellen van elke individuele kennisgeving, en preciseert in dit geval, bij beschikking, welke gelijkwaardige maatregel van bekendmaking vereist is.


Art. 20. Ter griffie wordt een dossier van de gerechtelijke reorganisatie gehouden waarin alle elementen met betrekking tot deze procedure en de grond van de zaak voorkomen.
Iedere schuldeiser en, met toestemming van de gedelegeerd rechter, ieder die een rechtmatig belang kan aantonen, kan kosteloos inzage nemen van het dossier en kan er een kopie van krijgen mits hij de griffierechten betaalt indien een kopie op een materiële drager wordt afgeleverd.
De neerlegging van een titel door de schuldeiser in het dossier van de gerechtelijke reorganisatie stuit de verjaring van de schuld. Zij geldt ook als ingebrekestelling.
De gedelegeerd rechter kan eveneens beslissen dat het dossier of een deel ervan van op afstand, elektronisch toegankelijk zal zijn, overeenkomstig de nadere regels en voorwaarden die hij bepaalt.


Art. 21. Wanneer er gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens bestaan dat de verzoeker of een derde een stuk onder zich heeft dat het bewijs inhoudt dat voldaan is aan de voorwaarden voor de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie of voor het verkrijgen van andere beslissingen die tijdens de procedure kunnen worden genomen of worden genomen met toepassing van artikel 59, § 2, kan de rechtbank op vordering van iedere belanghebbende bevelen dat het stuk of een eensluidend afschrift ervan bij het dossier van de reorganisatie wordt gevoegd.
De rechtbank beslist overeenkomstig de nadere regels bepaald in de artikelen 878 tot 881 van het Gerechtelijk Wetboek.


Art. 22. Zolang de rechtbank geen uitspraak heeft gedaan over het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie, ongeacht of de vordering werd ingeleid of het middel van tenuitvoerlegging aangevat voor of na de neerlegging van het verzoekschrift :
- kan de schuldenaar niet worden failliet verklaard; indien de schuldenaar een vennootschap is, kan deze ook niet gerechtelijk worden ontbonden;
- kan geen enkele tegeldemaking van de roerende of onroerende goederen van de schuldenaar plaatsvinden als gevolg van de uitoefening van een middel van tenuitvoerlegging.


Afdeling 3. - Voorwaarden voor de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie


Art. 23. De procedure van gerechtelijke reorganisatie wordt geopend zodra de continuïteit van de onderneming, onmiddellijk of op termijn, bedreigd is en het in artikel 17, § 1, bedoelde verzoekschrift is neergelegd.
Het ontbreken van de in artikel 17, § 2, bepaalde stukken sluit niet uit dat toepassing wordt gemaakt van artikel 59, § 2.

Indien de schuldenaar een rechtspersoon is, wordt de continuïteit van zijn onderneming in elk geval geacht bedreigd te zijn wanneer de verliezen het netto actief hebben herleid tot minder dan de helft van het maatschappelijk kapitaal.

Wanneer het verzoek uitgaat van een schuldenaar die minder dan drie jaar tevoren reeds het openen van een gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd en verkregen, kan de procedure van gerechtelijke reorganisatie enkel geopend worden indien ze strekt tot overdracht, onder gerechtelijk gezag, van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten.

De staat van faillissement van de schuldenaar sluit op zich niet uit dat een procedure van gerechtelijke organisatie kan worden geopend of voortgezet.


Afdeling 4. - Het vonnis over het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie en de gevolgen ervan

Art. 24. § 1. De rechtbank behandelt het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie binnen een termijn van tien dagen na de neerlegging van het verzoekschrift ter griffie.

Behoudens verzaking aan deze oproeping wordt de schuldenaar uiterlijk drie vrije dagen voor de zitting opgeroepen door de griffier.
De schuldenaar wordt in raadkamer gehoord, tenzij hij uitdrukkelijk de wil heeft geuit om in openbare terechtzitting te worden gehoord.
Nadat zij het verslag van de gedelegeerd rechter heeft gehoord, doet de rechtbank uitspraak bij vonnis binnen een termijn van acht dagen na behandeling van het verzoek.


§ 2. Indien de voorwaarden vermeld in artikel 23 vervuld lijken, verklaart de rechtbank de procedure van gerechtelijke reorganisatie geopend en bepaalt zij de duur van de in artikel 16 bedoelde opschorting, die niet langer mag zijn dan zes maanden; bij ontstentenis verwerpt de rechtbank het verzoek.

§ 3. Indien de procedure van gerechtelijke reorganisatie tot doel heeft het akkoord van de schuldeisers te verkrijgen over een reorganisatieplan, vermeldt de rechtbank, in het vonnis waarin zij deze procedure open verklaart of in een later vonnis, de plaats, dag en uur waarop, behoudens verlenging van de opschorting, de terechtzitting zal plaatsvinden waarop zal overgegaan worden tot de stemming over dit plan en geoordeeld zal worden over de homologatie.

Art. 25. De griffie geeft kennis aan de voorzitter van de rechtbank van elke beslissing houdende verwerping van het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie.

Art. 26. § 1. Het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie open verklaart, wordt door toedoen van de griffier binnen een termijn van vijf dagen na de dagtekening bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Het uittreksel vermeldt :

1° betreft het een natuurlijke persoon, de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte, de aard van de voornaamste handelsactiviteit alsmede de benaming waaronder die activiteit wordt uitgeoefend, het adres alsmede de plaats van de hoofdinrichting en het ondernemingsnummer van de schuldenaar in de Kruispuntbank van ondernemingen; betreft het een rechtspersoon, de naam, de rechtsvorm, de aard van de uitgeoefende handelsactiviteit alsmede de benaming waaronder die activiteit wordt uitgeoefend, de zetel van de vennootschap alsmede de plaats van de hoofdinrichting en het ondernemingsnummer;
2° de datum van het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent en de rechtbank die het heeft gewezen;
3° de naam en de voornamen van de gedelegeerd rechter en, in voorkomend geval, van de krachtens de artikelen 27 en 28 aangestelde gerechtsmandatarissen, met hun adres;
4° de einddatum van de opschorting en, in voorkomend geval, de plaats, dag en uur bepaald om uitspraak te doen over een verlenging ervan;
5° in voorkomend geval, en indien de rechtbank ze reeds kan vaststellen, de voor de stemming en de beslissing over het reorganisatieplan vastgestelde plaats, dag en uur.

§ 2. De schuldenaar stelt de schuldeisers individueel in kennis van die gegevens binnen een termijn van veertien dagen te rekenen vanaf de dag waarop het vonnis is uitgesproken.

§ 3. Van het vonnis dat de aanvraag verwerpt, wordt bij gerechtsbrief kennis gegeven aan de verzoeker.

Art. 27. § 1. Indien de schuldenaar erom verzoekt en dit nuttig is voor het bereiken van de doelstellingen van de procedure van gerechtelijke reorganisatie, kan de rechtbank in dezelfde beslissing of op elk ander ogenblik van de procedure een gerechtsmandataris aanstellen om de schuldenaar bij te staan in de gerechtelijke reorganisatie, in welk geval de rechtbank de opdracht bepaalt op basis van het verzoek van de schuldenaar.


