-A +A

bevoegdheid, bevoegdheidsbeding forumkeuze CMR verdrag

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 08/12/2006
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
1219
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Hof van Cassatie

1e Kamer – 8 december 2006

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 7 maart 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Gent.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Luidens art. 31, eerste lid, van het C.M.R.-Verdrag kunnen alle rechtsgedingen waartoe het aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, door de eiser behalve voor de gerechten van de bij dit Verdrag partij zijnde landen, bij beding tussen partijen aangewezen, worden gebracht voor de gerechten van het land op het grondgebied waarvan:

a) de gedaagde zijn gewone verblijfplaats, zijn hoofdzetel of het filiaal of agentschap heeft, door bemiddeling waarvan de vervoerovereenkomst is gesloten, of

b) de plaats van inontvangstneming der goederen of de plaats bestemd voor de aflevering der goederen, is gelegen en kunnen zij voor geen andere gerechten worden gebracht.

Wanneer de partijen in hun overeenkomst een bepaald gerecht hebben aangewezen, sluit dit niet uit dat het geschil door een eiser kan worden gebracht voor een van de andere in art. 31, eerste lid, C.M.R.-Verdrag bedoelde gerechten.

2. De appelrechters stellen vast dat:

– de eiseres als vervoerder een aantal transportopdrachten uitvoerde voor de verweerster;

– in de overeenkomst tussen de partijen een beding is opgenomen waarbij de rechtbanken te München als bevoegde rechtsinstantie worden aangewezen;

– de verweerster door de eiseres werd gedagvaard voor de Rechtbank van Koophandel te Dendermonde;

– de verweerster de rechtsmacht van deze rechtbank betwist op grond van het bevoegdheidsbeding.

3. De appelrechters oordelen dat wanneer «partijen een forumkeuze maken in hun handelsrelatie, (deze) primeert op de overige bepalingen van art. 31, eerste lid, C.M.R.-Verdrag» en dat uit deze bepaling niet kan worden afgeleid dat, wanneer de partijen een forumkeuze hebben gemaakt, «de eisende partij (binnen de mogelijkheden die het C.M.R.-Verdrag biedt) de volledige keuzevrijheid krijgt en niet gebonden is door een overeenkomst ter zake».

Op grond hiervan beslissen zij dat de «de Belgische rechtbanken geen rechtsmacht hebben om van de zaak kennis te nemen».

4. Door aldus te oordelen schenden de appelrechters art. 31, eerste lid, C.M.R.-Verdrag.

Het middel is gegrond.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 14/03/2010 - 20:06
Laatst aangepast op: di, 27/04/2010 - 17:30

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.