§ 2. Eenzelfde verzoek kan worden gedaan door een belanghebbende derde. Het wordt ingesteld bij tegensprekelijk verzoekschrift waarvan kennis wordt gegeven aan de schuldenaar door de griffier. Het verzoekschrift omschrijft de opdracht voorgesteld door de verzoeker en bepaalt dat de verzoeker instaat voor de kosten en het ereloon van de gerechtsmandataris.


§ 3. De kennisgevingen door de griffier gericht aan de schuldenaar worden in kopie aan deze mandataris medegedeeld.
Telkens het horen van de schuldenaar is voorgeschreven, wordt de mandataris gehoord in zijn eventuele opmerkingen.


Art. 28. § 1. Als de schuldenaar of een van zijn organen een kennelijke grove fout hebben begaan of blijk geven van kennelijke kwade trouw, kan de rechtbank op verzoek van elke belanghebbende of van het openbaar ministerie in het vonnis dat de procedure van de gerechtelijke reorganisatie opent of in een later vonnis, na de schuldenaar en het verslag van de gedelegeerd rechter te hebben gehoord, voor de duur van de opschorting een voorlopige bestuurder aanstellen die hen vervangt en belast wordt met het bestuur van de onderneming van de natuurlijke persoon of van de rechtspersoon.

Op elk ogenblik van de periode van opschorting kan de rechtbank op dezelfde wijze, op verslag van de gedelegeerd rechter en na de schuldenaar en de voorlopige bestuurder te hebben gehoord, de beslissing genomen krachtens het eerste lid of dit lid intrekken of de bevoegdheden van de voorlopige bestuurder wijzigen.

Die beslissingen worden gepubliceerd overeenkomstig artikel 26, § 1, en er wordt ervan kennis gegeven overeenkomstig artikel 26, § 3.

§ 2. Tegen de vonnissen gewezen met toepassing van paragraaf 1 staat geen verzet open.

§ 3. Hoger beroep ertegen wordt ingesteld bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof van beroep binnen een termijn van acht dagen na de kennisgeving van het vonnis. De griffier van het hof van beroep geeft kennis van het verzoekschrift bij gerechtsbrief aan de gebeurlijke geïntimeerde en, in voorkomend geval, bij gewone brief aan zijn advocaat, uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de neerlegging van het verzoekschrift.

Art. 29. Tegen het vonnis dat beslist over de vordering tot het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie staat geen verzet open.
Het hoger beroep ertegen wordt ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd op de griffie van het hof van beroep binnen acht dagen na de kennisgeving van het vonnis. De griffier van het hof van beroep geeft bij gerechtsbrief kennis van het verzoekschrift aan de eventuele geïntimeerde en in voorkomend geval bij gewone brief aan zijn advocaat, uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de neerlegging.
Als het vonnis de vordering verwerpt, schort het hoger beroep de uitspraak op.
Afdeling 5. - Gevolgen van de beslissing tot reorganisatie

Art. 30. Tijdens de duur van de opschorting kan voor schuldvorderingen in de opschorting geen enkel middel van tenuitvoerlegging op de roerende of onroerende goederen van de schuldenaar worden voortgezet of aangewend.
Tijdens dezelfde periode kan de schuldenaar die koopman is, niet worden failliet verklaard en, indien de schuldenaar een vennootschap is, kan deze niet gerechtelijk worden ontbonden.


Art. 31. Tijdens de opschorting kan voor schuldvorderingen in de opschorting geen enkel beslag worden gelegd.

De reeds eerder gelegde beslagen behouden hun bewarend karakter, maar de rechtbank kan, naar gelang van de omstandigheden, er handlichting van geven na het verslag van de gedelegeerd rechter, de schuldeiser en de schuldenaar gehoord te hebben, in zoverre de handlichting geen beduidend nadeel veroorzaakt aan de schuldeiser.

Art. 32. De opschorting heeft geen weerslag op het lot van de specifiek ten gunste van derden in pand gegeven schuldvorderingen.

Art. 33. De opschorting staat de vrijwillige betaling door de schuldenaar van schuldvorderingen in de opschorting niet in de weg.

Onverminderd de toepassing van de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Burgerlijk Wetboek komt de opschorting de medeschuldenaars en de schuldenaars van persoonlijke zekerheden niet ten goede.

De in artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde rechtstreekse vordering wordt niet verhinderd door het vonnis dat de gerechtelijke reorganisatie van de aannemer open verklaart en evenmin door latere beslissingen die door de rechtbank zijn gewezen tijdens de reorganisatie of zijn gewezen in toepassing van artikel 59, § 2.

De artikelen 17, 2°, en 18 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 zijn niet toepasselijk op de betalingen gedaan tijdens de periode van opschorting.

Art. 34. Onverminderd de toepassing van de wet van 15 december 2004 betreffende de financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, is schuldvergelijking tijdens de opschorting enkel toegestaan tussen schuldvorderingen in de opschorting en schulden ontstaan tijdens de opschorting indien deze verknocht zijn.

Art. 35. § 1. Niettegenstaande enige andersluidende contractuele bepaling maakt de aanvraag of opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie geen einde aan de lopende overeenkomsten noch aan de modaliteiten van hun uitvoering.

De contractuele wanprestatie van de schuldenaar voorafgaand aan de toekenning van de opschorting maakt voor de schuldeiser geen grond uit voor de beëindiging van de overeenkomst, in zoverre de schuldenaar deze wanprestatie ongedaan maakt binnen een termijn van vijftien dagen na hiervoor in gebreke te zijn gesteld door de schuldeiser in de opschorting.

§ 2. De schuldenaar kan evenwel, ook bij ontstentenis van contractuele bepaling in deze zin, beslissen een lopende overeenkomst niet langer uit te voeren voor de duur van de opschorting met een mededeling aan zijn medecontractanten overeenkomstig artikel 26, § 2, op voorwaarde dat die niet-uitvoering noodzakelijk is om een reorganisatieplan te kunnen voorstellen aan de schuldeisers of om de overdracht onder gerechtelijk gezag mogelijk te maken.


Wanneer de schuldenaar beslist een lopende overeenkomst niet langer uit te voeren, vormt de schadevergoeding waartoe de wederpartij in voorkomend geval gerechtigd is een schuldvordering in de opschorting.
De mogelijkheid gegeven in dit artikel is niet toepasselijk op arbeidsovereenkomsten.


§ 3. De strafbedingen, met inbegrip van bedingen tot verhoging van de rentevoet, die ertoe strekken op forfaitaire wijze de potentiële schade te dekken geleden door het niet nakomen van de hoofdverbintenis, blijven zonder gevolg tijdens de periode van opschorting en tot de integrale uitvoering van het reorganisatieplan ten aanzien van de in het plan opgenomen schuldeisers.

De schuldeiser kan evenwel de werkelijke door de niet-naleving van de hoofdverbintenis geleden schade opnemen in zijn schuldvordering in de opschorting, hetgeen door dit louter feit de definitieve verzaking aan de toepassing van het strafbeding met zich brengt, zelfs na de integrale uitvoering van het reorganisatieplan.

Hetzelfde geldt ingeval de schuldenaar die koopman is, failliet wordt verklaard, of, indien de schuldenaar een vennootschap is, wordt ontbonden na het vroegtijdig beëindigen van de procedure van gerechtelijke reorganisatie overeenkomstig artikel 40.

Art. 36. Een schuldvordering die voortvloeit uit lopende overeenkomsten met opeenvolgende prestaties, met inbegrip van de rente, is niet onderworpen aan de opschorting in de mate dat zij betrekking heeft op prestaties verricht nadat de procedure open is verklaard.

Art. 37. In de mate dat de schuldvorderingen ten aanzien van de schuldenaar beantwoorden aan prestaties uitgevoerd tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie door zijn medecontractant, en ongeacht of zij voortvloeien uit nieuwe verbintenissen van de schuldenaar of uit overeenkomsten die lopen op het ogenblik van het openen van de procedure, worden zij beschouwd als boedelschulden in een navolgende vereffening of faillissement tijdens de periode van reorganisatie of na het beëindigen ervan, in zoverre er een nauwe band bestaat tussen de beëindiging van de procedure en die collectieve procedure.
In voorkomend geval worden de contractuele, wettelijke of gerechtelijke vergoedingen, waarvan de schuldeiser de betaling eist op grond van de beëindiging of niet-uitvoering van de overeenkomst, pro rata opgedeeld in verhouding tot het verband dat zij vertonen met de aan het openen van de procedure voorafgaande of erop volgende periode.
De betaling ervan wordt slechts afgenomen bij voorrang van de opbrengst van de tegeldegemaakte goederen waarop een zakelijk recht is gevestigd, voor zover die prestaties bijgedragen hebben tot het behoud van de zekerheid of de eigendom.

Afdeling 6. - Verlenging van de opschorting

Art. 38. § 1. Op verzoek van de schuldenaar en op verslag van de gedelegeerd rechter kan de rechtbank de overeenkomstig artikel 24, § 2, of overeenkomstig dit artikel verleende opschorting verlengen voor de duur die de rechtbank bepaalt.
De maximale duur van de verlengde opschorting bedraagt niet meer dan twaalf maanden vanaf het vonnis dat de opschorting toestaat.

§ 2. In buitengewone omstandigheden en wanneer het belang van de schuldeisers dit toelaat, kan deze termijn echter worden verlengd met maximum zes maanden.
Buitengewone omstandigheden in de zin van deze bepaling zijn in het bijzonder de omvang van de onderneming, de complexiteit van de zaak of de hoegrootheid van het behoud van de werkgelegenheid.

§ 3. Tegen de beslissingen gewezen op grond van het huidig artikel is geen verzet of hoger beroep toegelaten.

Afdeling 7. - Wijziging van het doel van de procedure

Art. 39. Op elk ogenblik tijdens de opschorting kan de schuldenaar aan de rechtbank vragen :

1° indien hij de procedure van gerechtelijke reorganisatie aangevraagd heeft om een minnelijk akkoord te verkrijgen en dit niet verwezenlijkbaar lijkt, dat de procedure wordt voortgezet om een reorganisatieplan voor te stellen of om toe te stemmen in een overdracht, onder gerechtelijk gezag, van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten, in welk geval de procedure met dit doel wordt voortgezet;

2° indien hij de procedure van gerechtelijke reorganisatie aangevraagd heeft om een reorganisatieplan voor te stellen en dit niet uitvoerbaar lijkt, dat hij principieel kan instemmen met een overdracht, onder gerechtelijk gezag, van het geheel of een gedeelte van zijn onderneming of zijn activiteiten, in welk geval de procedure wordt voortgezet om deze overdracht te verzekeren.
Het vonnis waarbij de rechtbank de aanvraag inwilligt, wordt bekendgemaakt en er wordt kennis van gegeven overeenkomstig artikel 26, § 1 en § 3. Van het vonnis dat het verzoek verwerpt, wordt kennis gegeven aan de schuldenaar.

Afdeling 8. - Voortijdige beëindiging en sluiting van de procedure

Art. 40. De schuldenaar kan op elk ogenblik tijdens de procedure geheel of gedeeltelijk verzaken aan zijn vordering tot gerechtelijke reorganisatie, op voorwaarde dat hij zijn verbintenissen volledig uitvoert volgens de voorwaarden en nadere regels overeengekomen met de bij de verzaking betrokken schuldeisers, indien de verzaking gedeeltelijk is, of met alle schuldeisers indien zij volledig is.
Op verzoek van de schuldenaar en na het verslag van de gedelegeerd rechter gehoord te hebben, beëindigt de rechtbank de procedure geheel of gedeeltelijk door een vonnis dat ze afsluit.
Het vonnis wordt bekendgemaakt overeenkomstig de nadere regels bepaald bij artikel 26, § 1, en medegedeeld aan de betrokken schuldeisers overeenkomstig artikel 26, § 2.

Art. 41. § 1. Wanneer de schuldenaar kennelijk niet meer in staat is de continuïteit van het geheel of een gedeelte van zijn onderneming of van haar activiteiten te verzekeren overeenkomstig het doel van de procedure, kan de rechtbank, vanaf de dertigste dag volgend op de neerlegging van het verzoekschrift en tot de neerlegging van het reorganisatieplan in het dossier van de procedure, de voortijdige beëindiging van de procedure van reorganisatie bevelen bij een vonnis dat ze afsluit.
De rechtbank doet uitspraak op verzoek van de schuldenaar of op dagvaarding van het openbaar ministerie of van iedere belanghebbende, gericht tegen de schuldenaar, na het verslag van de gedelegeerd rechter te hebben gehoord.
De rechtbank die de voortijdige beëindiging van de procedure van gerechtelijke reorganisatie beveelt, kan in hetzelfde vonnis het faillissement van de schuldenaar verklaren of, indien de schuldenaar een vennootschap is, de gerechtelijke ontbinding uitspreken, wanneer zulks gevraagd is in de dagvaarding en aan de voorwaarden hiertoe wordt voldaan.
§ 2. Wanneer de schuldenaar de in artikel 17, § 2, 1° tot 9°, bepaalde stukken niet heeft neergelegd binnen een termijn van veertien dagen na de neerlegging van zijn verzoekschrift, kan de rechtbank ambtshalve beslissen de procedure van gerechtelijke reorganisatie te beëindigen na de middelen van de schuldenaar en het verslag van de gedelegeerd rechter te hebben gehoord, en, in voorkomend geval, de werknemers of hun vertegenwoordigers die hadden moeten gehoord worden in toepassing van de wettelijke of conventionele verplichtingen tot inlichting en raadpleging van die werknemers.
§ 3. Het vonnis wordt bekendgemaakt overeenkomstig de nadere regels bepaald bij artikel 26, § 1, en er wordt kennis van gegeven aan de schuldenaar per gerechtsbrief.

Art. 42. Vanaf het ogenblik van de uitspraak van het vonnis dat de voortijdige beëindiging van de procedure van gerechtelijke reorganisatie beveelt of dat ze afsluit, eindigt de opschorting en oefenen de schuldeisers opnieuw volledig hun rechten en vorderingen uit.
Hetzelfde gebeurt wanneer de opschorting verstrijkt zonder verlengd te zijn met toepassing van artikel 38 of 60 of zonder dat de procedure gesloten werd met toepassing van de artikelen 40 en 41.

HOOFDSTUK 2. - De gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord

Art. 43. Wanneer de procedure van gerechtelijke reorganisatie strekt tot het afsluiten van een minnelijk akkoord met al zijn schuldeisers of met twee of meer onder hen, streeft de schuldenaar dit doel na onder het toezicht van de gedelegeerd rechter en, in voorkomend geval, met de hulp van de met toepassing van artikel 27 aangestelde gerechtsmandataris.
Op tegensprekelijk verzoekschrift van de schuldenaar kan de rechtbank gematigde termijnen verlenen zoals bedoeld in artikel 1244 van het Burgerlijk Wetboek.
Indien een akkoord bereikt wordt, stelt de rechtbank, oordelend op verzoek van de schuldenaar en op verslag van de gedelegeerd rechter, dit akkoord vast en sluit zij de procedure.
Het vonnis wordt bekendgemaakt op de wijze voorgeschreven bij artikel 26, § 1.
De partijen bij het akkoord blijven erdoor gebonden zolang er niet overeenkomstig het gemeen contractenrecht een einde aan is gemaakt.
De artikelen 17, 2°, en 18 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 zijn van toepassing noch op dergelijk akkoord, noch op de handelingen verricht ter uitvoering ervan.
Dit artikel geldt onverminderd de verplichtingen de werknemers of hun vertegenwoordigers te raadplegen en in te lichten overeenkomstig de bestaande wettelijke of conventionele bepalingen.

HOOFDSTUK 3. - De gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord

Art. 44. Indien de procedure van gerechtelijke reorganisatie tot doel heeft het akkoord van de schuldeisers te verkrijgen over een reorganisatieplan, legt de schuldenaar minstens veertien dagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel 24, § 3, een plan ter griffie neer.

Art. 45. In hetzelfde geval deelt de schuldenaar aan elk van zijn schuldeisers in de opschorting, binnen veertien dagen na het uitspreken van het vonnis dat deze procedure open verklaart, het bedrag mee van de schuldvordering waarvoor die schuldeiser in de boeken is ingeschreven, met, in de mate van het mogelijke, de vermelding van het goed dat belast is met een zakelijke zekerheid of een bijzonder voorrecht dat strekt tot zekerheid van de schuldvordering of van het goed waarvan de schuldeiser eigenaar is.
Deze mededeling kan gelijktijdig gebeuren met het bericht bepaald bij artikel 26, § 2.

Art. 46.

§ 1. Elke schuldeiser in de opschorting die het bedrag of de hoedanigheid van de door de schuldenaar vermelde schuldvordering betwist en elke andere belanghebbende die schuldeiser beweert te zijn, kan, in geval van voortdurende onenigheid met de schuldenaar, de betwisting voor de rechtbank brengen die de procedure van gerechtelijke reorganisatie heeft geopend, overeenkomstig de artikelen 700 tot 1024 van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 2. Elke schuldvordering in de opschorting gebracht op de lijst bedoeld in artikel 17, § 2, 7°, in voorkomend geval gewijzigd met toepassing van § 3, kan op dezelfde wijze door elke belanghebbende worden betwist. De vordering wordt gericht tegen de schuldenaar en de betwiste schuldeiser.
De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter, na de derde belanghebbende, de betwiste schuldeiser in de opschorting en de schuldenaar te hebben gehoord.

§ 3. Indien de betwisting niet tot haar bevoegdheid behoort, bepaalt de rechtbank het bedrag en de hoedanigheid waarvoor de schuldvordering voorlopig zal aanvaard worden in de werkzaamheden van de gerechtelijke reorganisatie en verwijst de partijen naar de bevoegde rechtbank opdat die ten gronde oordeelt. Indien de betwisting tot haar bevoegdheid behoort maar de beslissing over de betwisting niet binnen een voldoende korte termijn zou kunnen worden getroffen, kan de rechtbank eveneens dit bedrag en deze hoedanigheid bepalen.

§ 4. Op verslag van de gedelegeerd rechter kan de rechtbank op elk ogenblik, in geval van volstrekte noodzakelijkheid en op eenzijdig verzoekschrift van de schuldenaar of een schuldeiser, de beslissing tot vaststelling van het bedrag en de hoedanigheid van de schuldvordering in de opschorting wijzigen op basis van nieuwe elementen.

§ 5. Tegen het vonnis dat het voorlopig aanvaarde bedrag en de hoedanigheid van de schuldvordering bepaalt, staat geen enkel rechtsmiddel open.

§ 6. In voorkomend geval verbetert of vervolledigt de schuldenaar de in artikel 17, § 2, 7°, bedoelde lijst van schuldeisers en legt hij ze ter griffie neer ten laatste acht dagen voor de in artikel 54 bepaalde rechtszitting. De griffier voegt de lijst en de verbeterde of aanvullende gegevens bij het dossier van de gerechtelijke reorganisatie.

Art. 47.

§ 1. Tijdens de opschorting werkt de schuldenaar een plan uit samengesteld uit een beschrijvend en een bepalend gedeelte. Hij voegt dit plan bij het dossier van de gerechtelijke reorganisatie bedoeld in artikel 20.
In voorkomend geval staat de gerechtsmandataris aangesteld door de rechtbank met toepassing van artikel 27 de schuldenaar bij om het plan op te stellen.

§ 2. Het beschrijvend gedeelte van het plan beschrijft de staat van de onderneming, de moeilijkheden die ze ondervindt en de middelen waarmede zij deze wil verhelpen.
Het bevat een verslag over de betwistingen van schuldvorderingen dat opgesteld wordt door de schuldenaar en dat de belanghebbenden kan inlichten over de omvang en hun grondslag ervan.
Het omschrijft nader hoe de schuldenaar de rendabiliteit van de onderneming zal herstellen.

§ 3. Het bepalend gedeelte van het plan bevat de maatregelen om de schuldeisers in de opschorting opgenomen op de lijst bedoeld in de artikelen 17, § 2, 7°, en in artikel 46, te voldoen.

Art. 48. Het reorganisatieplan beschrijft de rechten van alle personen die titularis zijn van :
- schuldvorderingen in de opschorting;
- schuldvorderingen die zullen ontstaan ten gevolge van de stemming of de homologatie van het reorganisatieplan,
dit, ongeacht de hoedanigheid ervan, de zakelijke of persoonlijke zekerheid die ze zeker stelt, het bijzonder of algemeen voorrecht dat met de schuldvordering gepaard gaat of het feit dat de titularis de hoedanigheid van schuldeiser-eigenaar of enige andere hoedanigheid heeft.

Art. 49. Het plan vermeldt de voorgestelde betalingstermijnen en de verminderingen op de schuldvorderingen in de opschorting, in kapitaal en intresten. Het kan in de omzetting van schuldvorderingen in aandelen voorzien, alsook in een gedifferentieerde regeling voor bepaalde categorieën van schuldvorderingen, onder meer op grond van de omvang of van de aard ervan. Het plan kan eveneens in een maatregel voorzien voor de verzaking aan de interesten of de herschikking van de betaling ervan, alsook in de prioritaire aanrekening van de bedragen die zijn gerealiseerd op de hoofdsom van de schuldvordering.
Het plan kan ook de gevolgen evalueren die de goedkeuring van het plan zou meebrengen voor de betrokken schuldeisers.
Het kan ook bepalen dat geen schuldvergelijking mogelijk zal zijn tussen de schuldvorderingen in de opschorting en de schulden van de schuldeiser-titularis die zijn ontstaan na de homologatie. Een dergelijk voorstel kan niet gedaan worden met betrekking tot samenhangende vorderingen noch met betrekking tot vorderingen die op grond van een voor de opening van de procedure van reorganisatie gesloten overeenkomst kunnen worden gecompenseerd.
Wanneer de continuïteit van de onderneming een vermindering van de loonmassa vereist, wordt in een sociaal luik van het reorganisatieplan voorzien, voor zover over een dergelijk plan niet eerder was onderhandeld. In voorkomend geval kan het in ontslagen voorzien.
Bij de uitwerking van dit plan worden de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad, of, indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging gehoord.

Art. 50. Onverminderd de betaling van de interest die hen conventioneel of wettelijk op hun schuldvorderingen verschuldigd is, kan het plan in de opschorting voorzien van de uitoefening van de bestaande rechten van de buitengewone schuldeisers in de opschorting, voor een duur die vierentwintig maanden niet mag overschrijden vanaf het neerleggen van het verzoekschrift.
Het plan kan onder dezelfde voorwaarden in een buitengewone verlenging van die opschorting voorzien voor een termijn van maximum twaalf maanden. In dit geval bepaalt het plan dat bij het verstrijken van de eerste termijn die voor de opschorting is bepaald, de schuldenaar aan de rechtbank, nadat zijn schuldeiser is gehoord, het bewijs moet leveren dat de financiële toestand en verwachte inkomsten van de onderneming na het verstrijken van deze periode de integrale terugbetaling van de betrokken buitengewone schuldeisers in de opschorting redelijkerwijze mogelijk maken, en dat bij ontstentenis van dit bewijs de rechtbank beveelt dat een einde wordt gemaakt aan die opschorting.
Behoudens hun individuele toestemming of een minnelijk akkoord gesloten overeenkomstig artikel 15 of 43, waarvan een kopie is gevoegd bij het plan op het ogenblik van de neerlegging op de griffie, mag het plan geen enkele andere maatregel bevatten die de rechten van die schuldeisers aantast.

Art. 51. Het reorganisatieplan kan voorzien in de vrijwillige overdracht van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten.

Art. 52. De uitvoeringstermijn van het plan mag niet langer zijn dan vijf jaar, te rekenen van zijn homologatie.

Art. 53. Zodra het plan op de griffie neergelegd is, ontvangen de schuldeisers in de opschorting, opgenomen op de lijst bedoeld in de artikelen 17, § 2, 7°, en 46, door toedoen van de griffier, een mededeling, die vermeldt :
- dat dit plan onderzocht wordt en dat zij het kunnen raadplegen, zonder verplaatsing, op de griffie van de rechtbank;
- de plaats, datum en uur waarop de zitting zal plaatsvinden waarop zal overgegaan worden tot de stemming over dit plan, en die zal gehouden worden ten minste veertien dagen na deze mededeling;
- dat zij op de zitting, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, hun opmerkingen met betrekking tot het voorgestelde plan zullen kunnen formuleren;
- dat enkel de schuldeisers in de opschorting op wier rechten het plan een weerslag heeft, aan de stemming kunnen deelnemen.
De gedelegeerd rechter kan beslissen dat de medeschuldenaars, de borgen en de andere persoonlijke zekerheidstellers deze mededeling ook zullen ontvangen en dat zij op dezelfde wijze hun opmerkingen kunnen laten gelden.
De schuldenaar informeert de vertegenwoordigers van de werknemers, bedoeld in artikel 49, laatste lid, over de inhoud van dit plan.

Art. 54. Op de dag gemeld aan de schuldeisers overeenkomstig artikel 26, § 1, tweede lid, 5°, en artikel 53, hoort de rechtbank het verslag van de gedelegeerd rechter en de middelen van de schuldenaar en de schuldeisers.
Het reorganisatieplan wordt geacht goedgekeurd te zijn door de schuldeisers wanneer de meerderheid van hen, die met hun onbetwiste of overeenkomstig artikel 46, § 3, voorlopig aanvaarde schuldvorderingen de helft van alle in hoofdsom verschuldigde bedragen vertegenwoordigen, voor stemmen.
Met de schuldeisers die niet aan de stemming deelnamen en hun schuldvorderingen wordt geen rekening gehouden bij het berekenen van de meerderheden.

Art. 55. Binnen veertien dagen na de zitting, en in elk geval voor de vervaldag van de met toepassing van de artikelen 24, § 2, en 38, bepaalde opschorting, beslist de rechtbank of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert.
De homologatie kan slechts geweigerd worden in geval van niet naleving van de pleegvormen door deze wet opgelegd of wegens schending van de openbare orde.
Ze kan niet aan enige voorwaarde onderworpen worden die niet in het plan vervat is noch er enige wijziging in aanbrengen.
Onder voorbehoud van de betwistingen die voortvloeien uit de uitvoering van het plan, sluit het vonnis dat oordeelt over de homologatie, de reorganisatieprocedure.
Het wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, door toedoen van de griffier.

Art. 56. Tegen het vonnis dat oordeelt over de homologatie staat geen verzet open.
Het hoger beroep ertegen wordt ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd op de griffie van het hof van beroep, binnen acht dagen na de kennisgeving van het vonnis, en wordt gericht tegen de schuldenaar of tegen de schuldeisers, naar gelang van het geval. De griffier van het hof van beroep geeft bij gerechtsbrief kennis van het verzoekschrift aan de geïntimeerden en, in voorkomend geval, aan hun advocaat, uiterlijk op de eerste werkdag na de neerlegging ervan.
Als het vonnis de homologatie verwerpt, schort het hoger beroep de uitspraak op.

Art. 57. De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend voor alle schuldeisers in de opschorting.
De betwiste, maar na de homologatie gerechtelijk erkende schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. In geen geval kan de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen beslissingen.
De schuldvorderingen in de opschorting die niet opgenomen zijn in de in artikel 17, § 2, 7°, bedoelde lijst, in voorkomend geval gewijzigd met toepassing van artikel 46, en die geen aanleiding hebben gegeven tot betwisting, worden betaald na de volledige uitvoering van het plan, op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. Indien de schuldeiser niet behoorlijk werd ingelicht tijdens de opschorting, wordt hij betaald op de wijze en in de mate die het gehomologeerd plan bepaalt voor gelijkaardige schuldvorderingen.
Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief, voor alle schuldvorderingen die erin voorkomen.
Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Burgerlijk Wetboek komt het plan de medeschuldenaars en de personen die een persoonlijke zekerheid hebben gesteld niet ten goede.

Art. 58. Elke schuldeiser kan, door de dagvaarding van de schuldenaar, de intrekking van het reorganisatieplan vorderen wanneer het niet stipt wordt uitgevoerd, of wanneer hij aantoont dat het niet anders zal kunnen en dat hij er schade door zal lijden.
De procureur des Konings kan op dezelfde wijze de intrekking vorderen wanneer hij de niet-uitvoering van het geheel of een gedeelte van het plan vaststelt.
De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter, na de schuldenaar te hebben gehoord. Het vonnis dat het plan intrekt, wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door toedoen van de griffier. De schuldenaar deelt de inhoud van dit uittreksel mee aan al zijn schuldeisers.
De intrekking van het reorganisatieplan ontneemt het elke uitwerking, behoudens wat betreft de reeds uitgevoerde betalingen en verrichtingen, onder meer de reeds verrichte overdracht van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten.

HOOFDSTUK 4. - Gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag

Art. 59.

§ 1. De overdracht onder gerechtelijk gezag van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten kan door de rechtbank bevolen worden met het oog op het behoud ervan wanneer de schuldenaar ermee instemt in zijn verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie of later in de loop van de procedure.
Als de schuldenaar in de loop van de procedure instemt met een overdracht onder gerechtelijk gezag, worden de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging, of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging gehoord.


§ 2. Dezelfde overdracht kan op dagvaarding van de procureur des Konings, van een schuldeiser of van eenieder die belang heeft om het geheel of een gedeelte van de onderneming te verwerven, bevolen worden :
1° wanneer de schuldenaar zich in staat van faillissement bevindt zonder een procedure van gerechtelijke reorganisatie te hebben aangevraagd;
2° wanneer de rechtbank de vordering tot het openen van de procedure met toepassing van artikel 23 verwerpt, er de vroegtijdige beëindiging van beveelt met toepassing van artikel 41 of het reorganisatieplan intrekt met toepassing van artikel 58;
3° wanneer de schuldeisers het reorganisatieplan niet goedkeuren met toepassing van artikel 54;
4° wanneer de rechtbank de homologatie van het reorganisatieplan weigert met toepassing van artikel 55.
De vordering tot overdracht kan ingesteld worden in de dagvaarding die strekt tot de voortijdige beëindiging van de procedure tot reorganisatie of de intrekking van het reorganisatieplan, of in een afzonderlijk exploot gericht tegen de schuldenaar.


§ 3. Wanneer zij de overdracht beveelt in hetzelfde vonnis als dit waarin zij het verzoek tot opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie verwerpt, de voortijdige beëindiging ervan beveelt, het reorganisatieplan intrekt of de homologatie weigert, oordeelt de rechtbank op verslag van de gedelegeerd rechter en gelast zij hem verslag uit te brengen over de uitvoering van de overdracht.
Wanneer hij de overdracht beveelt in een ander vonnis dan dit waarbij de opschorting wordt beëindigd, wijst de rechtbank een rechter in de rechtbank, de voorzitter uitgezonderd, of een rechter in handelszaken aan om verslag uit te brengen over de uitvoering van de overdracht.
§ 4. De bepalingen van dit artikel gelden onverminderd de verplichtingen de werknemers of hun vertegenwoordigers te raadplegen en in te lichten op grond van de bestaande wettelijke of conventionele bepalingen.


Art. 60. Het vonnis dat de overdracht beveelt, wijst een gerechtsmandataris aan die wordt gelast met het organiseren en realiseren van de overdracht in naam en voor rekening van de schuldenaar. Het bepaalt het voorwerp van de overdracht of laat die bepaling over aan het oordeel van de gerechtsmandataris.
De rechtbank kan, in hetzelfde vonnis, een bijkomende opschorting bevelen voor niet meer dan zes maanden te rekenen van haar beslissing, met de gevolgen bepaald in de artikelen 30 tot 37.
Het vonnis wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door toedoen van de aangewezen gerechtsmandataris.


Art. 61.

§ 1. Onverminderd wat in de volgende paragrafen wordt bepaald, gaan de rechten en verplichtingen welke voor de vervreemder voortvloeien uit de op het tijdstip van de overdracht van de onderneming bestaande arbeidsovereenkomsten door deze overdracht over op de verkrijger.
 

§ 2. De verkrijger en de vervreemder of de gerechtsmandataris en alle in de vakbondsafvaardiging vertegenwoordigde organisaties kunnen in het raam van een collectieve onderhandelingsprocedure overeenkomen om in de arbeidsvoorwaarden wijzigingen aan te brengen die bedoeld zijn om de werkgelegenheid veilig te stellen door het voortbestaan van de onderneming of van haar activiteiten, of een deel ervan, te verzekeren.
De verkrijger en de werknemers kunnen daarenboven overeenkomen wijzigingen aan de individuele arbeidsovereenkomst aan te brengen, voor zover die wijzigingen hoofdzakelijk verbonden zijn aan technische, economische of organisatorische redenen en geen zwaardere verplichtingen opleggen aan de verkrijger dan die welke volgen uit de collectieve onderhandelingen.
 

§ 3. De vervreemder of de gerechtsmandataris lichten schriftelijk de kandidaat-verkrijger in over alle verplichtingen die betrekking hebben op de werknemers die betrokken zijn in de overdracht en over alle bestaande vorderingen die deze werknemers zouden hebben ingesteld tegen de werkgever.
Zij geven gelijktijdig aan de individuele werknemers kennis van de verplichtingen die ten aanzien van hen gelden en bezorgen een afschrift van die kennisgeving aan de verkrijger.

De verkrijger kan niet gebonden zijn tot andere verplichtingen dan die welke aldus schriftelijk worden medegedeeld. Als de gegevens onjuist of onvolledig zijn, kan de werknemer schadevergoeding eisen van de vervreemder. De arbeidsrechtbank neemt kennis van die vorderingen en spreekt zich uit bij hoogdringendheid.
Wanneer de overdracht plaatsvindt op vordering van een derde of van het openbaar ministerie, gaan de op het tijdstip van de overdracht bestaande schulden die uit de op dat tijdstip bestaande arbeidsovereenkomsten voortvloeien niet over op de verkrijger indien de betaling van die schulden wettelijk wordt gewaarborgd door het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van een onderneming ontslagen werknemers binnen de grenzen die voor zijn tussenkomst van toepassing zijn en vastgesteld worden in de wetgeving betreffende de sluiting van ondernemingen.
 

§ 4. De keuze van de werknemers die hij wenst over te nemen berust bij de verkrijger. De keuze van de verkrijger moet bepaald worden door technische, economische en organisatorische redenen en gebeuren zonder verboden differentiatie, inzonderheid ingegeven door de activiteit uitgeoefend als vertegenwoordiger van het personeel in de overgedragen onderneming of het overgedragen deel van onderneming.
De afwezigheid van verboden differentiatie op dat vlak wordt geacht bewezen te zijn indien het deel van de werknemers en van hun vertegenwoordigers dat in de overgenomen onderneming of deel van onderneming actief was en dat door de verkrijger gekozen wordt, evenredig is in het totaal aantal gekozen werknemers.
 

§ 5. De verkrijger, de vervreemder of de gerechtsmandataris kunnen, bij verzoekschrift aan de arbeidsrechtbank van de zetel van de vennootschap of hoofdinrichting van de schuldenaar, de homologatie vragen van de voorgenomen overdracht in zoverre de overdrachtovereenkomst de in dit artikel bepaalde rechten aanbelangt. Met de voorgenomen overdracht worden in dit artikel de overdracht zelf, de lijst van de overgenomen of over te nemen werknemers, het lot van de arbeidsovereenkomsten, de vastgestelde arbeidsvoorwaarden en de schulden bedoeld.
De arbeidsrechtbank spreekt zich uit, bij hoogdringendheid, na de vertegenwoordigers van de werknemers en verzoeker te hebben gehoord. De werknemers die de in paragraaf 3 bedoelde kennisgeving betwisten, worden door de vervreemder of de gerechtsmandataris gedagvaard om voor de arbeidsrechtbank te verschijnen op dezelfde zitting.
Als de homologatie wordt verleend, kan de verkrijger tot geen andere verplichtingen worden gehouden dan die welke voorkomen in de akte waarvan de homologatie is gevraagd.
 

§ 6. De bepalingen van dit artikel gelden tot de bekrachtiging door de Koning van een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale Arbeidsraad waarbij de rechten van de werknemers die betrokken zijn bij een overdracht van onderneming in het kader van een gerechtelijke reorganisatie nader worden geregeld. De bepalingen van die collectieve arbeidsovereenkomst mogen afwijken van wat in dit artikel wordt bepaald.
 

Art. 62. De aangewezen gerechtsmandataris organiseert en verricht de door de rechtbank bevolen overdracht door de verkoop of de overdracht van de voor het behoud van het geheel of een gedeelte van de economische activiteit van de onderneming noodzakelijke of nuttige roerende of onroerende activa.
Hij wint offertes in en waakt bij voorrang over het behoud van het geheel of een gedeelte van de activiteit van de onderneming, rekening houdend met de rechten van de schuldeisers. Indien er verscheidene vergelijkbare offertes zijn, geeft de rechtbank de voorkeur aan de offerte die het behoud van de werkgelegenheid garandeert door een sociaal akkoord waarover is onderhandeld.
Daartoe stelt hij een of meer ontwerpen van gelijktijdige of opeenvolgende verkopen op, met vermelding van de stappen die hij heeft ondernomen, de voorwaarden van de voorgenomen verkoop en de rechtvaardiging van zijn ontwerpen, en voegt hij voor elke verkoop een ontwerp van akte bij.
Hij deelt zijn ontwerpen mee aan de gedelegeerd rechter en, bij verzoekschrift op tegenspraak, waarvan minstens twee dagen voor de zitting kennis wordt gegeven aan de schuldenaar, vraagt hij aan de rechtbank de machtiging om te kunnen overgaan tot de uitvoering van de voorgestelde verkoop.
 

Art. 63. Wanneer de verkoop betrekking heeft op onroerende goederen, wordt het ontwerp van akte daartoe opgesteld door een door de gerechtsmandataris aangestelde notaris en wordt er een evaluatieverslag bijgevoegd evenals een getuigschrift van de hypotheekbewaarder dat dateert van na het openen van de reorganisatieprocedure en dat melding maakt van de bestaande inschrijvingen en van elke overschrijving van bevelen of beslagen op de genoemde onroerende goederen.
Wanneer de verkoop betrekking heeft op een onroerend goed of een handelszaak, worden alle personen gehoord die beschikken over een inschrijving of een kantmelding op het betrokken onroerend goed of over een inschrijving op de betrokken handelszaak.
Ongeacht het voorwerp van de verkoop, roept de gerechtsmandataris de schuldenaar op voor het verzoekschrift wordt neergelegd.
De personen bedoeld in het tweede lid en de schuldenaar kunnen de rechtbank bij verzoekschrift vorderen haar toelating te onderwerpen aan bepaalde voorwaarden, zoals het bepalen van een minimumverkoopprijs.
 

Art. 64.

§ 1. Op verslag van de gedelegeerd rechter verleent de rechtbank de met toepassing van artikel 62, vierde lid gevorderde machtiging, indien de voorgenomen verkoop voldoet aan de in het tweede lid van hetzelfde artikel vastgestelde voorwaarden.
De rechtbank hoort de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad, of, indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging, of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging.
Wanneer een ontwerp van verkoop verscheidene voorstellen in aanmerking neemt van verschillende kandidaat-kopers of houdende verschillende voorwaarden, beslist de rechtbank.
Wanneer de verkoop betrekking heeft op roerende goederen en het ontwerp van verkoop voorziet in de openbare verkoop ervan, wijst het vonnis de gerechtsdeurwaader aan die belast wordt met de verkoop en er de prijs van zal innen.
 

§ 2. Het vonnis dat de verkoop toestaat, wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en medegedeeld aan de schuldeisers door toedoen van de met de overdracht gelaste gerechtsmandataris, met vermelding van de naam van de aangestelde notaris of van de door de rechtbank aangewezen gerechtsdeurwaarder.
 

Art. 65. De verkoop dient te gebeuren overeenkomstig het door de rechtbank aangenomen ontwerp van akte en, wanneer hij betrekking heeft op onroerende goederen, door het ambt van de notaris die de akte heeft opgesteld.
De prijs van de roerende goederen wordt door de door de rechtbank aangewezen gerechtsmandataris geïnd en verdeeld overeenkomstig de artikelen 1627 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.
De prijs van de onroerende goederen wordt door de aangestelde gerechtsmandataris geïnd en verdeeld overeenkomstig de artikelen 1639 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.
 

Art. 66. Door de verkoop van de roerende en onroerende goederen gaan de rechten van de schuldeisers over op de prijs.
 

Art. 67. Wanneer de aangewezen gerechtsmandataris van oordeel is dat alle voor overdracht vatbare activiteiten overgedragen zijn, en in elk geval voor het einde van de opschorting, vraagt hij aan de rechtbank bij verzoekschrift dat zij de procedure van gerechtelijke reorganisatie afsluit of, wanneer het gerechtvaardigd is dat deze voortgezet wordt voor andere doeleinden, dat zij hem ontlast van zijn opdracht.
Wanneer de schuldenaar een rechtspersoon is, kan de rechtbank, in het vonnis dat dit verzoek inwilligt, de bijeenroeping van de algemene vergadering bevelen met de ontbinding als agenda.
De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter, na de schuldenaar te hebben gehoord.
 

Art. 68. De beslissing tot sluiting van de procedure van gerechtelijke reorganisatie ontlast de verkrijger van alle andere verplichtingen dan die welke in de akte van overdracht zijn vermeld.
 

Art. 69. Te rekenen van het vonnis bedoeld in artikel 60 worden alle middelen van tenuitvoerlegging uit hoofde van de schuldvorderingen in de opschorting ten laste van de natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijke zekerheid van de schuldenaar heeft gesteld, opgeschort tot het vonnis bedoeld in artikel 67, derde lid.
 

Art. 70. De natuurlijke persoon van wie de onderneming met toepassing van artikel 67 geheel werd overgedragen, kan door de rechtbank ontlast worden van de schulden die bestaan op het ogenblik van het vonnis dat deze overdracht beveelt, indien deze persoon ongelukkig en te goeder trouw is.
Daartoe kan hij een verzoekschrift op tegenspraak neerleggen bij de rechtbank, uiterlijk drie maanden na dit vonnis. Het verzoekschrift wordt door de griffier ter kennis gebracht van de gerechtsmandataris.
Het vonnis dat de ontlasting van de schuldenaar beveelt, wordt door toedoen van de griffier bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Wanneer de schuldenaar ontlast is, kan hij niet langer door zijn schuldeisers vervolgd worden. De ontlasting komt de medeschuldenaars en de persoonlijke zekerheidstellers niet ten goede, onverminderd de toepassing van de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Burgerlijk Wetboek.


TITEL 5. - Diverse bepalingen

Art. 71.

§ 1. De gerechtsmandatarissen, aangewezen krachtens deze wet, worden gekozen op grond van hun kwaliteiten en volgens de noodwendigheden van de zaak.
Ze dienen waarborgen te bieden van bekwaamheid, ervaring, onafhankelijkheid en onpartijdigheid.
Ze kunnen aangewezen worden onder de personen die gemachtigd zijn door de overheidsinstellingen of private instellingen die door de bevoegde overheid zijn aangewezen of erkend om ondernemingen in moeilijkheden te begeleiden.
 

§ 2. De kosten en erelonen van de gerechtsmandatarissen worden bepaald door de rechtbank.
De Koning bepaalt de regels en barema's die van toepassing zijn op de gerechtsmandatarissen aangewezen met toepassing van de artikelen 27 en 60; Hij kan deze bepalen voor de voorlopige bestuurders aangewezen met toepassing van artikel 28.
 

§ 3. Op vordering van elke belanghebbende, op verzoekschrift van de gerechtsmandataris of ambtshalve kan de rechtbank op elk ogenblik en voor zover dit noodzakelijk blijkt, overgaan tot de vervanging van een gerechtsmandataris, er het aantal van vergroten of van verminderen.
Elke vordering van derden wordt gericht, volgens de vormen van het kort geding, tegen de mandataris of mandatarissen en tegen de schuldenaar.
De gerechtsmandataris en de schuldenaar worden gehoord in raadkamer. De beslissing wordt uitgesproken in openbare zitting.

TITEL 6. - Strafrechtelijke bepalingen
 

Art. 72. De schuldenaar wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van 5 euro tot 125 000 euro of met een van deze straffen alleen :
1° indien hij, op welke wijze ook, om een procedure van gerechtelijke reorganisatie te verkrijgen of te vergemakkelijken, opzettelijk een gedeelte van zijn actief of van zijn passief heeft verborgen of dit actief overdreven of dit passief geminimaliseerd heeft;
2° indien hij wetens en willens een of meer vermeende schuldeisers of schuldeisers waarvan de schuldvorderingen overdreven zijn, heeft doen of laten optreden bij de beraadslagingen;
3° indien hij wetens en willens een of meer schuldeisers heeft weggelaten uit de lijst van schuldeisers;
4° indien hij wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen over de staat van zijn zaken of de vooruitzichten van reorganisatie heeft gedaan of laten doen aan de rechtbank of aan een gerechtsmandataris.
 

Art. 73. Worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van 5 euro tot 125 000 euro, zij die, bedrieglijk, zonder schuldeiser te zijn, deelnemen aan de stemming bepaald bij artikel 54 of als schuldeiser hun schuldvorderingen overdrijven, en zij die hetzij met de schuldenaar, hetzij met enige andere persoon bijzondere voordelen bedingen voor hun wijze van stemmen over het reorganisatieplan of die een bijzondere overeenkomst aangaan waaruit voor hen een voordeel voortvloeit ten laste van het actief van de schuldenaar.

TITEL 7. - Wijzigende bepalingen

Art. 74. In artikel 764, eerste lid, 8°, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 17 juli 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord « akkoordaanvragen » wordt vervangen door de woorden « vorderingen tot gerechtelijke reorganisatie »;
2° de woorden « rechtsplegingen tot herroeping van de opschorting van betaling » worden vervangen door de woorden « vorderingen tot intrekking van een reorganisatieplan ».

Art. 75. In artikel 1395, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 juli 1997, 5 juli 1998, 17 maart 2003 en 13 december 2005, worden de woorden « bevoegd inzake het gerechtelijk akkoord » vervangen door de woorden « bevoegd inzake de verzoekschriften tot gerechtelijke reorganisatie ».

Art. 76. In artikel 8 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Wanneer er gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen bestaan dat de voorwaarden voor een faillissement vervuld zijn, en spoed vereist is, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel de koopman of de handelsvennootschap geheel of ten dele het beheer van het geheel of een gedeelte van zijn goederen ontnemen. »;
2° « In het derde lid, worden de woorden « de koopman » vervangen door de woorden « de koopman of de handelsvennootschap ».

Art. 77. Artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 september 2002, wordt aangevuld met een lid, luidende :
« De verplichting tot aangifte is opgeschort vanaf de neerlegging van een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie en dit zolang de opschorting verleend krachtens de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen duurt. »

Art. 78. In artikel 23, § 1, van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het 14° wordt vervangen als volgt :
« 14° die oordelen over een vordering tot gerechtelijke reorganisatie of een opschorting verlenen of verlengen; »;
b) het 15° wordt vervangen als volgt :
« 15° die een procedure van gerechtelijke reorganisatie sluiten of beëindigen, een reorganisatieplan intrekken of een homologatie van een reorganisatieplan weigeren; ».

Art. 79. In de Franse tekst wordt het opschrift van hoofdstuk XI van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht vervangen als volgt : « Procédures collectives d'insolvabilité ».

Art. 80. Artikel 116 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
« Dit hoofdstuk is van toepassing op de procedures van faillissement, gerechtelijke reorganisatie en collectieve schuldenregeling. »

Art. 81. In artikel 3 van het koninklijk besluit n° 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake de belasting op de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 7 april 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het tweede streepje wordt vervangen als volgt :
« - in geval van gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord, op de datum van de homologatie door de rechtbank, wat betreft de schuldvorderingen waarvan de vermindering werd opgetekend in het reorganisatieplan; »;
2° een derde streepje wordt toegevoegd, luidende :
« - in geval van gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord, op de datum van het vonnis dat het minnelijk akkoord vaststelt, wat betreft de schuldvorderingen waarvan de vermindering werd opgetekend in het akkoord; »;
3° een vierde streepje wordt toegevoegd, luidende :
« - op de datum van de uitspraak tot sluiting van de procedure van gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag, wat betreft de schuldvorderingen die ten gevolge van de overdracht niet konden worden aangezuiverd. »

Art. 82. In artikel 48, van het Wetboek op de inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij de wet van 7 april 2005, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
« Geven aanleiding tot een fiscale vrijstelling voor waardeverminderingen en voorzieningen, de schuldvorderingen op de medecontractanten waarvoor krachtens de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondermeningen door de rechtbank een reorganisatieplan is gehomologeerd of een minnelijk akkoord is vastgesteld, dit gedurende de belastbare tijdperken tot de volledige tenuitvoerlegging van het plan of van het minnelijk akkoord of tot het sluiten van de procedure. »

Art. 83. In hetzelfde Wetboek, titel II, hoofstuk II, afdeling 4, onderafdeling 2, wordt een letter E ingevoegd met als opschrift « Winst voortvloeind uit de homologatie van een reorganisatieplan en uit de vaststelling van een minnelijk akkoord », die een artikel 48/1 bevat, luidende :
« Art. 48/1. - De winst die voortvloeit uit de minderwaarden die door de schuldenaar zijn opgetekend op bestanddelen van het passief ten gevolge van de homologatie van een reorganisatieplan door de rechtbank of ten gevolge van de vaststelling door de rechbank van een minnelijk akkoord krachtens de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, wordt vrijgesteld volgens de nadere toepassingsregels die de Koning vaststelt. »
TITEL 8. - Opheffings- en overgangsbepalingen

Art. 84. De Koning brengt de terminologie en de verwijzingen van de geldende wetten in overeenstemming met deze wet.

Art. 85. Onder voorbehoud van de toepassing ervan op de procedures van gerechtelijk akkoord die lopen op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet, wordt de wet van 17 juli 1997 op het gerechtelijk akkoord opgeheven.

Art. 86. Deze wet treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk zes maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 31 januari 2009.

Deze wet treedt in werking op 1 april 2009, KB 27 maart 2009, (B.S. 31/03/2009)

27 MAART 2009. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de inwerkingtreding van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen :

Artikel 1. De wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen en dit besluit treden in werking op 1 april 2009.
Art. 2. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 27 maart 2009.
ALBERT

 

Nog dit: 

meeer info: op onze archiefpagina: klik hier

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:13
Laatst aangepast op: vr, 07/04/2017 - 13:55

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.